Klikzink
Wie in België een dak laat bekleden met een stalen felsdak, krijgt vroeg of laat te maken met twee letters die de bouwaanvraag beheersen: het K-peil en het S-peil. Beide maken deel uit van de energieprestatieregelgeving, kortweg EPB, die in Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest apart is uitgewerkt, maar in de basis dezelfde logica volgt. Het K-peil zegt iets over de globale energie-efficiëntie van de gebouwschil: hoe lager het peil, hoe beter het gebouw als geheel geïsoleerd en compact is. Het S-peil, voluit het schilpeil, kijkt specifiek naar de kwaliteit van de bouwschil zelf, los van de verwarmingsinstallatie of de ventilatie. Voor een felsdak is vooral het S-peil relevant, want het dak is onderdeel van die schil en de opbouw eronder bepaalt in grote mate hoe goed die schil scoort.
Een felsdak zelf is geen isolatiemateriaal. De stalen felsbanen van 35 mm fels, met een werkende breedte van 475 mm en een plaatdikte van 0,55 mm, vormen de waterdichte en winddichte buitenlaag. De isolatiewaarde van het dak wordt bepaald door wat daaronder zit: de dakisolatie, de onderconstructie, de eventuele luchtspouw en de dampremmende laag. Een architect of EPB-verslaggever rekent met de volledige laagopbouw, van de binnenafwerking tot de felsplaat aan de buitenkant, en bepaalt daaruit de U-waarde van het dakvlak. Die U-waarde is de rekenwaarde die vervolgens meetelt in het S-peil en, samen met alle andere schildelen, in het K-peil.
Omdat het staal zelf nauwelijks isoleert, maar wel volledig windvast en waterdicht is, kan een felsdak juist heel gunstig uitpakken in de rekensom. Het pakket eronder kan volledig naar wens worden samengesteld, zonder dat de dakbedekking zelf beperkingen oplegt aan de dikte van de isolatie. Bij een dakhelling vanaf zes graden is het systeem inzetbaar, wat betekent dat ook bijna platte daken met een dikke isolatielaag en een felsdak erboven een uitstekend S-peil kunnen halen. De blinde bevestiging met klemmen zorgt er daarnaast voor dat er geen doorboringen in de felsbanen zitten die koudebruggen zouden kunnen vormen op het dakvlak zelf.
In de praktijk wordt het K-peil en het S-peil niet door de dakdekker of de aannemer berekend, maar door een erkende EPB-verslaggever, die in elk van de drie gewesten een eigen erkenning en een eigen software gebruikt. In Vlaanderen is dat de software van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werkt men met de PEB-tool van Leefmilieu Brussel, en in het Waalse Gewest met de PEB-software van het Service Public de Wallonie. De verslaggever voert de opbouw van het dak in, laag per laag, met de dikte en de lambdawaarde van elk materiaal, en de software berekent daaruit automatisch de U-waarde van het dakvlak. Die U-waarde moet voldoen aan een minimumeis, die per gewest en per gebouwtype kan verschillen, en telt tegelijk mee in het totaalplaatje van het S-peil en het K-peil.
Om die berekening correct te laten verlopen, is het belangrag dat de aannemer of de architect de juiste technische gegevens van het felsdak doorgeeft aan de verslaggever: de plaatdikte, het gewicht van ongeveer 5 kg per vierkante meter, en de opbouw van de coating. Klikzink levert de felsbanen Sendzimir verzinkt met een organische coating, en die specificaties kunnen worden opgevraagd bij de technische documentatie. Zelf heeft de felsplaat geen directe invloed op de U-waarde, maar de gegevens zijn wel nodig om de volledige samenstelling van het dakpakket correct te documenteren in het EPB-dossier, dat na de werken bewaard moet worden.
Een voorbeeld uit de praktijk maakt dit concreet. Bij een verbouwing van een oude schuurwoning wordt de bestaande dakstructuur behouden, maar het dakvlak wordt volledig vernieuwd met een felsdak. Onder de felsbanen komt een pakket van houtvezelisolatie tussen de spanten, aangevuld met een extra laag isolatie op de spanten, gevolgd door een onderdak, een geventileerde spouw en de felsbanen zelf. De dikte en het type isolatiemateriaal bepalen de uiteindelijke U-waarde van dat dakvlak, niet het feit dat er een felsdak op ligt in plaats van dakpannen of leien. Twee daken met exact hetzelfde felssysteem kunnen dus een heel ander S-peil opleveren, afhankelijk van wat eronder zit. Dat is ook de reden waarom de opbouw bij een dakrenovatie zo anders wordt aangepakt dan bij nieuwbouw, zoals wij uitleggen bij [de aansluiting op het S-peil bij een dakrenovatie](/belgie/k-peil-en-s-peil/dakrenovatie), waar de bestaande draagstructuur vaak minder ruimte laat voor dikke isolatiepakketten dan bij een nieuw dak.
Bij nieuwbouw ligt de situatie anders, omdat daar van bij het ontwerp rekening kan worden gehouden met de gewenste isolatiedikte en met de compactheid van het volume, wat rechtstreeks het K-peil beïnvloedt. Wie een nieuwbouwwoning met een felsdak plant, doet er goed aan al in de ontwerpfase samen met de architect te bekijken welke opbouw nodig is om het gewenste peil te halen, zoals verder toegelicht wordt in het overzicht over [het K-peil en het S-peil bij een nieuwbouwwoning](/belgie/k-peil-en-s-peil/nieuwbouwwoning).
Het K-peil en het S-peil zijn geen vrijblijvende cijfers: ze zijn onderdeel van de energieprestatieregelgeving die gekoppeld is aan de omgevingsvergunning. Bij een nieuwbouwproject of een ingrijpende energetische renovatie moet vooraf een EPB-aangifte worden ingediend, en na de werken volgt de definitieve EPB-aangifte met de werkelijk gerealiseerde waarden. Als het felsdak deel uitmaakt van een groter dakpakket dat niet aan de eisen voldoet, kan dat gevolgen hebben voor de volledige EPB-aangifte van het gebouw, met een mogelijke boete als resultaat. Het is daarom aan te raden om de opbouw van het dak al in de ontwerpfase te laten doorrekenen door de verslaggever, en niet pas nadat de felsbanen al besteld zijn.
De drie gewesten hanteren elk hun eigen grenswaarden voor het K-peil en het S-peil, en die grenswaarden verschillen ook naargelang het gebouwtype: een eengezinswoning kent andere eisen dan een appartementsgebouw of een schoolgebouw. Wie wil weten welk peil voor een specifiek project geldt, vindt de actuele grenswaarden op de website van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, van Leefmilieu Brussel of van de Waalse energieadministratie, afhankelijk van waar het project gelegen is. Die waarden worden regelmatig aangescherpt, dus het is altijd de meest recente versie die telt op het moment van de vergunningsaanvraag.
Wie een felsdak overweegt en wil weten wat dat betekent voor het S-peil of het K-peil van een project, bespreekt de gewenste dakopbouw het best vroeg in het traject met de architect of de EPB-verslaggever, en vraagt daarbij de technische fiche van de felsbanen op bij Klikzink. Zo kan de verslaggever de juiste U-waarde berekenen en blijft er voldoende tijd om de isolatiedikte of de opbouw aan te passen als het gewenste peil nog niet gehaald wordt.