Klikzink

ABR-verzekering bij een bijgebouw of tuinhuis

Een tuinhuis of bijgebouw met een dak in felsplaten lijkt een klein werk, en in verhouding tot een woning is het dat ook. Toch loopt precies daar vaak de vraag mis of een Alle Bouwplaats Risico-verzekering nodig is. Het antwoord hangt niet af van de grootte van het gebouw, maar van het risico dat er tijdens de werf ontstaat: een open dakvlak, materiaal dat op de werf ligt, een aannemer die met een kraan of steiger werkt naast de woning van de buur. Die risico's bestaan bij een bijgebouw van vijftien vierkante meter net zo goed als bij een grote loods, alleen wordt de verzekering vaker vergeten omdat het werk klein aanvoelt.

De ABR-verzekering dekt schade die tijdens de uitvoering van de werken ontstaat aan het bouwwerk zelf en, via de dekking voor bestaande gebouwen of aanpalende eigendommen, ook aan wat er rond de werf staat. Bij een tuinhuis of bijgebouw is dat vaak precies het punt: het bijgebouw staat dicht bij de woning, tegen een tuinmuur, of op de perceelsgrens met de buur. Een stormschade aan het open dak tijdens de plaatsing, een gestoten regenpijp bij de buur, een lek dat via het bijgebouw de bestaande garage binnendringt: dat zijn stuk voor stuk situaties waarin de gewone brandverzekering van de eigenaar niet dekt, omdat die pas ingaat als het gebouw voltooid en in gebruik is. Wij lichten de algemene werking van de verzekering uitgebreider toe bij [de ABR-verzekering bij een felsdak in België](/belgie/abr-verzekering); op deze pagina gaat het specifiek over wat er bij een bijgebouw of tuinhuis anders speelt.

Het eerste dat anders is bij een bijgebouw, is de vergunning. Een tuinhuis of bijgebouw is in de drie gewesten vaak vrijgesteld van een omgevingsvergunning tot een bepaalde oppervlakte en onder bepaalde voorwaarden, zoals de afstand tot de perceelsgrens en de hoogte van het gebouw. Maar vrijgesteld van vergunning is niet vrijgesteld van regels, en het is zeker geen vrijstelling van verzekering. Wie zonder vergunning bouwt, kan gewoon een ABR-verzekering afsluiten; de verzekeraar vraagt naar het werk en het risico, niet naar het vergunningsdossier. Andersom geldt: een bijgebouw dat wél een vergunning nodig heeft, bijvoorbeeld omdat het de vrijgestelde oppervlakte overschrijdt of in een verkaveling met eigen voorschriften ligt, verandert daardoor niets aan de ABR-dekking. De vergunning regelt de verhouding met de overheid, de verzekering regelt de verhouding met de schade tijdens de bouw. Beide staan los van elkaar, en het is een courante vergissing om te denken dat een vergunningsvrij werk daarom ook een verzekeringsvrij werk is.

Het tweede punt waar een bijgebouw of tuinhuis van een gewone woning afwijkt, is de rol van de bouwheer zelf. Bij een woning is er meestal een aannemer die het geheel opvolgt en soms zelf al een ABR-polis heeft lopen voor zijn werven. Bij een tuinhuis is het vaak de eigenaar zelf die de opdracht geeft aan een dakwerker voor alleen het dak, terwijl de rest van het bijgebouw door een andere partij of door de eigenaar zelf wordt opgetrokken. In die situatie is er geen enkele partij die automatisch het volledige risico verzekert. De eigenaar doet er dan goed aan om zelf een ABR-polis af te sluiten voor de duur van de werken, of om bij elke aannemer afzonderlijk te vragen of en hoe die verzekerd is voor het deel dat hij uitvoert. Een tuinhuis met een fundering door de ene firma, een houtskeletbouw door de tweede en een felsdak door de derde is in de praktijk een klein bouwproject met verschillende uitvoerders, en dat vraagt om dezelfde aandacht voor de verzekering als een groter werk, ook al gaat het om een beperkt budget.

Het open dak is bij een bijgebouw een reëel punt van aandacht, precies omdat het tijdsbestek van de plaatsing vaak korter is dan bij een woning en de planning daardoor strakker wordt ingeschat. Een dakwerker die het felsdak van een tuinhuis op één dag denkt te plaatsen, plant vaak geen extra afdekzeil in, terwijl net die dag onverwacht weer kan omslaan. Bij een klein dakvlak van een tuinhuis lijkt de schade bij regeninslag beperkt, maar als het bijgebouw dienst doet als opslagruimte voor gereedschap, een tuinmachine of zelfs als atelier, kan de waterschade aan de inhoud toch aanzienlijk zijn. De ABR-polis dekt die schade tijdens de bouw, op voorwaarde dat de polis lopend is op het moment van het schadegeval en dat de omschrijving van het werk overeenstemt met wat er werkelijk gebeurt. Een polis die alleen de afwerking van een tuinhuis vermeldt terwijl in werkelijkheid ook het dak nog volledig open ligt, kan bij een schuldig verzuim van de aannemer tot discussie leiden over de dekking.

De premie voor een ABR-verzekering bij een bijgebouw ligt in de praktijk beduidend lager dan bij een woning, omdat de verzekerde waarde van het geheel kleiner is. Toch is het geen vast bedrag en zeker geen vaste vrijstelling: verzekeraars houden rekening met de aard van de constructie, de duur van de werf en het feit of er in de buurt van bestaande gebouwen gewerkt wordt. Een tuinhuis dat vrijstaand in de tuin verrijst, met voldoende afstand tot woning en buren, wordt doorgaans lager ingeschat dan een bijgebouw dat tegen de bestaande woning wordt aangebouwd of dat rakelings langs de perceelsgrens komt te staan. Het is dan ook zinvol om bij de verzekeraar of de makelaar concreet te vermelden waar het bijgebouw komt en wat er rondom staat, in plaats van een algemene polis voor kleine werken af te sluiten die de eigen situatie niet goed weerspiegelt.

Een laatste element dat bij een tuinhuis of bijgebouw vaak over het hoofd wordt gezien, is de tienjarige aansprakelijkheid. Die geldt in België in de eerste plaats voor werken die de stabiliteit van een gebouw raken, en een tuinhuis of bijgebouw valt daar niet altijd even scherp onder als een woning. Toch is het raadzaam om bij de aannemer te vragen hoe die met deze aansprakelijkheid omgaat, zeker wanneer het bijgebouw op een fundering rust die verzakking kan veroorzaken of wanneer het dak een drager vormt voor bijvoorbeeld zonnepanelen. De ABR-verzekering en de tienjarige aansprakelijkheid zijn twee verschillende zaken die elkaar aanvullen: de ene dekt de bouwperiode, de andere de periode daarna. Wie meer wil weten over hoe die aansprakelijkheid werkt bij een dak, leest dat bij de algemene pagina over de ABR-verzekering bij een felsdak.

Voor wie een tuinhuis of bijgebouw met een klikfelsdak laat plaatsen, is de praktische conclusie eenvoudig: ga niet uit van de grootte van het gebouw om te beslissen of een ABR-verzekering nodig is, maar van het risico tijdens de bouw. Vraag de aannemer die het dak plaatst of hij een eigen ABR-polis heeft voor deze werf, of sluit als eigenaar zelf een polis af voor de duur van de werken. Vermeld daarbij duidelijk waar het bijgebouw komt, wat er in de buurt staat, en hoe lang het dak open zal liggen. Zo weet u vooraf wie welke schade draagt, in plaats van dat pas achteraf te ontdekken.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink