Klikzink

De ABR-verzekering: wie beslist en wie erover gaat

De ABR-verzekering, voluit de verzekering Alle Bouwplaats Risico, is geen overheidsregeling en geen vergunning. Er is geen fonctionnaire délégué die erover beslist, geen gemeente die een aanvraag beoordeelt en geen gewest met een eigen procedure. Het is een privaatrechtelijk contract tussen de bouwheer of de aannemer en een verzekeraar, en dat maakt de vraag "wie gaat erover" fundamenteel anders dan bij een omgevingsvergunning. Wie erover gaat, is in de eerste plaats de partij die de polis afsluit en de verzekeraar die de voorwaarden opstelt. Bij een geschil is het niet de Raad voor Vergunningsbetwistingen die u tegenkomt, maar de burgerlijke rechter, en in de praktijk vaak eerst de ombudsman van de verzekeringssector.

Dat onderscheid is belangrijk omdat veel bouwheren en aannemers de ABR-verzekering behandelen als een administratieve formaliteit die ergens "geregeld" wordt, zoals een omgevingsvergunning. Dat is ze niet. Niemand controleert vooraf of u een ABR-polis heeft, tenzij het lastenboek van de opdrachtgever dat expliciet eist, wat bij overheidsopdrachten en grotere private werven vaak het geval is. Bij een gewone renovatie van een eengezinswoning is het aan de bouwheer of de aannemer zelf om de afweging te maken. Er is dus geen instantie die u dwingt, maar wel een reeks partijen die belang hebben bij het bestaan van de polis: de bouwheer die zijn investering beschermt, de aannemer die zijn aansprakelijkheid afdekt, en soms de architect die het aanraadt zonder dat hij er zelf partij bij is.

Wat de ABR-verzekering dekt tijdens het werk

De ABR-verzekering dekt schade aan het werk zelf tijdens de uitvoering, dus tussen de start van de werken en de voorlopige oplevering. Dat is een ander moment dan de tienjarige aansprakelijkheid, die pas na de oplevering begint te lopen en gaat over verborgen gebreken die de stabiliteit van het gebouw raken. De ABR-polis speelt juist in de kwetsbare periode daarvoor: wanneer het dak open ligt, de felsbanen nog niet allemaal geplaatst zijn en een onweer, een val van materiaal of een fout van een onderaannemer schade kan veroorzaken aan een werk dat nog niet af is en dus nog niet gedekt wordt door een gewone brandverzekering. Bij een dak in stalen felsplaten is dat een reëel scenario: tussen het verwijderen van de oude bedekking en het volledig afwerken van de nieuwe sluiting ligt een periode waarin de onderconstructie, de isolatie en het interieur blootgesteld zijn aan weersinvloeden.

Wie de polis afsluit, is meestal de hoofdaannemer of de bouwheer, afhankelijk van wie het risico draagt volgens de aannemingsovereenkomst. Bij een sleutel-op-de-deur-project is het gebruikelijk dat de aannemer de ABR-verzekering afsluit en de kost doorrekent in zijn offerte. Bij een werf waar de bouwheer zelf verschillende vakmensen coördineert, zoals vaak het geval is bij de renovatie van een landbouwloods of een grotere verbouwing, ligt die verantwoordelijkheid eerder bij de bouwheer zelf. Wie precies verzekeringnemer is, staat in de polis, en dat is ook de partij die bij schade de aangifte moet doen en met de verzekeraar onderhandelt over de vergoeding.

Waarom een open dak een apart geval is

Een open dak is voor een verzekeraar een verhoogd risico, en dat vertaalt zich in de voorwaarden van de polis. Zolang het dakvlak niet winddicht en waterdicht is, is de blootstelling aan schade groter dan bij een gesloten gebouw, en sommige verzekeraars bouwen daarom een aparte clausule in over de maximale duur dat een dak open mag liggen zonder bijkomende melding. Bij een felsdak met stalen felsbanen tot 8000 mm lengte kan de plaatsing in fases verlopen, zeker bij een groot dakvlak of een complex volume met verschillende hellingen en aansluitingen. Het is dan de aannemer of de bouwheer die verantwoordelijk is om de verzekeraar op de hoogte te houden van hoe lang het dak effectief open blijft, en niet de verzekeraar die dat controleert op de werf.

Dat maakt het verstandig om bij de planning van de werken rekening te houden met de voorwaarden van de polis, en niet omgekeerd. Een aannemer die de platen in een aaneengesloten periode legt, van de eerste snede tot de laatste aansluiting op de nok, beperkt niet alleen het praktische risico op waterschade maar ook de kans dat een verzekeraar bij een schadegeval aanvoert dat het dak langer open lag dan toegelaten. Bij complexere aansluitingen, zoals wij uitleggen bij de aansluiting op de nok, is precies die fase vaak het langst kwetsbaar, omdat de laatste sluiting van het dakvlak daar gebeurt en een onvoorziene regenbui op dat moment het grootste effect heeft.

Bij schade: wie beoordeelt en waar u terechtkomt

Als er tijdens de werken schade optreedt, is het de verzekeraar die de schade beoordeelt, doorgaans via een eigen expert of een externe schade-expert die de polis aanwijst. Die expert gaat ter plaatse, stelt vast wat er gebeurd is en beoordeelt of de schade onder de dekking van de polis valt. Dat is geen overheidsinstantie en geen rechter, maar een technisch deskundige die in opdracht van de verzekeraar werkt. Bent u het niet eens met die beoordeling, dan kunt u een tegenexpertise laten uitvoeren door een eigen expert, wat in de praktijk courant is bij betwiste dossiers.

Loopt het geschil verder, dan is de eerste stap meestal niet de rechtbank maar de klachtendienst van de verzekeraar zelf, en pas daarna, als dat niet tot een oplossing leidt, de Ombudsman van de Verzekeringen. Die ombudsdienst behandelt klachten van consumenten over verzekeringscontracten en probeert tot een bemiddelde oplossing te komen zonder dat u meteen naar de rechter moet. Pas wanneer die weg niet tot een uitkomst leidt, rest de gang naar de burgerlijke rechtbank, waar de polisvoorwaarden en de aansprakelijkheidsregels uit het Burgerlijk Wetboek de basis vormen voor de beoordeling. Dat is een aanzienlijk andere weg dan bij een geschil over een omgevingsvergunning, waar u bij een gemeente start en eventueel bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen terechtkomt: bij de ABR-verzekering is er geen bestuursrechtelijke lus, enkel de band tussen verzekeringnemer en verzekeraar, aangevuld met de ombudsdienst als tussenstap.

Voor de bouwheer betekent dit vooral dat de kwaliteit van de polis en de duidelijkheid van de afspraken bij de start van de werken belangrijker zijn dan bij een vergunning, waar de regels vooraf vastliggen in het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), het Waalse Code du Développement Territorial (CoDT) of het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO). Bij de ABR-verzekering legt u zelf, samen met uw aannemer en uw verzekeringstussenpersoon, vast wat gedekt is en wat niet. Dat is ook de reden waarom het zinvol is om, zeker bij een werf waar het dak voor langere tijd open zal liggen, de polisvoorwaarden vooraf te laten doornemen door een verzekeringsmakelaar die de context van het werk kent.

Wilt u zeker zijn dat uw polis aansluit bij de manier van werken op uw dak, dan bespreekt u dat best vooraf met uw aannemer en uw verzekeraar, zodat de planning van de werf en de voorwaarden van de ABR-verzekering op elkaar afgestemd zijn voordat de eerste plaat gelegd wordt.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink