Klikzink

EPB-regelgeving bij een bedrijfsgebouw met dakrenovatie

Een bedrijfsgebouw valt onder een andere EPB-categorie dan een woning, maar zodra u het dak vervangt of ingrijpend isoleert, gelden er wel degelijk isolatie-eisen. Dat verrast opdrachtgevers regelmatig: men denkt dat EPB vooral een woningverhaal is, terwijl de regelgeving voor niet-residentiële gebouwen op onderdelen net zo streng is, en soms strenger doordat het om grote, aaneengesloten dakvlakken gaat waar warmteverlies snel optelt. Bij een kantoorgebouw, een showroom of een bedrijfshal met kantoren telt elk vervangen dakvlak mee in het dossier, en dat dossier moet kloppen voordat het werk begint, niet achteraf.

De drie gewesten hanteren elk hun eigen energieprestatieregelgeving, met een eigen verslaggever, een eigen software en een eigen indieningsprocedure. Voor een bedrijfsgebouw is het onderscheid tussen bouwen en ingrijpend renoveren, en tussen ingrijpend renoveren en gewone renovatie, in elk gewest net iets anders gedefinieerd. Bij een dakrenovatie op een bestaand bedrijfsgebouw komt u meestal in de categorie van de eenvoudige renovatie terecht, waarbij vooral de isolatiewaarde van het vervangen dakvlak telt en niet het volledige energieprestatiepeil van het gebouw. Maar zodra de werken groter zijn, bijvoorbeeld wanneer het dak samen met de gevel en de technieken wordt aangepakt, kan het dossier alsnog in de categorie ingrijpende renovatie vallen. Welke categorie van toepassing is, bepaalt de EPB-verslaggever aan het begin van het traject, en dat is een ander moment dan bij een woning waar de architect die inschaling vaak zelf al aanvoelt.

Wat de EPB-verslaggever van het dak wil zien

Voor een dak in stalen felsplaten of klikfels toetst de EPB-verslaggever drie dingen: de isolatiewaarde van het volledige dakpakket, de luchtdichtheid van de aansluitingen, en het ontbreken van koudebruggen op plaatsen waar het dak aansluit op gevel, dakrand of doorvoeren. Bij een bedrijfsgebouw met een groot, vlak of licht hellend dakvlak vanaf zes graden liggen die aansluitingen vaak op plekken waar u ze bij een woning niet tegenkomt: rond lichtkoepels, langs dakgoten met een grote doorsnede, bij de overgang naar een aangebouwde loods met een andere dakhoogte. Elk van die details moet op plan staan voordat de werf start, met het type isolatie, de dikte en de manier van aansluiten. Dat is een ander detailniveau dan bij een dakkapel of uitbouw, waar wij het EPB-traject uitwerken in [de EPB-regelgeving bij een dakkapel of uitbouw](/belgie/epb/dakkapel-of-uitbouw): daar gaat het om één beperkt volume, hier om een dakvlak van honderden of duizenden vierkante meter waar een fout in de detaillering zich vermenigvuldigt over de hele oppervlakte.

Het isolatiepakket onder de felsplaten moet u dus laten goedkeuren voordat de plaatleverancier de banen op maat snijdt. Wij leveren onze felsbanen op maat tot 8000 mm, en die maatvoering wordt vaak al vastgelegd op basis van een dakplan waarin de EPB-verslaggever de isolatiedikte heeft bevestigd. Wijzigt die dikte achteraf, dan wijzigt de opbouw van de dakrand en de aansluiting op de daktrim, en dat is iets waar een aannemer liever niet middenin de uitvoering achter komt.

Het moment waarop het vastligt

Bij een bedrijfsgebouw met een lastenboek en een architect ligt de EPB-toets normaal op drie momenten vast. Eerst bij de startverklaring, wanneer de architect en de EPB-verslaggever samen het uitgangsdossier indienen: daarin staat welke isolatiewaarde het dak moet halen en volgens welke categorie het dossier wordt behandeld. Vervolgens tijdens de uitvoering, waar de EPB-verslaggever controleert of wat er werkelijk op het dak wordt aangebracht overeenkomt met wat op plan stond, vaak aan de hand van foto's die de aannemer tijdens de werf maakt van de isolatie en de aansluitingen vóór de felsplaten erover komen. En ten slotte bij de EPB-aangifte na de oplevering, waarin de definitieve resultaten worden vastgelegd op basis van de werfopvolging.

Bij een oplevering in twee stappen, zoals gangbaar is bij een bedrijfsgebouw waar de ruwbouw en de afwerking apart worden opgeleverd, valt de eerste EPB-controle vaak samen met de voorlopige oplevering van de dakdichting en de isolatie. Op dat moment moet de aannemer kunnen aantonen dat de isolatiedikte en de luchtdichtheid overeenkomen met het lastenboek, nog voordat de felsplaten als eindafwerking zijn aangebracht. Bij de tweede, definitieve oplevering wordt vooral nagegaan of er tijdens de afwerking geen doorbrekingen of wijzigingen zijn aangebracht die de EPB-prestatie alsnog aantasten, bijvoorbeeld een extra dakdoorvoer voor een later toegevoegde technische installatie. Deze knip in twee opleveringsmomenten is precies waarom het bij een bedrijfsgebouw belangrijker is dan bij een woning om de EPB-verslaggever al bij de eerste oplevering te betrekken: bij een woning is er vaak maar één opleveringsmoment, hier zijn het er twee, met tijd ertussen waarin nog dingen kunnen veranderen.

De rol van het lastenboek

Een lastenboek voor een bedrijfsgebouw beschrijft doorgaans de gewenste isolatiewaarde als resultaatsverbintenis, zonder daarbij automatisch het exacte pakket voor te schrijven. Dat geeft de aannemer ruimte om een dakopbouw met stalen felsbanen voor te stellen die de gevraagde U-waarde haalt binnen de opgegeven dakopbouw, maar het betekent ook dat de aannemer verantwoordelijk is voor het bewijs dat die waarde ook echt gehaald wordt. Bij geschillen tussen opdrachtgever en aannemer over een dakprestatie die achteraf niet blijkt te kloppen, is het EPB-dossier vaak het eerste stuk waarnaar gekeken wordt, en dat raakt aan de bredere aansprakelijkheid die wij bespreken bij wat er kan misgaan in het traject: zie ook [wat er vaak misgaat bij de EPB-regelgeving](/belgie/epb/wat-gaat-er-mis). Bij een bedrijfsgebouw met een architect en een lastenboek is de kans op zo'n geschil kleiner dan bij een eenvoudige verbouwing zonder architect, omdat de verantwoordelijkheden vooraf verdeeld zijn, maar de EPB-verslaggever blijft de onafhankelijke partij die de feiten vaststelt.

Voor de aannemer die de felsplaten plaatst, betekent dit in de praktijk dat hij de EPB-verslaggever tijdig moet informeren over de opbouw die hij toepast: het type isolatie, de dikte, de manier van blind bevestigen met klemmen, en de detaillering rond de daktrim en de nok. Onze felsbanen worden Sendzimir verzinkt geleverd met een organische coating en wegen ongeveer 5 kg per vierkante meter, wat voor de EPB-berekening zelf niet relevant is, maar wel voor de manier waarop de bevestiging en de onderliggende isolatie op elkaar aansluiten. Een verslaggever die het detail van de bevestiging niet kent, kan de luchtdichtheidswaarde van het dak niet correct inschatten, en dat detail wordt daarom het best meteen bij het uitgangsdossier meegeleverd door de aannemer of de architect.

Wat u nu kunt doen

Vraag bij het opstellen van het lastenboek meteen aan de architect welke EPB-categorie voor uw bedrijfsgebouw van toepassing is, en laat de EPB-verslaggever de dakopbouw met felsplaten beoordelen voordat de bestelling bij de plaatleverancier de deur uitgaat. Leg de twee opleveringsmomenten vooraf vast met de aannemer, zodat duidelijk is welke EPB-controle bij welke oplevering hoort. En bewaar de foto's van de isolatie en de aansluitingen die tijdens de werf gemaakt worden: die vormen samen met het definitieve verslag het bewijs dat het dak van uw bedrijfsgebouw voldoet aan de eisen die bij de start zijn afgesproken.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink