Klikzink

Landbouwloods felsdak: wie beslist er over?

Wie een oud golfplatendak op een landbouwloods vervangt door een stalen felsdak, botst al snel op een vraag die niet meteen duidelijk is: wie gaat hier eigenlijk over? Bij een gewone woning is het antwoord meestal simpel: de gemeente. Bij een landbouwloods ligt dat anders, want de omvang van het gebouw, de agrarische bestemming en de kans op asbest onder het dak bepalen samen welke instantie de knop indrukt en, minstens zo belangrijk, bij wie u terechtkomt als u het niet eens bent met de beslissing.

In de drie gewesten start de procedure in principe bij het gemeentebestuur, dat de omgevingsvergunning behandelt en uw dossier beoordeelt aan de hand van het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) in Vlaanderen, het Waalse Code du Développement Territorial (CoDT, wetboek van ruimtelijke ontwikkeling) in het Waalse Gewest, of het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Voor landbouwloodsen is dat echter niet het hele plaatje. De omvang van dit soort gebouwen, vaak honderden vierkante meters aaneengesloten dakvlak, en hun ligging in agrarisch gebied maken dat er dikwijls een extra laag bevoegdheid bijkomt, en dat is precies waar veehouders en akkerbouwers zich vaak in vergissen.

De rol van de provincie en het schaaleffect

Een landbouwloods is zelden een klein gebouw. Waar een particuliere woning met een dakoppervlak van honderd vierkante meter probleemloos door de gemeentelijke dienst omgevingsvergunningen wordt afgehandeld, verandert dat bij een loods van vijfhonderd of duizend vierkante meter. In Vlaanderen kan de omvang van het project, samen met de ligging in agrarisch gebied, maken dat niet het college van burgemeester en schepenen maar de deputatie van de provincie als vergunningverlenende overheid optreedt, zeker wanneer de loods deel uitmaakt van een grotere landbouwexploitatie met meerdere gebouwen of wanneer er een impact is op de omgeving die verder gaat dan het perceel zelf. In het Waalse Gewest speelt een gelijkaardige logica: naarmate het project groter is of raakt aan andere regelgeving, zoals milieuvergunningen voor de veestapel, wordt het dossier zwaarder en verschuift de bevoegdheid soms naar een hoger niveau, met de fonctionnaire délégué (de gedelegeerde ambtenaar van het Waalse Gewest) als adviesverlenende of beslissende instantie naast de gemeente.

Daar komt bij dat een landbouwloods vaak deel is van een vergunde of te vergunnen bedrijfsvoering, waarbij de omgevingsvergunning voor de dakvervanging niet los staat van de vergunning voor de exploitatie zelf. Wie bijvoorbeeld een rundveestal ombouwt en tegelijk het dak vervangt, merkt dat de omgevingsambtenaar niet alleen naar het dakwerk kijkt, maar naar het geheel: ventilatie, opslag, eventuele impact op waterlopen in de buurt. Dat is een andere afweging dan bij een gewone renovatie, en het is een van de redenen waarom de procedure voor een landbouwloods een ander tijdspad en een ander dossier vraagt dan voor een woning, zoals wij beschrijven bij [hoe de procedure loopt](/belgie/landbouwloods/hoe-loopt-de-procedure).

Asbest onder het oude golfplatendak

De tweede factor die de bevoegdheid en de te volgen weg bepaalt, is asbest. Veel landbouwloodsen uit de jaren zeventig en tachtig zijn gedekt met golfplaten op basis van asbestcement. Zodra dat het geval is, komt er een instantie bij die niets met ruimtelijke ordening te maken heeft, maar met welzijn op het werk en milieu. In Vlaanderen is dat de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, die eist dat een asbestinventarisatie of, bij verwijdering door professionelen, een correcte verwijdering en afvoer gebeurt volgens de regels. In het Waalse Gewest ziet de Waalse overheidsdienst voor milieu daar op toe, en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is dat Leefmilieu Brussel. Daarnaast is er de federale wetgeving rond welzijn op het werk, die van toepassing is zodra er personeel of onderaannemers met de sanering bezig zijn: de regels over asbestverwijdering staan los van het gewest waarin de loods staat.

De praktijk leert dat de aanwezigheid van asbest vaak de eerste horde is, nog voor er sprake is van een vergunningsaanvraag voor het nieuwe felsdak. Een aannemer die de oude golfplaten zomaar verwijdert zonder de juiste melding of inventarisatie, brengt niet alleen de landbouwer in de problemen, maar ook zichzelf: bij een controle kan dat leiden tot stillegging van de werken en een boete, los van wat er met de omgevingsvergunning gebeurt. Voor de landbouwer is het daarom zaak om, voordat er over het nieuwe felsdak wordt gesproken, eerst te weten of er asbest in het spel is en welke instantie daarover de regie voert. Dat verschilt dus wezenlijk van een gewone renovatie, waar deze horde meestal niet speelt.

Wie beslist bij bezwaar of geschil

Als de vergunning geweigerd wordt, of als een buurman of natuurorganisatie bezwaar aantekent tegen de aanvraag, verschuift de vraag "wie gaat erover" naar een volgend niveau. In Vlaanderen kan de aanvrager na een weigering door het college of de deputatie in beroep gaan bij de Vlaamse Regering of, afhankelijk van het dossier, rechtstreeks een procedure starten bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. In het Waalse Gewest loopt het beroep via de fonctionnaire délégué naar de Waalse Regering, en uiteindelijk, bij een blijvend geschil, naar de Raad van State. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Stedenbouw en Erfgoed die in eerste instantie oordeelt, met een beroepsmogelijkheid bij de regering.

Deze bezwaarprocedures zijn voor een landbouwloods niet anders opgebouwd dan voor andere gebouwen, maar de kans dat er bezwaar komt, ligt door de schaal van het project en de ligging in open landbouwgebied vaak hoger. Een loods van tweeduizend vierkante meter, zichtbaar vanaf de weg en gelegen naast een natuurgebied, trekt sneller de aandacht van omwonenden of een landbouworganisatie dan een kleine schuur. Wie zulk een dossier voorbereidt, doet er daarom goed aan om vooraf al met de gemeente en, indien relevant, de provincie te overleggen over de te verwachten aandachtspunten, zodat het dossier zo compleet mogelijk binnenkomt en een bezwaarprocedure vermeden of toch minstens verkort wordt.

Wat dit betekent voor de keuze van uw felsdak

De vraag wie erover gaat, is niet alleen een administratieve kwestie: ze bepaalt ook mee hoe u het dakproject aanpakt. Een vergunningverlenende overheid die op provinciaal niveau werkt, verwacht doorgaans een grondiger onderbouwd dossier dan een gemeentelijke dienst die een kleine aanvraag beoordeelt, zeker als de landbouwloods deel is van een groter geheel met meerdere vergunningsplichtige onderdelen. Wie voor het dakwerk zelf een stalen felsdak overweegt, met de vertrouwde fels van 35 millimeter en de blinde bevestiging met klemmen, kan dat aspect apart bekijken van de vergunningsprocedure, maar de keuze van materiaal en uitvoering komt wel mee in het dossier terecht, onder meer via de EPB-eisen die voor het hele gebouw gelden.

Voor wie hierin nog stappen moet zetten, is het verstandig om eerst helder te krijgen welke instantie in uw geval bevoegd is: de gemeente, de provincie, of beide samen naast een aparte asbestprocedure. Neem daarvoor contact op met de dienst omgeving van uw gemeente, en vraag meteen ook naar de stand van zaken rond een eventuele asbestinventarisatie als de oude golfplaten nog aanwezig zijn. Zo weet u van bij de start bij wie u moet zijn, en vermijdt u dat het dakproject vertraging oploopt doordat de aanvraag bij de verkeerde overheid is beland.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink