Klikzink

Burenrecht en de overstekende dakrand: wie beslist

Een dakrand die over de erfgrens uitsteekt, is in de praktijk een van de meest voorkomende bronnen van burengeschillen bij verbouwing of nieuwbouw. Wie een dak vernieuwt met stalen felsplaten en daarbij een ruimere dakoversteek voorziet dan de bestaande, botst soms op een buur die zich daar niet in kan vinden. De vraag die dan opduikt is niet in de eerste plaats technisch, maar juridisch: wie beslist hierover eigenlijk, en bij wie kunt u terecht als u het er niet mee eens bent?

In België is dit geen kwestie voor de gemeente of voor de dienst die de omgevingsvergunning aflevert. Een vergunning gaat over de vraag of een bouwwerk mag worden opgericht volgens de regels van ruimtelijke ordening: bouwhoogte, inplanting, esthetiek. Ze zegt niets over de burgerrechtelijke verhouding tussen twee eigenaars onderling. Een dakrand die vergund is, kan dus perfect toch een inbreuk vormen op het burenrecht, en omgekeerd kan een niet-vergunningplichtige ingreep alsnog een burenrechtelijk probleem opleveren. Dat onderscheid is de kern van waar deze pagina over gaat, en het is de reden waarom veel eigenaars verrast zijn als een buur na de werken alsnog een procedure start.

Het burenrecht dat hier van toepassing is, vindt u terug in het Belgisch Burgerlijk Wetboek, in de bepalingen over erfdienstbaarheden en over de rechten en plichten van naburige eigenaars. Sinds de hervorming van het goederenrecht zijn deze regels herschikt in boek 3 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, maar de kern is ongewijzigd gebleven: een eigenaar mag in beginsel niet bouwen op een manier die overhangt op het erf van de buur zonder diens toestemming, en een dakoversteek die water, sneeuw of vallend materiaal op het naburige perceel laat terechtkomen, kan als burenhinder worden aangemerkt. Dat geldt voor de dakrand zelf, maar evengoed voor de druip die ervan afkomt.

Wie erover gaat als partijen er onderling niet uitkomen

Zolang beide buren het eens zijn, is er juridisch niets aan de hand: burenrecht is grotendeels regelend recht, wat betekent dat buren onderling afspraken kunnen maken die afwijken van de wettelijke standaardregeling. Een schriftelijke overeenkomst, eventueel notarieel vastgelegd als erfdienstbaarheid, is dan de veiligste weg. Pas wanneer partijen het oneens zijn, komt de vraag wie erover gaat pas echt op scherp te staan.

In de praktijk is dat de vrederechter. Burengeschillen over erfdienstbaarheden, overbouw en hinder behoren tot de bevoegdheid van het vredegerecht van het kanton waar het onroerend goed gelegen is. De vrederechter is in België van oudsher de rechter die het dichtst bij dit soort geschillen staat, precies omdat burenkwesties vaak draaien om plaatselijke gewoonten, zichtbare situaties op het terrein en een afweging tussen twee redelijke belangen. Een vrederechter kan een plaatsbezoek bevelen, een deskundige aanstellen om de overschrijding op te meten, en uiteindelijk bevelen dat de overstekende dakrand wordt aangepast, ingekort, of dat er een vergoeding wordt betaald voor het voortbestaan van de toestand.

Belangrijk is dat de vrederechter niet toetst of er een vergunning is, maar of er sprake is van een burgerrechtelijke inbreuk of van bovenmatige hinder. Zelfs een dakrand die volgens de omgevingsvergunning correct is uitgevoerd, kan door de vrederechter alsnog verboden of beperkt worden wanneer die overhangt op het perceel van de buur zonder rechtsgrond. Omgekeerd kan een kleine overschrijding die geen enkele hinder veroorzaakt, door de rechter getolereerd worden, zeker wanneer de situatie al jarenlang bestaat en de buur nooit heeft geprotesteerd.

De rol van verjaring en gedoogsituaties

Een element dat vaak onderschat wordt, is verjaring. Wanneer een overstekende dakrand jarenlang zichtbaar aanwezig is geweest zonder dat de buur zich daartegen heeft verzet, kan er onder bepaalde voorwaarden een erfdienstbaarheid door verjaring ontstaan. Dat betekent dat de situatie, hoewel ze oorspronkelijk een inbreuk was, na verloop van tijd een verworven recht kan worden. Dit is precies waarom een notaris bij verkoop van een woning soms vraagt naar de exacte inplanting van de dakrand ten opzichte van de erfgrens: een sluimerend geschil dat nooit werd uitgeklaard, kan bij een latere renovatie plots weer actueel worden. Bij een dakrenovatie is dit een terugkerend aandachtspunt, zoals wij toelichten bij [de aanpak van een dakrenovatie](/belgie/burenrecht/dakrenovatie), omdat een vervanging van de dakbedekking vaak het moment is waarop de bestaande oversteek opnieuw ter discussie komt.

Ook bij nieuwbouw speelt dit een rol, maar dan net omgekeerd: er is nog geen bestaande toestand, dus geen gedoogsituatie om op terug te vallen. Wie een nieuwe woning optrekt tot tegen de erfgrens en daarbij een dakoversteek voorziet, moet vanaf het begin rekening houden met de burenrechtelijke grens, zoals wij bespreken bij [de situatie bij een nieuwbouwwoning](/belgie/burenrecht/nieuwbouwwoning). De architect en de aannemer kunnen dit vooraf mee inplannen, wat een geschil achteraf grotendeels voorkomt.

Wat de rechter in de praktijk beoordeelt

Voor de vrederechter is de exacte ligging van de erfgrens vaak het eerste twistpunt. Zonder een opmeting door een landmeter-expert is het onmogelijk om vast te stellen of de dakrand daadwerkelijk overhangt, en met hoeveel centimeter. In de praktijk gelast de rechter dan ook vaak een deskundigenonderzoek voordat er een uitspraak volgt over de vraag of de dakrand moet worden ingekort. Deze opmeting is ook nuttig materiaal voor het postinterventiedossier en voor de eigen administratie van de bouwheer, los van het geschil zelf.

Daarnaast speelt de vraag naar concrete hinder een grote rol. Een rechter zal doorgaans strenger oordelen wanneer regenwater van de overstekende dakrand op het naburige perceel valt, tegen een muur aanspat, of een lichtinval wezenlijk beperkt, dan wanneer het om een overschrijding van enkele centimeters gaat zonder enig aantoonbaar nadeel. Bij stalen felsplaten met een fels van 35 mm en een beperkte oversteek is de kans op discussie kleiner dan bij een fors uitkragende dakrand, maar de juridische toets blijft dezelfde: gaat het om een inbreuk op het eigendomsrecht, en veroorzaakt de situatie hinder die de grenzen van de normale nabuurschap overschrijdt.

Hoe u een geschil in de praktijk aanpakt

Wanneer u als bouwheer of eigenaar merkt dat een geplande of bestaande dakrand mogelijk over de erfgrens komt, is de eerste stap altijd het gesprek met de buur, idealiter onderbouwd met een plan of een opmeting. Veel geschillen worden in dit stadium opgelost, zeker wanneer u kunt aantonen dat de dakrand geen bijkomende hinder veroorzaakt of dat er een technische oplossing is, zoals een aangepaste dakgoot die het water opvangt in plaats van het te laten overhellen naar het buurperceel.

Komt u er niet uit, dan is een aangetekende brief met een voorstel tot regeling een gebruikelijke volgende stap, gevolgd door een verzoening voor de vrederechter. Vredegerechten in België hechten veel belang aan een minnelijke regeling, en de rechter zal vaak zelf voorstellen om eerst een verzoeningszitting te houden voordat de zaak ten gronde wordt behandeld. Pas wanneer dat niet lukt, volgt een procedure ten gronde, met een deskundigenonderzoek en uiteindelijk een vonnis.

Voor wie een dakrenovatie, een dakkapel of een gevelbekleding plant en zeker wil zijn dat de nieuwe situatie geen burenrechtelijk risico met zich meebrengt, is het verstandig om vooraf een landmeter de erfgrens te laten uittekenen en die informatie te delen met de aannemer. Dat voorkomt niet alleen een geschil met de buur, maar ook een kostbare aanpassing van het dak nadat de felsplaten al geplaatst zijn. Wie twijfelt over de eigen situatie, doet er goed aan tijdig juridisch advies in te winnen en, waar nodig, de zaak eerst via een verzoeningspoging bij de vrederechter aan te kaarten voordat de werken definitief worden uitgevoerd.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink