Klikzink

ABR-verzekering bij een bedrijfsgebouw met lastenboek

Bij een bedrijfsgebouw ligt de verantwoordelijkheid anders dan bij een particuliere woning. Er is een opdrachtgever die investeert in een pand voor eigen gebruik of verhuur, er is doorgaans een architect die het ontwerp maakt en het lastenboek opstelt, en er is een aannemer die op basis van dat lastenboek uitvoert. Die driehoek bepaalt ook hoe de ABR-verzekering, voluit de verzekering Alle Bouwplaats Risico's, wordt afgesloten en wie daarin welk belang heeft. Waar bij een particuliere verbouwing vaak de aannemer alleen een polis afsluit voor zijn eigen werk, is het bij een bedrijfsgebouw gebruikelijker dat de opdrachtgever een polis afsluit die de volledige werf dekt, van de ruwbouw tot de technieken en de dakafwerking, met alle betrokken partijen als medeverzekerden.

De reden daarvoor is eenvoudig: bij een bedrijfsgebouw zijn er meestal meerdere aannemers tegelijk actief, elk voor hun eigen deel van het lastenboek. De ruwbouwaannemer, de dakdekker die de felsplaten legt, de installateur van de technieken op het dak, en soms nog een aparte firma voor de gevelbekleding. Als elke aannemer apart een polis afsluit, ontstaan er grijze zones: wie is verantwoordelijk als een schade ontstaat op het raakvlak tussen twee bouwfasen, bijvoorbeeld wanneer het dak al gefelst is maar de technieksokkels nog niet geplaatst zijn en er water binnendringt via een opening die daarvoor is vrijgehouden? Een globale ABR-polis, afgesloten door de opdrachtgever of door de hoofdaannemer namens het geheel, vangt die schade op zonder dat eerst moet worden uitgezocht wie precies in fout was.

De rol van de architect en het lastenboek

Bij een bedrijfsgebouw met architect is het lastenboek het document waarin de verzekeringsverplichting meestal al is vastgelegd. Een goed lastenboek bepaalt niet alleen welke platen, welke felsbreedte en welke bevestiging worden toegepast, maar ook wie de ABR-polis afsluit, voor welk bedrag verzekerd wordt, en welke uitsluitingen niet aanvaardbaar zijn. Voor een dakwerk met stalen felsbanen is het relevant dat de polis expliciet de periode dekt waarin het dak openligt: de fase tussen het verwijderen van de oude dakbedekking of het aanbrengen van de eerste sneden felsplaat, en het moment waarop het geheel waterdicht is opgeleverd. Die fase is het moment waarop een bedrijfsgebouw het kwetsbaarst is, want binnen liggen vaak al machines, voorraad of afgewerkte vloeren die niet tegen water kunnen.

De architect controleert of de aannemer voldoet aan de eisen uit het lastenboek, maar de architect is zelf ook een partij met aansprakelijkheid. Daarom wordt de architect vaak mee opgenomen als verzekerde in de ABR-polis, naast de aannemer en de opdrachtgever. Dat voorkomt dat bij een schadegeval de architect apart moet aantonen dat hij geen fout heeft gemaakt in het ontwerp, terwijl de polis al dekking biedt voor de materiële schade zelf. Deze constructie met meerdere medeverzekerden is typisch voor bedrijfsgebouwen en komt veel minder voor bij een eenvoudige particuliere verbouwing waar de aannemer alleen werkt.

Een open dak is een apart geval

Bij een bedrijfsgebouw is het dakoppervlak vaak groot, en de fase waarin het dak openligt duurt daardoor langer dan bij een woning. Een felsdak van enkele honderden vierkante meter wordt niet in één dag gelegd: de platen worden op maat gemaakt tot 8000 mm, per baan geplaatst en met klemmen blind bevestigd, en dat proces verloopt in stroken over de volledige dakvlakte. Tijdens die opbouw is het dak op sommige plaatsen al dicht en op andere plaatsen nog open. Een gewone brandverzekering van het gebouw dekt die tussentoestand meestal niet, want die polis gaat uit van een afgewerkt en opgeleverd gebouw. Precies daar ligt de meerwaarde van de ABR-verzekering: die dekt het gebouw zoals het er tijdens de werken bij ligt, inclusief de periodes waarin het dak gedeeltelijk open is.

Een bijkomend punt bij bedrijfsgebouwen is de weersafhankelijkheid van die open fase. Een dak van 475 mm werkende breedte per baan, met een minimale hellingsgraad vanaf zes graden, is ontworpen om na plaatsing water snel af te voeren, maar tijdens de opbouw is er nog geen doorlopende afwatering. Een hoosbui op een moment dat een deel van het dak nog niet is aangesloten, kan water naar binnen laten lopen op plekken waar dat bij een afgewerkt dak niet zou gebeuren. Verzekeraars houden daar rekening mee en vragen soms een omschrijving van de fasering in het lastenboek, zodat duidelijk is welk deel van het dak op welk moment als afgewerkt geldt. Dat is een detail dat bij een klein dakvlak, zoals bij een dakkapel of uitbouw, veel minder speelt, zoals wij uitleggen bij [ABR-verzekering bij een dakkapel of uitbouw](/belgie/abr-verzekering/dakkapel-of-uitbouw).

Oplevering in twee stappen

Bij een bedrijfsgebouw met architect verloopt de oplevering vaak in twee stappen: een voorlopige oplevering, waarbij het gebouw wordt gecontroleerd op zichtbare gebreken en de aannemer een lijst van opmerkingen krijgt om te verhelpen, en een definitieve oplevering die pas na de tienjarige aansprakelijkheidstermijn volgt of na het verstrijken van een waarborgperiode. Dat onderscheid is belangrijk voor de ABR-polis, want de dekking van de ABR-verzekering loopt in de regel tot de voorlopige oplevering. Vanaf dat moment draagt de opdrachtgever het gebouw, en verschuift de dekking naar de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer en de architect voor verborgen gebreken die de stabiliteit aantasten, en naar de gewone gebouwenverzekering voor het overige.

Voor een dak is dat kantelpunt concreet: tot de voorlopige oplevering valt schade door een fout tijdens de plaatsing, zoals een verkeerd aangesloten randafwerking bij de nok of een klem die niet goed vastzit, onder de ABR-polis. Na de voorlopige oplevering wordt diezelfde schade een zaak tussen de opdrachtgever en de aannemer, eventueel via de tienjarige aansprakelijkheid als het om een verborgen constructiefout gaat. Bij bedrijfsgebouwen met een lastenboek wordt daarom vaak afgesproken dat de ABR-dekking pas eindigt na een gezamenlijke controle van het dak, inclusief de aansluitingen op doorvoeren, lichtstraten en technische opstanden, omdat net die aansluitingen de plekken zijn waar een fels- of klikdak in de praktijk het vaakst een lek vertoont.

Wat de opdrachtgever concreet regelt

In de praktijk is het aan de opdrachtgever, of aan de architect namens de opdrachtgever, om bij de start van de werf te bepalen wie de ABR-polis afsluit, voor welk verzekerd bedrag, en of onderaannemers zoals de dakdekker automatisch mee verzekerd zijn of een eigen polis moeten voorleggen. Dat laatste is bij bedrijfsgebouwen gebruikelijker dan bij woningbouw, omdat er specialistische onderaannemers bij komen, zoals de firma die enkel de felsplaten en de klikfels plaatst. Een verzekeraar wil weten welke firma welk deel van het dak uitvoert, en op basis daarvan wordt de polis opgesteld. Het is daarom zinvol om deze afspraak schriftelijk in het lastenboek op te nemen, zodat er bij de start van de werf geen onduidelijkheid bestaat over wie welke schade draagt.

Wilt u nagaan hoe de ABR-dekking voor uw bedrijfsgebouw moet worden opgezet, neem dan contact op met uw architect of verzekeringsmakelaar en leg de fasering van het dakwerk expliciet vast in het lastenboek, inclusief het moment van de voorlopige oplevering. Zo weet elke partij op de werf vanaf wanneer de dekking van de ABR-polis eindigt en de gewone aansprakelijkheid begint.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink