Klikzink
Bij een bedrijfsgebouw komt de felsbedekking vaak niet rechtstreeks bij de eindgebruiker terecht, maar bij een aannemer die werkt op basis van een lastenboek, onder toezicht van een architect en met een oplevering die in twee fasen verloopt: een voorlopige en een definitieve. Dat verandert niets aan de btw-regels zelf, maar het bepaalt wel wie welk document aanlevert, op welk moment, en wie daarvoor verantwoordelijk is. Bij een bedrijfsgebouw is de opdrachtgever bovendien meestal zelf een onderneming, wat de btw-behandeling op een aantal punten eenvoudiger maakt dan bij een particuliere bouwheer.
Wanneer wij felsplaten leveren vanuit Ede aan een Belgische onderneming, gaat het in de regel om een intracommunautaire levering. Wij factureren zonder Nederlandse btw, en de Belgische onderneming die de platen ontvangt, verlegt de btw naar zichzelf via haar eigen aangifte. Dat is een andere situatie dan wanneer diezelfde platen geleverd én verwerkt worden door een Nederlandse onderaannemer die zelf op de Belgische werf komt monteren: dan is er sprake van een dienst met materiaal, en gelden er andere regels over waar de btw verschuldigd is. Bij een bedrijfsgebouw met een lastenboek is het daarom essentieel dat vooraf duidelijk is wie welke rol speelt: is de Belgische aannemer de koper die zelf monteert, of levert en plaatst een buitenlandse partij in eigen beheer. Wij leggen deze twee routes uitgebreider naast elkaar op onze algemene pagina over [btw bij levering over de grens bij een felsdak](/belgie/btw-over-de-grens), maar voor een bedrijfsgebouw is de eerste route, levering aan de aannemer die zelf de plaatsing doet, veruit de meest gebruikelijke.
Een lastenboek beschrijft niet alleen welke felsbanen, welke plaatdikte en welke kleur er gebruikt worden, maar meestal ook wie welke rol draagt in de uitvoering: de hoofdaannemer, eventuele onderaannemers, en de leverancier van het materiaal. Voor de btw is dat lastenboek een nuttig referentiepunt, omdat het vastlegt of de levering van felsplaten een zuivere materiaalverkoop is aan de aannemer, of dat de leverancier ook een deel van de montage voor zijn rekening neemt. In de praktijk zien wij bij bedrijfsgebouwen meestal de eerste vorm: de aannemer koopt de felsplaten rechtstreeks bij ons, laat ze op maat maken tot de gewenste sneden en monteert ze zelf of met een eigen ploeg op de werf. In dat geval is de transactie tussen ons en de Belgische aannemer een intracommunautaire levering van goederen, en heeft de wijze waarop het gebouw verder wordt opgeleverd geen invloed op die btw-behandeling.
De architect die het lastenboek heeft opgesteld, controleert doorgaans niet de btw-afhandeling zelf, maar wel of de geleverde platen overeenstemmen met de specificaties: fels van 35 mm, de juiste werkende breedte, de juiste coating en de juiste maatvoering tot 8000 mm. Toch is het voor de aannemer nuttig om de architect of de opdrachtgever te informeren over het feit dat het materiaal uit Nederland komt, omdat dit soms gevolgen heeft voor de planning van de werf en voor de documentatie die bij de definitieve oplevering gevraagd wordt.
Om zonder Nederlandse btw te kunnen factureren, moet de Belgische aannemer over een geldig Belgisch btw-nummer beschikken en dat nummer vooraf aan ons doorgeven. Wij controleren dat nummer via het Europese systeem voor btw-identificatie, en bewaren die controle als bewijsstuk bij onze administratie. Daarnaast moeten wij kunnen aantonen dat de felsplaten daadwerkelijk van Ede naar de werf in België zijn vervoerd: een vrachtbrief, een leveringsbon met adres van de werf, of een ander vervoersdocument. Bij een bedrijfsgebouw met een duidelijk lastenboek is dat meestal eenvoudig te regelen, omdat het leveringsadres al vroeg in het traject vaststaat en de aannemer gewend is om dergelijke documenten bij te houden voor zijn eigen dossier.
Het is de aannemer die de felsplaten ontvangt die verantwoordelijk is voor het correct verwerken van de intracommunautaire verwerving in zijn eigen btw-aangifte. Wij als leverancier hoeven daarvoor niets in België te regelen, zolang de levering een zuivere goederenlevering blijft en wij zelf niet monteren. Zodra wij wel montagepersoneel op de werf zouden inzetten, verandert dat beeld en moet er gekeken worden naar de regels die gelden voor werk in onroerende staat, zoals ook toegelicht bij [btw bij levering over de grens bij een landbouwloods](/belgie/btw-over-de-grens/landbouwloods), waar diezelfde vraag speelt bij een vergelijkbaar soort bedrijfsmatig gebouw.
Bij grotere bedrijfsgebouwen wordt vaak in twee fasen opgeleverd: een voorlopige oplevering, waarbij eventuele gebreken worden genoteerd, en een definitieve oplevering na het verstrijken van een waarborgperiode. Dat onderscheid is voor de btw op de oorspronkelijke levering van de felsplaten niet relevant: die btw-behandeling is al vastgelegd op het moment van de levering zelf, ongeacht wanneer het gebouw uiteindelijk wordt opgeleverd. Wel kan het van belang zijn wanneer er tussen de voorlopige en de definitieve oplevering nog aanpassingen of herstellingen nodig zijn aan de felsbedekking, bijvoorbeeld omdat een aansluiting of een doorvoer niet aan de specificaties van het lastenboek voldeed.
Als wij in die fase nog aanvullend materiaal leveren, geldt daarvoor opnieuw de gewone regeling voor een intracommunautaire levering, op voorwaarde dat het nog steeds gaat om een levering van goederen aan de Belgische aannemer en niet om een dienst die wij zelf op de werf uitvoeren. Bij een bedrijfsgebouw met een architect en een tienjarige aansprakelijkheid die op de aannemer rust, is het gebruikelijk dat dergelijke naleveringen apart gefactureerd worden en dus ook apart beoordeeld moeten worden voor de btw. Wij raden aan om dat in het lastenboek of in de onderaannemingsovereenkomst al te voorzien, zodat er bij de definitieve oplevering geen onduidelijkheid ontstaat over wie welk deel van het materiaal heeft geleverd en onder welke voorwaarden.
Voor een vlotte levering aan een bedrijfsgebouw vragen wij van de Belgische aannemer een aantal vaste gegevens: het geldige Belgische btw-nummer, het exacte leveringsadres van de werf, en bij voorkeur een verwijzing naar het lastenboek of het projectnummer waaronder de bestelling valt. Dat laatste is niet verplicht voor de btw, maar maakt het voor beide partijen eenvoudiger om de levering later te koppelen aan de juiste post in de eindafrekening, zeker wanneer een project uit meerdere bestellingen bestaat, bijvoorbeeld omdat de felsplaten in verschillende sneden en lengtes tot 8000 mm besteld worden voor verschillende dakvlakken van hetzelfde gebouw.
Daarnaast bewaren wij zelf de vervoersdocumenten en de btw-nummercontrole, zodat wij bij een controle door de Belgische of Nederlandse belastingdienst kunnen aantonen dat de levering terecht zonder Nederlandse btw is gefactureerd. Wij adviseren de aannemer om dezelfde documenten aan zijn kant te bewaren bij het projectdossier, samen met het lastenboek en het proces-verbaal van de voorlopige en de definitieve oplevering. Dat dossier is toch al nodig voor de tienjarige aansprakelijkheid en voor het postinterventiedossier van het gebouw, en de btw-documentatie past daar goed bij.
Wij leveren de felsplaten voor uw bedrijfsgebouw op maat, met de juiste sneden en lengtes zoals in het lastenboek beschreven, en wij bezorgen u graag de documenten die u nodig heeft om de levering correct in uw eigen btw-aangifte te verwerken. Neem tijdig contact met ons op met uw btw-nummer en het leveringsadres van de werf, zodat wij dit voor de start van de plaatsing kunnen regelen.