Klikzink

Burenrecht en de dakrand bij verbouwing van een hoeve

Een hoeve die van landbouwbedrijf naar woonhuis overgaat, brengt meer met zich mee dan een nieuw dak. De bestemmingswijziging, de EPB-eis voor de nieuwe woonfunctie en het bestaande, vaak diep overstekende dak van de hoeve komen op datzelfde moment samen. Wie dat niet ziet aankomen, ontdekt pas tijdens de werf dat de oude dakrand die decennialang zonder probleem over de erfgrens hing, plots wél een probleem is zodra de buur een andere blik op de zaak krijgt.

De reden daarvoor is niet dat het Burgerlijk Wetboek is veranderd. Artikel 3.132 van het Burgerlijk Wetboek, dat de regels over de erfgrens vastlegt, bestaat los van wat er met het gebouw gebeurt. Een dakrand, dakgoot of regenpijp die overhelt naar het erf van de buur mag daar niet komen zonder toestemming, en die regel gold voor de hoeve als landbouwbedrijf net zo goed als voor de hoeve als woning. Wat wél verandert, is de aandacht die de buren aan de zaak geven. Een landbouwbedrijf naast een weiland of een ander landbouwperceel valt zelden op. Een verbouwde hoeve met een nieuwe, verzorgde gevel en een nieuwe buur die er zelf gaat wonen, trekt veel meer blikken. Precies op dat moment wordt de oude, misschien al lang bestaande overstek voor het eerst ter discussie gesteld.

Daar komt bij dat de bestemmingswijziging zelf vaak een omgevingsvergunning vergt, en dat die vergunningsaanvraag een buurtonderzoek of openbaar onderzoek met zich meebrengt. Buren die de plannen anders nooit hadden ingezien, krijgen nu wél de kans om opmerkingen te maken. Een overstekende dakrand die in de bestaande toestand al jaren aanwezig was, kan in die procedure ineens naar voren komen als bezwaar, ook al verandert de aanvraag daar op zichzelf niets aan.

De bestemmingswijziging en het bestaande dak

Of voor een hoeve een omgevingsvergunning nodig is, en welke instantie erover beslist, hangt af van het gewest. In Vlaanderen loopt de aanvraag via het omgevingsvergunningenloket op basis van het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), en beoordeelt de gemeente of, bij een grotere ingreep, de deputatie de aanvraag. In het Waalse Gewest gebeurt dat op basis van het Code du Développement Territorial (CoDT, het wetboek voor ruimtelijke ontwikkeling), met de gemeente en soms de fonctionnaire délégué (de gemachtigde ambtenaar van het gewest) als beoordelende instantie. Hoeves liggen zelden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, maar mocht dat toch zo zijn, dan geldt het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO).

Bij een bestemmingswijziging van landbouw naar wonen kijkt de vergunningverlener naar de ruimtelijke impact van de nieuwe functie: verkeer, parkeren, aansluiting op nutsvoorzieningen, en soms ook naar de zonering in het gewestplan of ruimtelijk uitvoeringsplan. Het dak zelf staat daarbij zelden centraal, tenzij de hoeve in een landschappelijk waardevol gebied ligt of als monument beschermd is. Wat wél kan meespelen: als de nieuwe woonfunctie een grondige dakrenovatie vergt om aan de EPB-eisen te voldoen, en die renovatie de gelegenheid biedt om de dakrand meteen aan te pakken, dan is dat vaak het moment waarop de burenrechtelijke kwestie het best wordt opgelost, in plaats van ze mee te nemen naar de volgende generatie eigenaars.

De EPB-eis en de kans om de overstek te herzien

Zodra een gebouw een woonfunctie krijgt, moet het voldoen aan de EPB-eisen (energieprestatie en binnenklimaat) die voor nieuwe of ingrijpend gerenoveerde woningen gelden. Voor het dak van een hoeve betekent dat meestal een nieuwe isolatielaag, en vaak ook een nieuwe dakbedekking omdat de bestaande pannen of golfplaten niet meer aan de eisen van dampdichting en luchtdichtheid voldoen. Bij die vervanging wordt het dak volledig opnieuw opgebouwd, en dat is het moment waarop de bouwheer een keuze heeft die er bij een gewone herstelling niet is: de bestaande overstek exact overnemen, of de dakrand een stuk terugbrengen tot binnen de eigen kaveltekst.

In de praktijk kiezen aannemers en architecten er vaak voor om de overstek te behouden zoals hij was, omdat dat de eenvoudigste en goedkoopste oplossing is en omdat de oude toestand al decennialang zo bestond. Dat is burenrechtelijk geen vrijbrief. De verjaring van een erfdienstbaarheid van overstek werkt niet automatisch: een overstek die er al vijftig jaar hangt, is daardoor niet automatisch toegestaan, want het Burgerlijk Wetboek stelt geen verjaringstermijn voor deze specifieke regel, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een verkregen recht van uitzicht. Bij een dakrenovatie in het kader van een bestemmingswijziging is het dus zowel bouwtechnisch als juridisch het logische moment om de kwestie te regelen, zoals wij ook toelichten bij [een dakrenovatie](/belgie/burenrecht/dakrenovatie).

Ons eigen felsdak, met de fels van 35 mm en een werkende breedte van 475 mm, is daarbij goed inpasbaar op de bestaande dakstructuur van een hoeve, ook als de kapconstructie asymmetrisch of onregelmatig is, wat bij hoeves vaak het geval is. Omdat de banen op maat tot 8000 mm worden gemaakt en de dakrand op de werf wordt afgewerkt, kan de aannemer de overstek precies bepalen op het moment van de opmeting, in plaats van gebonden te zijn aan een standaardmaat.

Wat te doen als de buur nu wel bezwaar maakt

Wanneer de buur tijdens het openbaar onderzoek of pas na de werken bezwaar maakt tegen een overstekende dakrand, is de eerste vraag of er een erfdienstbaarheid bestaat die de overstek toelaat. Die kan zijn vastgelegd in een notariële akte, bijvoorbeeld bij de verkoop van een deel van het hoeveperceel in het verleden, of ze kan zijn ontstaan door een langdurige, ongestoorde en zichtbare toestand die aan de voorwaarden van een verkregen erfdienstbaarheid voldoet. Bij hoeves die al generaties in de familie zijn en waarvan de percelen ooit zijn opgesplitst, is dat vaker het geval dan bij gewone woonhuizen, en het loont de moeite om oude aktes te raadplegen voordat de discussie escaleert.

Is er geen erfdienstbaarheid, dan blijft er drie mogelijkheden over: de buur gedoogt de overstek stilzwijgend, de eigenaars sluiten een nieuwe overeenkomst die de overstek alsnog toestaat, of de overstek wordt bij de renovatie ingekort tot op de erfgrens. Bij een hoeve met een landelijke ligging is de eerste optie in de praktijk het vaakst het geval, simpelweg omdat de afstand tot de perceelsgrens groot is en de overstek geen enkele hinder geeft. Bij een hoeve die na de bestemmingswijziging in een dichtere woonomgeving komt te liggen, of waarvan een deel van het perceel apart wordt verkocht als bouwgrond, is een geschreven overeenkomst wél aan te raden, zodat een latere koper zich niet kan beroepen op onwetendheid.

Omdat een hoeveverbouwing vaak gepaard gaat met een architect en een aannemer die ook de omgevingsvergunning aanvragen, is het raadzaam om de vraag over de dakrand expliciet aan hen voor te leggen voordat de plannen worden ingediend. Een architect die de erfgrens en de bestaande overstek al bij het ontwerp meeneemt, bespaart de bouwheer een discussie die na afwerking van het dak veel duurder is om nog op te lossen. Wie meer wil weten over de algemene regel achter de erfgrens, vindt die uitgewerkt op onze pagina over [burenrecht bij een felsdak](/belgie/burenrecht).

Wie een hoeve verbouwt, doet er dus goed aan de dakrand niet als een detail te behandelen dat na de vergunning nog wel volgt, maar als een vraag die samen met de bestemmingswijziging en de EPB-eis wordt beantwoord. Neem de bestaande overstek op in het ontwerp, laat de architect nagaan of er een erfdienstbaarheid bestaat, en bespreek de kwestie met de buur voordat de steiger staat. Zo voorkomt u dat een verbouwing die de hoeve een nieuwe toekomst geeft, alsnog vastloopt op een grens die er al eeuwen ligt.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink