Klikzink
Een landbouwloods heeft zelden de complexiteit van een dakkapel of een gevelbekleding, maar wel een schaal die de andere gebouwtypes niet kennen. Waar een woning een paar tientallen vierkante meter dak heeft, gaat het bij een loods vaak om honderden tot duizenden vierkante meters, in één ononderbroken vlak. Die schaal verandert wat er in de praktijk toe doet: niet de vorm van het dak of de aansluiting op een dakkapel, maar de vraag wat er onder de nieuwe felsplaten ligt, en hoe u dat daar weg krijgt zonder dat de werf stilvalt of de rekening ontspoort.
Het overgrote deel van de landbouwloodsen die in Vlaanderen, Wallonië en Brussel aan een dakvervanging toe zijn, is gebouwd in een periode waarin golfplaten op basis van asbestcement de standaard waren. Dat materiaal is op zichzelf niet acuut gevaarlijk zolang het intact blijft, maar een dak van dertig of veertig jaar oud is dat vrijwel nooit meer. Microscheuren, mos, en de gaten van oude bevestigingen maken dat vezels vrijkomen zodra er aan het dak geraakt wordt. Daarom is de eerste stap bij zo'n project niet het bestellen van felsbanen, maar een asbestinventarisatie door een erkend deskundige. Die inventarisatie bepaalt of het om hechtgebonden of losgebonden asbest gaat, en dat onderscheid stuurt de rest van het traject: hechtgebonden platen kunnen door een gecertificeerd verwijderaar in stukken gedemonteerd en afgevoerd worden, losgebonden materiaal vraagt een strengere aanpak met onderdruk en volledige inkapseling.
De oppervlakte van een loods maakt die asbestverwijdering tot een project op zich, met een eigen planning, een eigen aannemer en een eigen afvoerroute naar een erkend verwerkingscentrum. Dat gebeurt los van, en meestal vóór, de plaatsing van het nieuwe felsdak. Wie dat onderschat, ziet zijn planning in de war lopen: de dakdekker staat klaar met felsplaten van 475 mm werkende breedte, maar de onderconstructie is nog niet vrij omdat de asbestverwijdering meer tijd nam dan gedacht door slecht weer of een vertraagde afvoer. Reken dus met een marge, en spreek met de asbestverwijderaar en de dakaannemer een gezamenlijke planning af in plaats van twee gescheiden agenda's die u zelf op elkaar moet leggen.
Wie zich afvraagt of voor die vervanging eigenlijk een vergunning nodig is, vindt het antwoord niet in de asbestwetgeving maar in de ruimtelijke regelgeving van het gewest waar de loods staat. Die vraag, en de stap-voor-stap-procedure die daarbij hoort, behandelen wij uitgebreid in de pagina over [de procedure voor een felsdak op een landbouwloods](/belgie/landbouwloods/hoe-loopt-de-procedure) en in de pagina over [wie er beslist over het felsdak op een landbouwloods](/belgie/landbouwloods/wie-gaat-erover). Hier volstaat het te weten dat een agrarische bestemming op het gewestplan of in het ruimtelijk uitvoeringsplan niet automatisch betekent dat elke ingreep aan het dak vrij van formaliteiten is: de oppervlakte van de loods, de zichtbaarheid vanaf de openbare weg en de vraag of de nieuwe golfvorm van het felsdak wijzigt ten opzichte van de oude golfplaten, spelen daarin allemaal een rol.
Wat bij een landbouwloods wel vaak meespeelt, en bij een woning zelden, is de combinatie van asbestverwijdering met een gelijktijdige aanvraag voor sloop of hergebruik van de draagconstructie. Een oude loods met houten of stalen spanten die nog voldoende draagkracht hebben, laat zich vaak herbekleden zonder dat de constructie zelf wijzigt: de golfplaten gaan eraf, de gordingen blijven staan, en de nieuwe stalen felsbanen worden er blind bevestigd met klemmen op aangepaste dwarslatten. Dat scheelt aanzienlijk in kostprijs en doorlooptijd ten opzichte van een volledige nieuwbouw, en het is precies om die reden dat veel landbouwbedrijven voor renovatie kiezen in plaats van slopen en herbouwen. Een architect of stabiliteitsingenieur moet wel bevestigen dat de bestaande constructie het bijkomend gewicht van ongeveer 5 kg per vierkante meter aan felsplaten kan dragen, plus het gewicht van de nieuwe onderconstructie en eventuele isolatie.
Daarmee raakt u ook de vraag of er bij een landbouwloods energieprestatie-eisen gelden. Die vraag verschilt fundamenteel van wat er bij een woning of een aanbouw speelt, en wij werken ze in detail uit in de pagina over [wanneer EPB geldt bij een landbouwloods](/belgie/epb/landbouwloods). Kort samengevat: een loods die niet verwarmd wordt en enkel dient voor stalling van machines, opslag van veevoeder of het houden van dieren, valt doorgaans buiten het toepassingsgebied van de EPB-regelgeving, terwijl een loods met een verwarmd kantoor- of verkoopgedeelte voor dat gedeelte wel aan de eisen moet voldoen. Dat onderscheid bepaalt of er onder de felsplaten een isolatiepakket nodig is, en dat weegt door in de keuze van het volledige dakpakket.
De grote oppervlakte van een landbouwloods heeft ook een positieve kant die bij een woning nauwelijks een rol speelt: schaalvoordeel op de premies voor asbestverwijdering en op de eventuele combinatie met zonnepanelen. Verschillende gewesten en gemeenten voorzien een tegemoetkoming voor de verwijdering van asbesthoudende dakbedekking, precies omdat een groot dakvlak in slechte staat een reëel gezondheidsrisico vormt zodra het verweert. De voorwaarden en de hoogte van die tegemoetkoming verschillen per gewest en veranderen regelmatig, dus vraag de actuele stand op bij de milieudienst van uw gemeente of bij het gewestelijke energie- of leefmilieuloket voordat u de asbestverwijdering aanbesteedt: een tegemoetkoming die achteraf wordt aangevraagd, wordt in de meeste regelingen niet meer aanvaard.
Omdat een landbouwloods vaak grenst aan percelen van buren of aan landbouwgrond die niet van de eigenaar zelf is, komt bij deze projecten ook de vraag naar de veiligheidscoördinator sneller op tafel dan bij een eenvoudige gevelrenovatie. Zodra er tijdens de werf meerdere aannemers tegelijk of achtereenvolgens actief zijn, wat bij asbestverwijdering gevolgd door dakvervanging bijna altijd het geval is, moet er een veiligheidscoördinator worden aangesteld die de coördinatie tussen die aannemers bewaakt en het postinterventiedossier opstelt. Dat dossier blijft na de werf bij de eigenaar en moet bij een volgende ingreep aan het dak, ook al is dat pas na twintig jaar, opnieuw ter beschikking worden gesteld van de aannemer die dan aan de slag gaat. Voor een loods met een oppervlakte van enkele honderden vierkante meters is dat dossier niet zomaar een formaliteit: het is de enige plek waar straks nog terug te vinden is waar de asbest precies zat, welke platen vervangen zijn en welke bevestigingspunten in de gordingen gebruikt zijn.
Wie een landbouwloods laat herbekleden met stalen felsbanen doet er daarom goed aan de volgorde vooraf op papier te zetten: eerst de asbestinventarisatie, dan de beoordeling of een vergunning of melding nodig is, dan de planning van de asbestverwijdering, en pas daarna de bestelling van het felsdak op maat tot 8000 mm. Vraag de aannemer die de asbest verwijdert om een schriftelijke bevestiging van de afvoer naar een erkend verwerkingscentrum, en vraag de dakaannemer om de garantie dat de nieuwe felsplaten, Sendzimir verzinkt met een organische coating, geschikt zijn voor de dakhelling van uw loods vanaf zes graden. Met die twee bevestigingen in de hand, en met het postinterventiedossier bij de architect of veiligheidscoördinator, kunt u de werf plannen zonder dat asbest of oppervlakte achteraf nog voor verrassingen zorgt.