Klikzink

Oplevering van een felsdak op bijgebouw of tuinhuis

Een tuinhuis of bijgebouw is klein, en dat verleidt tot de gedachte dat de oplevering van het dak dan ook klein is. In de praktijk komt er evenveel bij kijken als bij een groter dak, alleen speelt één vraag hier zwaarder dan elders: is er voor dit gebouwtje eigenlijk wel een vergunning nodig geweest, en zo niet, wat betekent dat dan voor de oplevering die er nu wel is.

In de drie gewesten geldt een vrijstelling van vergunningsplicht voor bijgebouwen en tuinhuizen tot een bepaalde oppervlakte en hoogte, mits ze op voldoende afstand van de perceelsgrens staan en niet in een verkaveling met strengere voorschriften liggen. Vlaanderen regelt dit in het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) en de bijhorende vrijstellingenbesluiten, het Waalse Gewest in het Code du Développement Territorial (CoDT, het Waalse wetboek voor ruimtelijke ontwikkeling), en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO). De grenzen verschillen per gewest, en soms zelfs per gemeente wanneer er een verkavelingsvoorschrift of een bijzonder plan van aanleg bovenop komt. Een tuinhuis dat in de ene gemeente vrijgesteld is, kan net over de grens vergunningsplichtig zijn omdat de kavel er kleiner is of omdat het bijgebouw dichter bij de rooilijn staat.

Waarom dat voor de oplevering telt, ook zonder vergunning

Men zou denken dat een vergunningsvrij bijgebouw ook een vergunningsvrije oplevering heeft, maar dat klopt niet. De vrijstelling van vergunningsplicht raakt alleen de stedenbouwkundige kant; ze verandert niets aan de rechten en plichten tussen de opdrachtgever en de aannemer die het dak plaatst. Ook bij een vergunningsvrij tuinhuis is er een aannemingsovereenkomst, en die overeenkomst kent nog steeds een voorlopige en een definitieve oplevering, met de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer voor ernstige gebreken die daaraan vastzit. Wie dat vergeet, ontdekt het pas als het dak van het tuinhuis na een storm lekt en de aannemer zich erop beroept dat er nooit een formele oplevering is vastgelegd.

Bij de voorlopige oplevering van een dak op een bijgebouw wordt in essentie hetzelfde gecontroleerd als bij een groter dak, alleen sneller omdat het oppervlak beperkt is: liggen de felsbanen strak en evenwijdig, zitten de sneden bij de nok en de dakranden netjes afgewerkt, is de klembevestiging overal aangebracht zonder de plaat te doorboren, en is de dakhelling voldoende voor een goede waterafvoer. Bij een tuinhuis met een lage helling, net boven de grens van zes graden waar felsplaten nog toepasbaar zijn, is die laatste controle belangrijker dan bij een steil dak: een paar millimeter verzakking in de constructie kan bij zo'n geringe helling al voor plasvorming zorgen. Wij raden aan om bij de voorlopige oplevering specifiek te vragen om een controle van de helling ter plaatse, niet alleen op basis van de tekening.

De definitieve oplevering volgt na de afgesproken periode waarin verborgen gebreken zich kunnen tonen, zoals ook bij een gewoon dak het geval is, wat wij uitgebreider beschrijven bij [voorlopige en definitieve oplevering van uw dak](/belgie/oplevering/actueel-bedrag). Bij een tuinhuis speelt hier een praktisch punt: omdat het gebouwtje vaak weinig gebruikt wordt, valt een lek soms pas laat op, bijvoorbeeld wanneer de eigenaar het pas in het najaar weer opent om het tuinmeubilair op te bergen. Wie de definitieve oplevering te vroeg vastlegt zonder het gebouw echt te controleren, loopt het risico een gebrek te aanvaarden dat zich pas maanden later toont.

De rol van de architect en de veiligheidscoördinator

Bij een vergunningsvrij bijgebouw is er meestal geen architect verplicht, en bij een klein tuinhuis meestal ook geen veiligheidscoördinator, omdat de drempels voor de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen doorgaans niet gehaald worden op zo'n kleine schaal. Dat betekent dat de oplevering vaak rechtstreeks tussen de eigenaar en de dakwerker verloopt, zonder een architect die als onafhankelijke partij mee tekent. Dat is op zich geen probleem, maar het maakt de eigen voorbereiding belangrijker: schrijf vooraf op wat er precies gecontroleerd moet worden, en doe dat bij voorkeur schriftelijk, ook als het om een informele oplevering gaat zonder architect.

Zodra het bijgebouw wél groter is dan de vrijstellingsdrempel, of zodra het samen met andere werken op het perceel wordt uitgevoerd -- bijvoorbeeld een tuinhuis dat wordt neergezet tegelijk met een verbouwing van de hoofdwoning -- verandert het plaatje. Dan is er alsnog een omgevingsvergunning nodig, en kan er wel een architect en een veiligheidscoördinator verplicht zijn. In dat geval loopt de oplevering van het dak van het bijgebouw mee in het grotere dossier, met dezelfde eisen aan het postinterventiedossier die ook voor de hoofdwoning gelden. Het is dus altijd de moeite waard om bij de start van het project te laten nagaan of het tuinhuis werkelijk binnen de vrijstelling valt, in plaats van dat achteraf te ontdekken bij de oplevering.

Het postinterventiedossier, ook bij een klein dak

Als er voor het werk aan het bijgebouw wel een architect betrokken was, of als het werk deel uitmaakt van een groter dossier, moet er een postinterventiedossier worden opgesteld, ook al gaat het om een klein dak. Dat dossier beschrijft onder meer hoe het dak is opgebouwd, met welke platen en bevestiging, zodat een volgende aannemer bij onderhoud of aanpassing weet waar hij aan toe is. Voor een tuinhuis met stalen felsbanen betekent dit dat de opdrachtgever bij de oplevering moet vragen om de platenspecificaties, de aangebrachte coating en de bevestigingswijze in het dossier op te nemen, net zoals wij toelichten bij [welke documenten hoort u bij de oplevering te ontvangen](/belgie/oplevering/documenten). Ontbreekt de verplichting tot een postinterventiedossier omdat het werk vergunningsvrij was, dan is het toch verstandig om dezelfde gegevens gewoon zelf te bewaren: een foto van de dakopbouw voor de afwerking, de naam van de gebruikte platen en de datum van plaatsing volstaan al om later discussies te vermijden.

Wat u nu kunt doen

Ga eerst na of het bijgebouw of tuinhuis binnen de vrijstelling van vergunningsplicht van uw gewest valt, en leg dat naast de voorschriften van uw gemeente of verkaveling, want die kunnen strenger zijn. Leg vervolgens vast, ook zonder architect, wat er bij de voorlopige oplevering gecontroleerd wordt, met bijzondere aandacht voor de dakhelling en de afwerking bij de nok en de randen. Bewaar de gegevens over de platen en de bevestiging, zodat u die desnoods zelf kunt aanleveren als er geen verplicht postinterventiedossier is. En stel de definitieve oplevering pas vast nadat u het dak ook echt heeft gebruikt en gecontroleerd, ook als dat betekent dat u een seizoen langer wacht dan bij een dak dat u dagelijks ziet.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink