Klikzink

K-peil en S-peil: welke documenten nodig

Wie met een bouwproject in België te maken krijgt, botst vroeg of laat op twee begrippen: het K-peil en het S-peil. Beide zijn Belgische rekenwaarden die iets zeggen over de energieprestatie van een gebouw, en beide moeten met documenten onderbouwd worden vóór, tijdens en na de werken. Op deze pagina zetten we uiteen welke stukken u nodig heeft, wie ze opmaakt en hoelang ze meetellen. Wat het K-peil en het S-peil precies inhouden en hoe een felsdak daarin meespeelt, leest u uitgebreider op onze algemene pagina over [het K-peil en het S-peil bij een felsdak](/belgie/k-peil-en-s-peil).

Het K-peil zegt iets over de globale isolatiegraad van de gebouwschil: hoe lager, hoe beter het gebouw als geheel geïsoleerd is. Het S-peil gaat over de schilprestatie zelf, los van de installaties, en meet dus specifiek hoe goed muren, dak en vloer het warmteverlies beperken. Beide waarden komen niet uit de lucht vallen: ze worden berekend door een erkende EPB-verslaggever, op basis van de plannen, de materialen en de gekozen opbouw van dak en gevel. Voor een dak met stalen felsplaten telt niet alleen de plaat zelf, maar vooral de volledige opbouw daaronder: de isolatiedikte, het type isolatiemateriaal, de luchtdichting en de manier van bevestigen.

De EPB-aangifte als centraal document

Het document waarin het K-peil en het S-peil uiteindelijk samenkomen, is de EPB-aangifte. Dit is een verplicht dossier bij elke vergunningsplichtige bouw- of verbouwingswerken in de drie gewesten, al heet het proces overal iets anders georganiseerd. De EPB-verslaggever stelt een startverklaring op vóór de aanvang van de werken, en een eindverklaring na afronding. In die eindverklaring staan de effectief gerealiseerde peilen, met alle rekenwaarden die daaraan ten grondslag liggen: de warmtegeleidingscoëfficiënt van de isolatie, de oppervlakte van elk bouwdeel, en de U-waarde van de volledige dakopbouw.

Voor een dak met stalen klikfels betekent dit dat de verslaggever de opbouw nauwkeurig moet kunnen reconstrueren: welke isolatie ligt erop, hoe dik is die laag, is er een dampscherm, en hoe is de aansluiting bij doorvoeren en randen uitgevoerd. Een aannemer die deze gegevens niet bijhoudt tijdens de werf, brengt de verslaggever in een lastige positie: die kan dan alleen nog met een conservatieve, minder gunstige rekenwaarde werken, wat het uiteindelijke K-peil of S-peil negatief kan beïnvloeden. Het is dus verstandig om van bij de start van de werken een technisch dossier samen te stellen met productfiches, attesten en foto's van de opbouw vóór de plaatsing van de felsplaten.

Welke stukken de verslaggever nodig heeft

De erkende EPB-verslaggever vraagt doorgaans een reeks vaste documenten op. Ten eerste de plannen: grondplannen, sneden en gevelaanzichten, met daarop de bouwlagen en de dakopbouw duidelijk aangeduid. Ten tweede de technische fiches van de gebruikte materialen, waaronder de isolatie en de dakbedekking zelf. Voor stalen felsbanen is dat doorgaans een fiche met de plaatdikte, de coating en het gewicht per vierkante meter, aangevuld met een fiche van de gekozen isolatie en haar warmtegeleidingscoëfficiënt (lambda-waarde). Ten derde de luchtdichtheidsmeting, als die is uitgevoerd: dat is niet overal verplicht, maar levert vaak een gunstiger resultaat op dan de standaardwaarde die anders wordt toegepast.

Daarnaast is er de omgevingsvergunning zelf, met de bijhorende voorwaarden. In sommige gevallen legt de vergunning specifieke eisen op aan de dakopbouw, bijvoorbeeld bij een woning in een verkaveling met een lastenboek, of bij een gebouw waarvoor bijzondere EPB-eisen gelden. Ook het postinterventiedossier, dat de veiligheidscoördinator samenstelt tijdens de werken, bevat relevante informatie over de opbouw van dak en gevel, en kan door de EPB-verslaggever gebruikt worden om de rekenwaarden te staven.

Verschillen tussen de gewesten

De basisprincipes van het K-peil en het S-peil zijn in de drie gewesten identiek: het gaat om Belgische regelgeving die is afgestemd op de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen, en de rekenmethode zelf verschilt niet fundamenteel. Wat wel verschilt, is de administratieve omkadering. In het Vlaams Gewest verloopt de EPB-aangifte via het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, en is de link met de omgevingsvergunning verankerd in het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). In het Waalse Gewest gebeurt dit via de bevoegde energie-administratie, met een aanvraagprocedure die aansluit bij het Code du Développement Territorial (CoDT), het wetboek dat de ruimtelijke ordening regelt. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ten slotte loopt dit via Leefmilieu Brussel, in samenhang met het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO).

Dit betekent in de praktijk dat het loket waar u de documenten indient, en de exacte deadlines waarbinnen de startverklaring en eindverklaring moeten worden ingediend, per gewest verschillen. De inhoud van de documenten zelf — plannen, technische fiches, rekenwaarden — is wel grotendeels gelijk. Een aannemer die in meerdere gewesten werkt, doet er goed aan om per project na te gaan bij welke instantie het dossier terechtkomt, en dit vroeg in het traject met de EPB-verslaggever af te stemmen.

Geldigheid en bewaring van het dossier

De EPB-aangifte en de onderliggende documenten zijn niet zomaar een formaliteit die na de oplevering in een lade verdwijnt. Het eindverslag met de gerealiseerde K- en S-peilen blijft relevant bij een latere verkoop van het gebouw, omdat het de basis vormt voor het energieprestatiecertificaat. Bewaar het technisch dossier dus minstens zo lang als het gebouw bestaat, en zeker zolang de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer loopt: bij een geschil over vochtproblemen of een gebrekkige dakopbouw kan dit dossier aantonen welke materialen en welke rekenwaarden aan de basis lagen van de vergunning.

Houd er ook rekening mee dat een gewijzigd ontwerp tijdens de werken — bijvoorbeeld een andere isolatiedikte dan aanvankelijk gepland, of een aanpassing bij [de aansluiting op de nok](/belgie/k-peil-en-s-peil) — opnieuw aan de verslaggever moet worden gemeld. Alleen zo kan de eindverklaring de werkelijke toestand weerspiegelen. Dit speelt sterker bij ingrijpende projecten dan bij een eenvoudige herbekleding, en de aanpak verschilt bijvoorbeeld ook naargelang het om [een nieuwbouwwoning](/belgie/k-peil-en-s-peil/nieuwbouwwoning) gaat of om een bestaand gebouw dat wordt gerenoveerd.

Wat u nu kan doen

Ga voor uw project na welke erkende EPB-verslaggever u inschakelt, en vraag die vroeg in het traject welke documenten hij nodig heeft om de dakopbouw correct te kunnen doorrekenen. Verzamel zelf de technische fiches van de gekozen felsplaten en isolatie, bewaar foto's van de opbouw vóór de afwerking, en stem met de aannemer af wie welk stuk van het dossier aanlevert. Zo voorkomt u dat het K-peil of het S-peil op het einde van de werken ongunstiger uitvalt dan nodig, enkel omdat een document ontbrak.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink