Klikzink
Wie de gevel van een woning laat bekleden met stalen felsplaten, wil weten of daarop het verlaagde btw-tarief van toepassing is in plaats van het gewone tarief. Voor werk aan een woning boven een bepaalde ouderdom bestaat die mogelijkheid in heel België, in de drie gewesten op dezelfde manier, omdat het om een federale fiscale regel gaat en niet om een gewestelijke bevoegdheid. Het is de aannemer die het tarief toepast op de factuur, op basis van een verklaring die de bouwheer hem aflevert. Die verklaring, en de voorwaarden waaraan de woning en het werk moeten voldoen, zijn voor een gevelbekleding op enkele punten anders dan bij andere werken aan een woning, en daar gaat deze pagina over.
De eerste voorwaarde is de leeftijd van de woning. Er geldt een minimumleeftijd, uitgedrukt in jaren sinds de eerste ingebruikname, en dat aantal jaar staat vast in de fiscale wetgeving maar wordt van tijd tot tijd aangepast. Wij noemen hier bewust geen jaartal of percentage, want dat verandert en een pagina die het wel noemt is binnen een jaar achterhaald. Het actuele aantal jaar en het actuele tarief vindt u op de website van de Federale Overheidsdienst Financiën, of u vraagt het rechtstreeks aan uw aannemer, die dit dagelijks toepast en de recentste regels kent. Voor de leeftijd telt niet de datum van de bouwvergunning, maar het jaar waarin de woning voor het eerst effectief werd bewoond, en dat kan de bouwheer meestal aantonen met een uittreksel uit het bevolkingsregister of met de oorspronkelijke omgevingsvergunning.
Bij een felsdak liggen de banen horizontaal over het dakvlak, van de goot naar de nok, zoals wij uitleggen bij het verlaagde btw-tarief bij een felsdak. Bij een gevel liggen de banen verticaal, van de plint naar de kroonlijst of de dakrand. Dat verschil in richting heeft geen invloed op het btw-tarief zelf — de fiscale regel maakt geen onderscheid tussen dak en gevel — maar het heeft wel invloed op de plaatsing en op wat de aannemer op de factuur moet vermelden. Verticale banen vragen een andere aanpak van de bevestiging en van de aansluitingen onderaan en bovenaan, en de factuur moet duidelijk aangeven dat het om gevelwerk gaat en niet om dakwerk, zodat de controle achteraf, als die er komt, geen twijfel laat over de aard van de werken.
Een tweede punt dat bij gevelwerk vaker meespeelt dan bij dakwerk, is de vraag of het om een volledige vervanging gaat of om een aanvulling op een bestaande gevelafwerking. Het verlaagde tarief geldt voor werk aan een bestaande woning, dat wil zeggen: onderhoud, renovatie, verbetering, herstelling of ombouw. Wanneer een gevel wordt uitgebreid met een nieuw volume, bijvoorbeeld een aanbouw die tegen de bestaande gevel wordt gezet, valt dat aangebouwde deel doorgaans onder een ander regime, zoals ook geldt bij een dakkapel of uitbouw. De felsplaten op de bestaande gevel kunnen dan wel onder het verlaagde tarief vallen, terwijl de nieuwe wand van de aanbouw dat niet doet. Een aannemer die met dit onderscheid vertrouwd is, splitst de factuur op, of vraagt voorafgaand advies aan zijn boekhouder of aan de administratie, om discussie achteraf te vermijden.
Een gevel raakt de rooilijn, de wettelijke of feitelijke grens tussen het privéperceel en de openbare weg, en dat is iets waarmee een dak zelden of nooit te maken heeft. Wie een gevel wil bekleden met felsplaten, verandert het aanzicht van de woning zoals dat vanaf de straat te zien is, en dat is voor de gemeente of het gewest een ander soort ingreep dan een dakrenovatie die vanaf de straat vaak niet of nauwelijks zichtbaar is. Dit heeft geen invloed op het btw-tarief, maar wel op de vraag of er een omgevingsvergunning nodig is, en die twee dossiers lopen in de praktijk vaak samen: de aannemer die de prijsofferte opmaakt voor de gevelbekleding, moet ook weten of de vergunning al binnen is, want zonder vergunning kan het werk niet starten, ongeacht het toegepaste btw-tarief.
In Vlaanderen beoordeelt de gemeente, of in bepaalde gevallen de deputatie, de aanvraag op basis van het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), en gelden er stedenbouwkundige voorschriften die per gemeente kunnen verschillen, bijvoorbeeld over toegelaten kleuren of materialen in de gevel. In het Waalse Gewest gebeurt die beoordeling op basis van de Code du Développement Territorial (CoDT), het Waalse wetboek voor ruimtelijke ontwikkeling, en spreekt men bij een gemeentelijke aanvraag over het collège communal, het gemeentebestuur dat de vergunning aflevert of doorverwijst naar de fonctionnaire délégué, de gewestelijke ambtenaar die in bepaalde dossiers moet adviseren of beslissen. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt de basis in het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO), en speelt de zichtbaarheid vanaf de openbare weg een grote rol in de beoordeling, net omdat het straatbeeld in een stedelijke context zwaarder doorweegt dan op het platteland. Voor felsplaten op een gevel is de kans dat een vergunning nodig is dan ook groter dan bij felsplaten op een dak dat vanaf de straat niet zichtbaar is, en dat verschil bestaat in alle drie de gewesten, ook al lopen de procedures uiteen.
Om het verlaagde tarief te mogen toepassen, moet de bouwheer aan de aannemer een verklaring afleveren waarin hij bevestigt dat de woning oud genoeg is en dat hij de woning gebruikt of zal gebruiken als eigen woning of ze verhuurt voor bewoning. De aannemer bewaart die verklaring bij zijn boekhouding, want bij een controle door de fiscus is hij het die moet kunnen aantonen waarom hij het verlaagde tarief toepaste. Bij een gevelbekleding is het aan te raden om in die verklaring, of in de bijlage bij de factuur, ook te vermelden dat het om gevelwerk gaat, met een korte omschrijving van de materialen: felsplaten van 0,55 mm dikte, blind bevestigd met klemmen, in de gangbare werkende breedte. Dat lijkt overbodig, maar het voorkomt latere discussie over de vraag of het werk wel degelijk om een verbetering van de bestaande gevel ging, en niet om een nieuwbouwelement.
Wanneer meerdere ambachten samen op de gevel werken, bijvoorbeeld de plaatser van de felsplaten samen met een firma die de isolatie onder de bekleding aanbrengt, is het gebruikelijk dat elke aannemer zijn eigen factuur opmaakt en zelf beoordeelt of het verlaagde tarief van toepassing is op zijn deel van het werk. In een lastenboek voor een grotere renovatie wordt dat vaak op voorhand vastgelegd, zodat er geen onduidelijkheid ontstaat wanneer de werf loopt en de facturen na elkaar binnenkomen.
Ga eerst na hoe oud de woning is sinds de eerste bewoning, en verzamel het bewijs daarvan, bijvoorbeeld een uittreksel uit het bevolkingsregister. Vraag vervolgens bij uw gemeente of bij de bevoegde gewestelijke instantie of voor de gevelbekleding een omgevingsvergunning nodig is, want die vraag staat los van het btw-tarief maar bepaalt wel of en wanneer het werk mag starten. Bespreek met uw aannemer welke verklaring u moet afleveren en laat hem op de factuur duidelijk vermelden dat het om gevelwerk aan een bestaande woning gaat. En raadpleeg voor het actuele percentage en de actuele leeftijdsvoorwaarde de website van de Federale Overheidsdienst Financiën, zodat u met de juiste, actuele cijfers naar uw aannemer stapt.