Klikzink

Asbestinventaris bij de verbouwing van een hoeve

Een hoeve die een tweede leven krijgt als woning, kantoor of horecazaak, brengt vrijwel altijd een oud golfplatendak met zich mee. Op stallen, schuren en bijgebouwen liggen die golfplaten er vaak al decennia, en in veel gevallen bevatten ze asbest. Voordat er één plaat van het dak gaat, is het daarom nuttig te weten wat het Belgische asbestbeleid van u verwacht, en hoe dat samenvalt met de andere stappen die bij een hoeve toch al nodig zijn: de bestemmingswijziging en de EPB-eis.

Het asbestafbouwbeleid dat in België wordt gevoerd, verplicht een asbestinventaris bij de verkoop van een gebouw dat voor die datum is opgericht. Die inventaris wordt opgemaakt door een erkend deskundige, die het gebouw doorloopt en elk materiaal dat asbest kan bevatten, in kaart brengt: de golfplaten op het dak, maar ook leidingisolatie, vloerbekleding of oude schoorsteenkanalen. De inventaris zegt niet alleen of er asbest is, maar ook in welke toestand het verkeert en of het risico op vezelvrijzetting laag of hoog is. Wie een hoeve koopt om te verbouwen, krijgt die inventaris dus al voor de notaris passeert, en dat document is de facto het startpunt van elke sloop- of verbouwingsplanning.

Wie de hoeve al langer in eigendom heeft en nu pas aan verbouwen denkt, is niet verplicht om diezelfde inventaris te laten opmaken, want de verplichting is gekoppeld aan de verkoop, niet aan de verbouwing zelf. Toch is het in de praktijk verstandig om die stap alsnog te zetten. Een aannemer die op een golfplatendak moet werken zonder te weten of het asbest bevat, werkt in het duister, en de kost van een achteraf ontdekt probleem — stilgelegde werf, extra afvoer, blootstelling van personeel — is doorgaans veel hoger dan de kost van een vooraf uitgevoerde inventarisatie.

Bij een hoeve komt daar een extra laag bovenop: het gebouw krijgt vaak een nieuwe bestemming. Een schuur die landbouwloods was, wordt woonruimte, kantoor of atelier. Die bestemmingswijziging vraagt op zichzelf al een omgevingsvergunning, en de gewestelijke overheid die daarover beslist, kijkt naar veel meer dan enkel het dak: naar de impact op de omgeving, naar de waarde van het gebouw als het erfgoed betreft, en naar de manier waarop het gebouw na de werken gebruikt zal worden. De asbestinventaris speelt in die vergunningsaanvraag zelf meestal geen rol, maar de sloopwerken die na de vergunning volgen, moeten er wél op afgestemd zijn. Wij leggen elders uit hoe de stedenbouwkundige vergunning voor een landbouwloods wordt beoordeeld, zoals bij [wanneer een melding volstaat en wanneer een omgevingsvergunning nodig is](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/landbouwloods), en diezelfde logica van melding versus vergunning geldt voor een hoeve die van bestemming verandert.

De derde laag is de EPB-eis. Zodra een hoeve een woonfunctie krijgt of ingrijpend energetisch wordt gerenoveerd, moet het dak voldoen aan de EPB-regelgeving die op dat moment van toepassing is. Dat betekent in de praktijk dat het oude golfplatendak niet zomaar vervangen wordt door een gelijkaardige plaat, maar dat er een pakket van isolatie en een nieuwe dakbedekking komt dat aan de warmtedoorgangscoëfficiënt voldoet die voor het gewest geldt. Hoe die EPB-eis precies uitwerkt bij een hoeve, met de bijzonderheden van een bestaand gebouw dat een nieuwe schil krijgt, leggen wij uit bij [hoe de EPB-regelgeving werkt bij de verbouwing van een hoeve](/belgie/epb/hoeve). Voor deze pagina is vooral relevant dat die EPB-werken en de asbestverwijdering hand in hand gaan: het dak moet sowieso open, en dat is het moment om de golfplaten te laten verwijderen door een gespecialiseerde firma, voordat de nieuwe felsplaten en de isolatie geplaatst worden.

De asbestverwijdering zelf is in heel België aan dezelfde basisregels gebonden: wie asbest verwijdert, moet dat op een veilige manier doen, met de juiste beschermingsmaatregelen en een correcte afvoer naar een erkend verwerkingspunt. Het gewest waarin de hoeve ligt, bepaalt via zijn eigen milieuregelgeving de precieze voorwaarden waaronder dat mag gebeuren, en welke werken door de eigenaar zelf mogen worden uitgevoerd en welke aan een erkende firma voorbehouden zijn. Bij hechtgebonden golfplaten in redelijke staat is voor kleine oppervlakten soms een eenvoudiger regime van toepassing dan bij sterk verweerde platen of bij grote oppervlakten, waar een gecertificeerde verwijderaar verplicht is. Omdat die grens per gewest anders ligt en de platen op een hoeve vaak al veertig jaar of langer blootliggen aan weer en wind, is het raadzaam de toestand van het dak vooraf te laten beoordelen door de asbestdeskundige, en niet zelf in te schatten of het om hechtgebonden dan wel losgebonden asbest gaat.

Wie de kostprijs van die inventarisatie wil kennen en wil weten hoe die kost is opgebouwd, vindt dat uitgewerkt op de pagina over wat de asbestinventaris kost. Voor een hoeve met meerdere gebouwen — het hoofdgebouw, de stallen, een schuur — loopt die kost vaak hoger op dan bij een gewone eengezinswoning, precies omdat er meer materialen en meer vierkante meters dak te onderzoeken zijn. Het is dan ook zinvol om de inventarisatie te combineren met de sloopplanning: één deskundige die het hele erf in kaart brengt, is efficiënter dan losse inventarisaties per gebouw.

Er is nog een praktisch punt dat bij een hoeve vaker voorkomt dan bij een gewone woning: de veiligheidscoördinator. Zodra er meerdere aannemers op de werf actief zijn — de ene voor de sloop en asbestverwijdering, de andere voor de ruwbouw, een derde voor het nieuwe dak — is een veiligheidscoördinator verplicht, die er onder meer op toeziet dat de asbestverwijdering volgens plan verloopt voordat de volgende aannemer aan de slag gaat. Bij een hoeve met verschillende gebouwen en een gefaseerde verbouwing is die coördinatie geen overbodige luxe: het is vaak de coördinator die erop toeziet dat het postinterventiedossier na de werken correct is aangevuld, met daarin ook de gegevens over waar en hoe het asbest is verwijderd.

Voor de eigenaar van een hoeve die aan verbouwen denkt, is de praktische volgorde dus: eerst de asbestinventaris laten opmaken of, als die al bestaat, laten nakijken door een erkend deskundige; vervolgens de vergunningsaanvraag voor de bestemmingswijziging indienen bij het gewest; en pas dan de sloop van het oude golfplatendak plannen, gecombineerd met de EPB-conforme vervanging door een nieuw dak. Wie deze volgorde omdraait, loopt het risico dat de asbestverwijdering al gebeurd is voordat de vergunning binnen is, of dat het nieuwe dak al ligt voordat duidelijk is welke EPB-eis precies gehaald moet worden. Neem daarom tijdig contact op met een erkend deskundige voor de inventaris en met de bevoegde dienst van het gewest voor de vergunning, zodat de sloop, de vergunning en de nieuwe dakopbouw in de juiste volgorde en zonder vertraging op elkaar aansluiten.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink