Klikzink

Felsdak school of openbaar gebouw: wat gaat er mis

Een school, een gemeentehuis, een sporthal: bij openbare gebouwen wordt het dak zelden rechtstreeks gegund aan een dakwerker die het materiaal kent. Er is een aanbesteding, er is een bestek, en dat bestek is geschreven door een architect of een studiebureau dat op papier heel precies weet wat er moet komen, maar dat de plaat niet zelf legt. Dat is de kern van waar het misgaat: de eisen worden vooraf vastgelegd door iemand die niet op het dak staat, en de dakwerker die wint krijgt een lastenboek waarin details staan die op de tekentafel logisch leken en op het dak niet uitvoerbaar zijn.

De meest voorkomende fout: verkeerde plaatlengte in het bestek

De fout die we het vaakst zien is een bestek dat platen voorschrijft in een lengte die niet aansluit op de werkelijke dakvlakken. Een architect meet een dakvlak op van bijvoorbeeld 9200 mm en schrijft dat rechtstreeks over naar het bestek, zonder rekening te houden met de maximale lengte waarin een felsbaan geleverd kan worden. Onze felsbanen gaan tot 8000 mm op maat; wie een langere baan voorschrijft, dwingt de uitvoerder tot een oplossing die niet in het bestek staat, meestal een extra dwarsnaad die niemand had voorzien en die bij een plat of licht hellend dak een risico op lekkage met zich meebrengt. Dat wordt pas duidelijk als de aannemer de bestelling plaatst, ver na de gunning, en dan is er geen tijd meer om het bestek aan te passen zonder de planning van de hele werf te verstoren.

Het omgekeerde komt ook voor: een bestek dat een minimale dakhelling voorschrijft die niet overeenkomt met de werkelijke helling van het ontwerp. Onze felsbanen zijn toepasbaar vanaf zes graden, maar als het bestek een systeem beschrijft dat voor een steilere helling is bedoeld en het uitgevoerde dak net onder die grens zakt door een detail in de dakopbouw, ontstaat een discussie tussen aannemer en ontwerper over wie verantwoordelijk is voor de aanpassing. Bij een school met een beperkte vakantieperiode om te werken, is dat precies het soort discussie waarvoor niemand tijd heeft.

Details die op tekening kloppen en op het dak niet

Een tweede terugkerend probleem zit in de aansluitingen: nokken, hoeken, doorvoeren voor technieken, randafwerking bij dakranden met een borstwering. Bij een school of openbaar gebouw zitten er vaak installaties op het dak, van ventilatiekanalen tot zonnepanelen die in een later stadium worden toegevoegd, en die doorvoeren staan zelden correct getekend in het bestek van de dakwerken zelf. Ze worden vaak in een apart lastenboek voor de technieken beschreven, door een andere ontwerper, die geen rekening houdt met de blinde bevestiging met klemmen die bij onze felsbanen gebruikt wordt. Het gevolg: op de werf moet de dakwerker improviseren, en een improvisatie op een felsdak is precies waar een tienjarige aansprakelijkheid problemen kan geven als het achteraf toch lekt. Hoe die aansluiting op de nok wel correct wordt uitgevoerd, leggen wij uit bij [een felsdak op een school of openbaar gebouw in België](/belgie/openbaar-gebouw); hier gaat het vooral over hoe zulke fouten al in het bestek ontstaan.

Wat het kost als het pas bij de oplevering blijkt

Zolang een fout in het bestek vóór de gunning wordt opgemerkt, is de oplossing meestal een eenvoudige wijziging van het lastenboek. Wordt de fout pas ontdekt tijdens de uitvoering, dan is de oplossing een verrekening: extra werk, extra materiaal, mogelijk een vertraging van de opleveringstermijn. Bij een schoolgebouw ligt die opleveringstermijn vaak vast rond de zomervakantie, omdat het gebouw daarna weer in gebruik moet zijn. Een discussie over een verrekening die drie weken duurt, kan betekenen dat het dak niet af is voor de eerste schooldag, met een voorlopige afdichting die niemand wilde en een aannemer die onder druk staat om toch op tijd klaar te zijn.

De zwaarste kost ontstaat wanneer de fout pas bij de oplevering zelf wordt vastgesteld, of erger, pas na de oplevering wanneer het gebouw al in gebruik is. Dan is de vraag niet meer hoe het bestek wordt aangepast, maar wie aansprakelijk is: de ontwerper die het bestek schreef, de aannemer die het uitvoerde zonder de fout te signaleren, of de onderaannemer die de fels legde. Bij een openbaar gebouw wordt die discussie vaak formeel via het postinterventiedossier en de tienjarige aansprakelijkheid, en dat is een traject van jaren, niet van weken. Voor de opdrachtgever, meestal een gemeente, een provincie of een schoolbestuur, betekent dat een langlopend dossier met een advocaat en een expert, terwijl het dak zelf misschien al lang opnieuw is aangepakt met een tijdelijke oplossing.

Waarom het bestek zelden door de uitvoerder wordt geschreven

Bij een private opdracht, een woning of een bedrijfsgebouw, is het gangbaar dat de dakwerker meedenkt over het bestek, of dat er helemaal geen bestek is en de dakwerker rechtstreeks met de bouwheer overlegt. Bij een aanbesteding voor een school of openbaar gebouw ligt dat anders: de wetgeving overheidsopdrachten schrijft voor dat de opdracht eerst wordt beschreven en dan wordt uitgeschreven, en de partij die het bestek schrijft is zelden de partij die het uitvoert. Dat is geen fout van het systeem, het is een kenmerk ervan, maar het betekent wel dat de kwaliteit van het bestek volledig afhangt van de kennis van de ontwerper over het specifieke systeem dat wordt voorgeschreven. Een architect die voor het eerst een felsdak beschrijft, kent de fels van 35 mm en de werkende breedte van 475 mm misschien alleen uit een technische fiche, niet uit ervaring op de werf.

Dat is precies waarom het zinvol is om, als leverancier of als gespecialiseerde onderaannemer, al vóór de definitieve gunning contact te zoeken met de ontwerper of de aanbestedende overheid. Niet om de aanbesteding te beïnvloeden op een manier die niet toegelaten is, maar om technische fiches en uitvoeringsdetails aan te leveren die de ontwerper kan gebruiken bij het opstellen van het bestek. Een bestek dat de werkelijke plaatafmetingen, de minimale dakhelling en de juiste bevestigingswijze correct beschrijft, voorkomt de meeste problemen die anders pas op de werf of bij de oplevering aan het licht komen.

Wat een aannemer zelf kan controleren voor het te laat is

Wie als aannemer een aanbesteding wint voor een school of openbaar gebouw, doet er goed aan het bestek niet zomaar te aanvaarden zoals het er staat, ook al is dat formeel de basis van de opdracht. Een controle van de voorgeschreven plaatlengte tegen de werkelijke dakvlakken, een controle van de dakhelling op de uitvoeringstekeningen, en een controle van de aansluitingen bij doorvoeren en dakranden, kunnen in een vroeg stadium al fouten blootleggen die anders pas bij de bestelling van het materiaal zichtbaar worden. Vragen stellen aan de aanbestedende overheid via de daarvoor voorziene procedure, vóór de indiening van de offerte, is de manier om onduidelijkheden in het bestek formeel te laten verhelderen zonder dat dit als een latere klacht wordt beschouwd.

Een Nederlandse aannemer die voor het eerst inschrijft op een Belgische overheidsopdracht doet er goed aan zich hierin extra te verdiepen, omdat de gewoonten rond bestekken en de wetgeving overheidsopdrachten in België op punten afwijken van wat in Nederland gangbaar is; wat daarbij specifiek van belang is, leggen wij uit bij [wat een Nederlandse aannemer moet weten](/belgie/openbaar-gebouw/nederlandse-aannemer).

Wat u nu kunt doen

Wie betrokken is bij een school of openbaar gebouw waarvoor een felsdak wordt voorgeschreven, doet er goed aan het bestek te laten nakijken door iemand die het systeem kent, en dat het liefst vóór de aanbesteding wordt uitgeschreven of vóór de offerte wordt ingediend. Neem contact met ons op met de concrete tekeningen en het bestek: wij geven aan waar de voorgeschreven maten, hellingen en details afwijken van wat met onze felsbanen uitvoerbaar is, zodat dat niet pas bij de oplevering blijkt.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink