Klikzink

Burenrecht en de dakrand bij gevelbekleding

Bij een dak gaat de discussie over hoever de dakrand overkomt boven de grond van de buur. Bij gevelbekleding met felsplaten of klikfels ligt de vraag anders: hier gaat het niet om iets dat over de perceelsgrens hangt, maar om een gevel die zelf tegen of vlak bij die grens staat, en om een dakrand die daarboven nog een stukje verder komt dan de gevel zelf. Dat is een verticaal vraagstuk waar het bij een dakkapel of een uitbouw een horizontaal vraagstuk is. Wij leggen hier uit wat dat verschil in de praktijk betekent, en wat het Belgisch Burgerlijk Wetboek daarover zegt.

Waar dakoversteken vooral spelen bij een dakkapel, een tuinhuis of een carport, waarbij het dakvlak zelf al op zijn plaats ligt en alleen de rand nog een stuk verder komt, speelt bij gevelbekleding een extra laag: de gevel raakt de rooilijn. Dat is de lijn die de scheiding vormt tussen het privaat perceel en het openbaar domein, meestal de straat. Een gevel die tegen die rooilijn staat, valt onder heel andere regels dan een gevel die midden op het perceel staat. De dakrand die boven die gevel uitsteekt, erft die regels mee: hij mag niet zomaar verder komen dan de gevel waarop hij rust, en al helemaal niet verder dan wat de rooilijn toelaat.

Het Burgerlijk Wetboek regelt in de eerste plaats de verhouding tussen buren onderling, los van de rooilijn. Artikel 3.132 daarvan bepaalt dat een eigenaar zijn dak zo moet aanleggen dat het regenwater op zijn eigen grond valt, en niet op die van de buur. Voor een dak is dat een vraag over de druiplijn. Voor een gevel met felsplaten komt daar een tweede vraag bij: staat de bekleding zelf al over de grens, of alleen de rand die erboven uitsteekt? Dat onderscheid is niet theoretisch. Een gevel die op de erfgrens staat kan volgens de regels over gemene muren tot een andere uitkomst leiden dan een dakrand die enkele centimeters overhelt boven de tuin van de buur. Bij het eerste gaat het om mede-eigendom, bij het tweede om erfdienstbaarheid en overlast.

De drie gewesten verschillen hier niet in de kern van het burenrecht, dat is federale materie en dus overal in België hetzelfde. Wat wel verschilt, is wie oordeelt over de vergunning voor de gevel zelf, en over de rooilijn. In Vlaanderen loopt dat via het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), in het Waalse Gewest via het Code du Développement Territorial (CoDT, het wetboek voor ruimtelijke ontwikkeling), en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest via het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO). Zoals wij uitleggen bij [de overstekende dakrand in Vlaanderen](/belgie/burenrecht/vlaanderen), is de gemeente daar meestal de eerste instantie die oordeelt of een gevelwijziging het straatbeeld raakt. In het Waalse Gewest en in Brussel ligt dat evenzeer bij de gemeente, met een eigen procedure per gewest, maar het principe dat een gevel aan de rooilijn onder strenger toezicht staat dan een gevel binnen het perceel, geldt overal.

Dat strengere toezicht raakt niet alleen de vergunning, maar ook de burenverhouding. Een gevel die tegen de rooilijn staat, grenst vaak meteen aan de gevel van de buur, zeker in een rijwoning of een halfopen bebouwing. De dakrand van de gevelbekleding steekt dan soms licht over naar het perceel van de buur, of komt precies op de scheiding te liggen. In dat geval telt niet alleen wat het Burgerlijk Wetboek zegt over erfdienstbaarheden, maar ook wat er eventueel al vastligt over de gemene muur. Wie daar zonder overleg een fels van 35 mm op laat aansluiten, loopt het risico dat de buur achteraf terecht aanspraak maakt op inzage of op een aanpassing, ook als de gevelbekleding zelf perfect volgens de regels van de kunst is aangebracht.

Een praktijkvoorbeeld maakt dit concreet. Bij een rijwoning waarvan de voorgevel wordt vernieuwd met stalen felsbanen, moet de aannemer rekening houden met de exacte plaats van de erfgrens ter hoogte van de gevel, niet alleen op de grond maar ook in de hoogte. Een gevel die enkele centimeters schuin staat ten opzichte van het kadaster, kan ertoe leiden dat de nieuwe bekleding, die op zichzelf keurig verticaal en vlak wordt aangebracht, toch over de erfgrens komt te liggen boven het maaiveld. Dat is een ander probleem dan een dakrand die simpelweg te ver oversteekt: hier ligt de fout al in de plaatsing van de gevel zelf, en de gevelbekleding maakt dat zichtbaar omdat felsplaten een rechte, harde lijn trekken die elke afwijking toont.

De rol van de rooilijn werkt ook in de andere richting. Een gevel die aan de straatzijde ligt, wordt niet alleen beoordeeld op de verhouding met de buur, maar ook op de verhouding met het openbaar domein. Een dakrand die te ver over de rooilijn komt, raakt niet de buur maar de gemeente, en dat is een heel andere procedure dan een burenzaak. Waar het bij een tuinhuis of een carport vrijwel altijd om een zaak tussen twee particulieren gaat, kan het bij een gevel aan de straat zowel een burenzaak als een zaak met de overheid worden, en soms allebei tegelijk. Wie dat onderschat, ontdekt pas na plaatsing dat de gemeente een aanpassing eist naast wat er al met de buur is afgesproken.

Ook de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer speelt hier een rol die net iets anders ligt dan bij een dakvlak. Een gevel aan de rooilijn is nu eenmaal zichtbaarder en gevoeliger voor klachten dan een dak dat vanaf de straat nauwelijks te zien is. Een gebrek dat bij een dakkapel misschien pas na jaren opvalt, valt bij een gevelbekleding aan de straatzijde meteen op, en dat verkort in de praktijk de tijd waarin een geschil ontstaat. Voor de veiligheidscoördinator die het werk begeleidt, en voor het postinterventiedossier dat na afloop wordt opgemaakt, is het dan ook zinvol om de exacte ligging van de gevel ten opzichte van de erfgrens en de rooilijn te laten opmeten voordat de felsplaten worden bevestigd, en niet pas achteraf wanneer een buur of de gemeente vragen stelt.

Wie twijfelt over de precieze grens tussen wat een burenzaak is en wat een zaak voor de gemeente of het gewest, doet er goed aan om eerst de kadastrale grens en de rooilijn te laten uitzetten door een landmeter, voordat de aannemer met de plaatsing begint. Dat voorkomt dat een gevel die op het eerste gezicht netjes binnen het perceel lijkt te staan, achteraf toch een aanpassing van de dakrand vergt. Neem bij twijfel ook contact op met de gemeentelijke dienst stedenbouw: die kan meteen aangeven of de gevel binnen de geldende regels van het VCRO, het CoDT of het BWRO valt, en of er voor de rooilijn nog een aparte formaliteit nodig is.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink