Klikzink

Erfgoed en beschermde gevels bij gevelbekleding

Een dak ligt boven het straatbeeld en is vanaf de stoep vaak maar deels zichtbaar. Een gevel staat er middenin. Wie door een beschermd stads- of dorpsgezicht wandelt, kijkt naar de gevelwand, naar de opeenvolging van ramen, deuren en materialen op ooghoogte. Dat is de eerste en belangrijkste reden waarom een gevelbekleding met stalen felsplaten in zo'n context strenger en anders wordt bekeken dan een dakbedekking. De felsen op onze platen lopen verticaal wanneer ze op een gevel worden toegepast, in plaats van de klassieke horizontale opbouw die je bij dakbedekking ziet. Die verticale richting is precies waar de erfgoedbeoordeling om draait: verandert dit het silhouet van het pand zoals het straatbeeld het al generaties lang kent?

In de drie gewesten geldt hetzelfde uitgangspunt: een gebouw of gebied kan een erfgoedstatus hebben op verschillende niveaus, van een beschermd monument tot een gebied dat is opgenomen in een vastgestelde inventaris of een beschermd stads- of dorpsgezicht. Bij die laatste categorie gaat het niet om het individuele pand, maar om de samenhang van de straat of het plein. Een gevelingreep aan één woning wordt daarom nooit los beoordeeld van de buurpanden. Dat is een wezenlijk verschil met een dakwerk: het dak van uw woning ziet de voorbijganger zelden in samenhang met het dak van de buren, maar de gevel wel. Het agentschap dat de erfgoedbevoegdheid uitoefent -- in Vlaanderen is dat onroerend erfgoed, in het Waalse Gewest de dienst voor erfgoed binnen de administratie, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de directie monumenten en landschappen -- toetst een gevelplan dan ook op straatniveau: past de nieuwe bekleding in het ritme, de kleur en de textuur van de rij gevels waar ze deel van uitmaakt.

Het tweede punt waarin een gevel zich onderscheidt van een dak, is de rooilijn. De gevel van uw woning staat doorgaans op of net achter de rooilijn, de wettelijke grens tussen het privéperceel en de openbare weg. Een dakvlak kan wat overstek geven zonder dat de rooilijn in het geding komt, maar een gevelbekleding raakt die grens rechtstreeks. Wanneer de nieuwe bekleding een paar centimeter dikker uitvalt dan de bestaande gevelafwerking, of wanneer er een onderconstructie nodig is om de felsplaten te bevestigen, kan dat gevolgen hebben voor de positie van de gevel ten opzichte van de rooilijn. In een beschermd gezicht wordt daar specifiek naar gekeken, omdat een verspringende gevellijn het straatprofiel verstoort. Dat is anders dan bij een dakkapel of uitbouw, waar de erfgoedvraag vooral over de volumewijziging van het dakvlak zelf gaat, zoals wij toelichten bij [erfgoed en beschermde gevels bij een dakkapel](/belgie/erfgoed/dakkapel-of-uitbouw).

Wat de erfgoedbeoordeling concreet toetst

De kleur en de reflectie van het materiaal staan meestal boven aan het lijstje. Onze felsplaten zijn Sendzimir verzinkt en afgewerkt met een organische coating, wat een matte en gelijkmatige uitstraling geeft. In een straat met bakstenen gevels of gepleisterde puien wordt vaak gevraagd naar een kleurstelling die aansluit bij de bestaande gevelwand, en dat is met deze coating in de regel goed te motiveren. Bij een dak speelt reflectie ook een rol, maar daar gaat het vooral om de zichtbaarheid vanaf de openbare weg of vanaf hoger gelegen punten; bij een gevel gaat het om wat de voetganger recht voor zich ziet.

Een tweede toetsingspunt is de richting en de belijning van de sneden. Verticale felsen op een gevel benadrukken de hoogte van het pand en kunnen, afhankelijk van de plaatsing, het historische gevelritme versterken of net doorbreken. Een smal pand met een verticale belijning in felsplaten kan de oorspronkelijke travee-indeling van de gevel juist accentueren; op een breed pand kan diezelfde belijning net een ongewenst modern accent geven. Het agentschap beoordeelt dit aan de hand van foto's van de bestaande toestand en een gevelaanzicht op schaal, waarin de plaatsing van de felsen ten opzichte van raamopeningen en gevelbreedte precies is uitgetekend.

Een derde punt is de aansluiting op de bestaande gevelopeningen: raamdorpels, kroonlijsten, sierlijsten en de plint. Bij een dakbedekking is de aansluiting op de nok of de dakrand een technisch vraagstuk dat zelden esthetisch wordt getoetst, zoals wij uitleggen bij de aansluiting op de nok. Bij een gevel ligt dat anders: elke aansluiting van de nieuwe bekleding op een bestaand gevelelement is zichtbaar op straatniveau en wordt in een beschermd gezicht mee beoordeeld. Een dorpel die wegvalt achter een te dikke plaat, of een sierlijst die wordt onderbroken door de nieuwe bekleding, is precies het soort detail waar een negatief advies op kan stranden.

Hoe de procedure in de praktijk verloopt

Ongeacht het gewest doorloopt een gevelingreep in een beschermd gezicht een vergelijkbaar traject: de vergunningverlenende overheid vraagt advies aan de erfgoedinstantie, en dat advies wordt meegenomen in de beslissing over de omgevingsvergunning. Het verschil met een dakwerk zit niet in de structuur van die procedure, maar in de aard van de stukken die worden opgevraagd. Voor een gevel wordt vaker een volledig gevelaanzicht van de hele straatwand gevraagd, niet alleen van het eigen pand, omdat de beoordeling per definitie vergelijkend is. Voor een dak volstaat meestal een aanzicht van het eigen dakvlak en de directe omgeving.

De doorlooptijd van het dossier hangt af van het gewest en van de vraag of er bijkomende stukken nodig zijn, en die aspecten werken we uitgebreider uit op de pagina over de doorlooptijd van een erfgoeddossier. Voor het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelden elk hun eigen instanties en procedurestappen, die we afzonderlijk behandelen omdat ze op praktische punten van elkaar afwijken.

Wat dit betekent voor de keuze van het materiaal

Voor de aannemer of architect die de aanvraag voorbereidt, is het raadzaam om in een vroeg stadium contact te leggen met de dienst erfgoed, nog voor het gevelplan definitief is. Een informeel voorgesprek, waar dat mogelijk is, geeft vaak al aan of een verticale felsbekleding kansrijk is of dat het agentschap eerder een gedempte kleurstelling of een andere plaatrichting zal vragen. Omdat onze felsplaten op maat worden gezet tot een lengte van acht meter, is het technisch mogelijk om de platen over de volledige gevelhoogte in één stuk te leveren, zonder horizontale onderbreking. Dat kan in een erfgoedcontext juist een pluspunt zijn: minder horizontale lijnen in het gevelvlak betekent een rustiger silhouet, wat aansluit bij de wens van veel erfgoedadviseurs om de gevel als aaneengesloten vlak te laten spreken in plaats van als opeenstapeling van panelen.

Wilt u een gevelbekleding met felsplaten toepassen aan een pand in een beschermd stads- of dorpsgezicht, dan raden wij aan eerst de erfgoedstatus van het pand en de omgeving te laten bevestigen door de bevoegde dienst van uw gewest, en pas daarna het gevelplan met plaatrichting, kleurstelling en aansluitdetails uit te werken. Zo voorkomt u dat een gevelontwerp achteraf moet worden aangepast omdat het straatbeeld iets anders vraagt dan het pand zelf.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink