Klikzink
Wie een felsdak op de gevel laat zetten, gaat er vaak van uit dat de banen verticaal komen, zoals ze dat op het dak ook zouden doen. Dat is de fout die op werven in alle drie de gewesten het vaakst voorkomt, en die het duurst uitpakt als hij pas bij de oplevering wordt opgemerkt. Onze felsbanen zijn ontworpen om verticaal te lopen, met de fels van 35 mm die het water afvoert van hoog naar laag. Op een gevel werkt dat omgekeerd: daar loopt de klikfels doorgaans horizontaal, in liggende banen die van onder naar boven worden gemonteerd, met de sneden en overlappen zo gepositioneerd dat regen en windstuwing er niet achter kunnen. Wie dat verwart, krijgt een gevel die er op de tekening goed uitziet en in de praktijk lekt, of een gevel die niet overeenkomt met wat er in de omgevingsvergunning staat.
Dat laatste is het punt waarom deze fout in België zwaarder doorweegt dan in Nederland. Een dak ligt uit het zicht van de straat; een gevel niet. Zodra een felsdak op de gevel wordt toegepast, raakt het de rooilijn en het straatbeeld, en dat verandert wie erover gaat en hoe streng er wordt gekeken. Een gemeente, de dienst Omgeving in het Vlaams Gewest, de fonctionnaire délégué in het Waalse Gewest of de gemeentelijke dienst Stedenbouw in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest toetst een gevelbekleding niet alleen op waterdichtheid, maar ook op hoe ze oogt vanaf de openbare weg. De richting van de banen, de kleur van de coating en de manier waarop de platen aansluiten op ramen en deuren staan vaak letterlijk beschreven in de vergunning of in het lastenboek van de architect. Wie op de werf verticaal monteert waar horizontaal was vergund, monteert iets dat niet overeenstemt met wat is goedgekeurd, en dat is geen esthetische kwestie meer maar een vergunningskwestie.
Stel dat een aannemer een volledige gevel van 80 m2 in klikfels verticaal monteert, terwijl de vergunning en het plan van de architect een horizontale legging voorschreven. De felsbanen zelf zijn niet het probleem: dezelfde plaat van 0,55 mm, dezelfde werkende breedte van 475 mm en dezelfde Sendzimir-verzinking met organische coating kunnen in beide richtingen worden gebruikt. Het probleem is de bevestiging en de afwerking rond hoeken, dagkanten en aansluitingen op kozijnen, die voor een verticale en een horizontale legging anders worden gedetailleerd. Bij de oplevering, wanneer de architect of de gemeente de gevel controleert tegen het goedgekeurde plan, valt het verschil meteen op. Het gevolg is dat de gevel gedeeltelijk moet worden gedemonteerd: de klemmen los, de platen eraf, nieuwe platen op maat besteld -- want de sneden voor een horizontale legging liggen anders dan voor een verticale -- en opnieuw gemonteerd. Dat kost niet alleen het materiaal van de eerste ronde, maar ook stilstand op de werf, een extra bezoek van de veiligheidscoördinator als die op het project actief is, en in het slechtste geval een aanpassing van het postinterventiedossier omdat de uitvoering niet meer overeenkomt met wat daar oorspronkelijk in was beschreven.
In de praktijk zien wij dit het meest bij projecten waarbij de aannemer wel ervaring heeft met dakwerken in felsplaten, maar minder met gevelbekleding, en de vergunningsaanvraag zelf niet heeft ingekeken. De architect tekent de gevel horizontaal, de aannemer bestelt en monteert zoals hij het dak zou doen, en niemand vergelijkt de uitvoeringstekening met het vergunde plan voordat de eerste banen al hangen. Dat is ook waarom wij aanraden om, voordat er één plaat wordt gesneden, de richting van de banen te laten aftekenen door de architect en te laten toetsen aan de vergunning, zoals ook wordt beschreven in de uitleg over [de procedure voor een gevelbekleding](/belgie/gevelbekleding/hoe-loopt-de-procedure). Een gevel is, anders dan een dak, zichtbaar vanaf de eerste dag, en een fout die op een dak misschien nog stilzwijgend zou worden aanvaard, wordt op een gevel door de eerste voorbijganger al opgemerkt.
De richting van de banen is geen vrije esthetische keuze zoals de kleur van de coating dat wel kan zijn. Ze bepaalt hoe het water over de gevel wegloopt, hoe de klemmen worden geplaatst en hoeveel bevestigingspunten er per vierkante meter nodig zijn. Bij een verticale legging op een dak loopt het water met de fels mee naar de dakrand; bij een horizontale legging op een gevel moet elke naad zo zijn uitgevoerd dat opspattend regenwater en windstuwing er niet achter kunnen kruipen. Dat vraagt een andere overlap en vaak een ander type klem dan bij een dak. Wie de platen monteert zoals op een dak, maar dan gewoon verticaal op de gevel gezet, mist die overlapdetails, en dat is precies waar een gevel na een paar jaar begint te lekken achter de bekleding, zonder dat dat van de straat te zien is totdat de schade al binnen zit.
Het is ook de reden waarom de tienjarige aansprakelijkheid hier relevant wordt. Een architect of aannemer die een gevelbekleding monteert die niet voldoet aan de regels van de kunst, blijft daarvoor aansprakelijk gedurende tien jaar na de oplevering, ook als de bouwheer de fout niet meteen opmerkt. Een verkeerd gemonteerde richting die pas na een paar winters lekkages veroorzaakt, valt daaronder. Voor de bouwheer is dat een geruststelling; voor de aannemer is het een reden om de richting van de banen niet aan het toeval over te laten, en om bij twijfel de fabrikant te raadplegen over welke overlap en bevestiging bij welke richting past.
De reden dat deze fout in België anders doorwerkt dan in Nederland, zit in het feit dat een gevel het straatbeeld raakt en een dak meestal niet. In het Vlaams Gewest toetst de gemeente of de vergunningverlenende overheid een gevelwijziging aan het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), en de richting van de bekleding kan daar expliciet in de vergunning zijn opgenomen als onderdeel van het uiterlijk van de gevel. In het Waalse Gewest gebeurt diezelfde toetsing op basis van de Code du Développement Territorial (CoDT), en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op basis van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO). In alle drie de gewesten geldt hetzelfde uitgangspunt: wat op de gevel wordt uitgevoerd, moet overeenkomen met wat is vergund, en een wijziging van richting achteraf is niet zomaar een uitvoeringsdetail maar kan een aanpassing van de vergunning vragen. Wie daarover twijfelt, vindt bij [wie er in dit dossier over gaat](/belgie/gevelbekleding/wie-gaat-erover) welke instantie in welk gewest bevoegd is om die vraag te beantwoorden.
Controleer, voordat de eerste plaat wordt besteld, of de richting van de banen op de uitvoeringstekening overeenkomt met wat in de vergunning en het lastenboek staat. Bespreek dat met de architect en, als er twijfel is over de bevestiging bij een horizontale legging, met ons als leverancier: wij denken mee over welke overlap en welk klemsysteem bij uw gevel past, zodat de fout die het vaakst wordt gemaakt bij u niet pas bij de oplevering aan het licht komt.