Klikzink
Wie een dak laat ontwerpen, botst vroeg of laat op twee letters: het K-peil en het S-peil. Beide zijn Belgische maatstaven binnen de energieprestatieregelgeving (EPB), die aangeven hoe goed een gebouw als geheel isoleert en hoe compact en doordacht de schil in elkaar zit. Het S-peil kijkt naar de gebouwschil op zich: de verhouding tussen volume, oppervlakte en isolatiewaarden, los van installaties. Het K-peil bouwt daarop voort en neemt de volledige energieprestatie van de schil mee, inclusief oriëntatie en compactheid. Een dak met felsplaten of klikfels draagt daaraan bij via de isolatiewaarde die achter de plaat wordt opgebouwd, de luchtdichtheid van de aansluitingen en het ontbreken van doorboringen, want de platen worden blind bevestigd met klemmen. Maar de vraag die ons het vaakst bereikt, gaat niet over de norm zelf, maar over de tijd: hoelang duurt het voordat u weet of uw dak voldoet, en wat kunt u ondertussen al vastleggen?
Het antwoord valt in twee stukken uiteen. Er is de tijd die de berekening zelf vraagt, en er is de tijd die het kost om op basis daarvan tot een definitief dakontwerp te komen. Dat zijn twee verschillende klokken, en wie ze door elkaar haalt, plant zijn werf verkeerd.
De eigenlijke rekenstap, het invoeren van de gebouwgegevens in de EPB-software door uw architect of EPB-verslaggever, is doorgaans geen tijdrovende fase. Zodra de plannen en de materialenkeuze vastliggen, is een eerste berekening vaak binnen enkele dagen beschikbaar. De software rekent de verliesoppervlakten, isolatiewaarden en het volume om naar een cijfer. Dat gaat sneller dan de meeste bouwheren verwachten, en het is niet de fase waar vertraging meestal ontstaat.
De vertraging zit in wat daarvóór moet gebeuren. Om een dak correct in de EPB-berekening te kunnen invoeren, moet de opbouw al vastliggen: de dikte en het type isolatie, de aard van de dakbedekking, de manier waarop het dakvlak aansluit op de gevel en op doorbrekingen zoals een schoorsteen of dakraam. Bij een stalen felsdak betekent dat onder meer weten welke plaatdikte en felshoogte worden toegepast, en hoe de aansluitingen worden uitgevoerd, want een lek in de luchtdichtheid daar telt mee in de rekenwaarde. Zolang die keuzes niet vastliggen, kan de EPB-verslaggever niet meer dan een voorlopige inschatting geven. Dat voorlopige cijfer is intussen wel bruikbaar: het toont of u ruim binnen de eisen zit, dan wel of er nog marge gezocht moet worden, bijvoorbeeld door de isolatiedikte te verhogen of de dakvorm compacter te maken.
Terwijl de definitieve EPB-berekening nog niet rond is, kunt u wel al stappen zetten die niet van dat cijfer afhangen. De keuze van de dakbedekking zelf, bijvoorbeeld voor stalen felsbanen met een fels van 35 mm en een werkende breedte van 475 mm, hangt niet af van het uiteindelijke K-peil: die keuze bepaalt mee wat het peil wordt, maar is zelf een ontwerpbeslissing die u vroeg kunt nemen. Ook de dakhelling, de aansluitdetails op de nok en de plaats van doorbrekingen kunnen in overleg met uw aannemer al worden uitgetekend. Wat u niet kunt doen, is de EPB-aangifte finaliseren of een uitvoeringsdossier voor de fabricage van de felsbanen op maat afronden zonder dat de opbouw definitief vastligt, want een wijziging achteraf in de isolatiedikte verplicht tot een nieuwe berekening.
In de praktijk raden wij aan om de dakopbouw in een vroeg overleg met de architect en de EPB-verslaggever samen vast te leggen, net op het moment dat ook de stedenbouwkundige vergunning wordt voorbereid. Dat overleg kost geen extra doorlooptijd als het parallel loopt met de vergunningsaanvraag, zoals ook geldt voor een nieuwbouwwoning waarvan het dak, zoals wij uitleggen bij [de stedenbouwkundige vergunning voor een nieuwbouwwoning](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/nieuwbouwwoning), meestal geen aparte vergunningsvraag meer vormt maar wel in het EPB-dossier zit vervat. Wie de dakkeuze uitstelt tot na de vergunning, loopt het risico dat de EPB-berekening pas laat kan starten, met vertraging tot gevolg op het moment dat de aannemer eigenlijk al zou willen bestellen.
De grootste tijdswinst zit niet in het versnellen van de rekensoftware, maar in het vroeg vastleggen van de juiste gegevens. Een dakopbouw met een hoge isolatiewaarde en een goed uitgevoerde luchtdichtheid vraagt dezelfde rekentijd als een middelmatige opbouw, maar levert wel een beter resultaat op, en dus meer ademruimte om elders in het gebouw compromissen te maken. Bij een stalen felsdak komt die isolatiewaarde niet van de plaat zelf, die is amper 0,55 mm dik en weegt ongeveer 5 kg per m², maar van het onderliggende pakket: het type isolatie, de dikte ervan en de kwaliteit van de dampscherm- en onderdaklagen. De EPB-verslaggever heeft die gegevens nodig, met producttechnische fiches, om een correcte rekenwaarde toe te kennen. Ontbreken die fiches, dan valt de software terug op een standaardwaarde die vaak ongunstiger uitvalt dan de werkelijke prestatie, wat het K-peil onnodig verzwaart. Het opvragen van die documentatie bij de leverancier is dus geen formaliteit, maar een stap die rechtstreeks invloed heeft op het resultaat en dus op de vraag of er nog een tweede rekenronde nodig is.
Een tweede factor die de doorlooptijd beïnvloedt, is de complexiteit van het dakvlak. Een eenvoudig zadeldak met weinig doorbrekingen is snel in te voeren en op te volgen. Een dakvlak met meerdere hellingen, dakramen, een aansluiting op een bestaand volume of een gecombineerde dakopbouw zoals bij een veranda vraagt meer uitwerking, en dus meer overleg tussen architect, EPB-verslaggever en aannemer voor de cijfers definitief zijn. Dat overleg verloopt dan het vlotst wanneer alle betrokkenen vanaf het begin dezelfde opbouw voor ogen hebben, in plaats van dat de tekening pas na een eerste EPB-berekening wordt bijgestuurd.
Zodra de definitieve gegevens zijn ingevoerd, wordt het K-peil en het S-peil onderdeel van het volledige EPB-dossier dat na voltooiing van de werken wordt ingediend. Dat dossier is in elk van de drie gewesten verplicht, al verschilt de manier waarop het wordt beoordeeld en welke instantie het opvolgt, zoals wij toelichten bij [de instantie die over het K-peil en het S-peil beslist](/belgie/k-peil-en-s-peil/wie-gaat-erover). De doorlooptijd van de berekening zelf hangt dus niet af van het gewest, maar wel de manier waarop en het moment waarop u het resultaat moet aantonen.
Voor wie een dak plant, is de praktische les eenvoudig: de rekentijd zelf is kort, maar ze begint pas te lopen zodra de opbouw vaststaat. Leg daarom de materiaalkeuze en de isolatiedikte vroeg vast, vraag tijdig de technische fiches op bij uw leverancier, en stem dat af met uw architect en EPB-verslaggever nog voor de uitvoeringsplannen worden afgerond. Zo voorkomt u dat de EPB-berekening, die op zich snel gaat, alsnog de langzaamste schakel wordt in uw planning.