Klikzink

Asbestinventaris bij een bijgebouw of tuinhuis

Wie een oud tuinhuis, een garage of een bijgebouw met een golfplatendak wil aanpakken, stuit meestal eerst op een andere vraag dan de vergunning: zit er asbest in dat dak? Bijgebouwen van voor de eeuwwisseling zijn vaak gedekt met golfplaten op basis van asbestcement, en dat materiaal ligt aan de basis van het Belgische asbestafbouwbeleid. Dat beleid raakt niet alleen woningen, maar ook het tuinhuis, het kippenhok met een dakje erop, en de vrijstaande garage achteraan de tuin.

De kern van het beleid is de inventarisatieplicht die geldt bij verkoop van een gebouw dat voor een bepaald jaartal is opgericht. Wie zo'n gebouw verkoopt, moet een asbestinventaris kunnen voorleggen, opgemaakt door een gecertificeerd deskundige. Die verplichting is niet gekoppeld aan de grootte van het gebouw: ook een tuinhuis van een paar vierkante meter valt eronder als het op het perceel staat dat verkocht wordt en als het van voor het grensjaar is. In de praktijk wordt de inventaris meestal opgemaakt voor het volledige perceel, met alle opstallen erop, en dus ook voor het bijgebouwtje dat er soms al veertig jaar ongemerkt bij staat.

Waarom dit meespeelt bij een dakvervanging

Deze inventarisatieplicht is in de eerste plaats een verkoopverplichting, geen bouwverplichting. Wie zijn tuinhuis niet verkoopt maar gewoon het dak wil vervangen, is niet wettelijk verplicht om eerst een officiële asbestinventaris te laten opmaken. Toch is het verstandig om dat wel te doen, of op zijn minst het materiaal grondig te laten beoordelen, voordat er een aannemer met een slijpschijf op het dak klimt. Golfplaten uit asbestcement herkent u niet altijd met het blote oog: er bestaan ook cementgebonden platen zonder asbest, en verwering maakt het verschil nog moeilijker zichtbaar. Een verkeerde inschatting leidt tot verspreiding van asbestvezels tijdens de werken, en dat is precies wat het beleid wil vermijden.

Als er wel asbest aanwezig is, gelden er regels voor de verwijdering die losstaan van de vraag of u een inventaris nodig had. Kleine hoeveelheden hechtgebonden asbest, zoals platen die nog intact zijn en niet verpulverd worden, mag een particulier onder voorwaarden zelf verwijderen, verpakt afvoeren naar het containerpark. Grotere hoeveelheden, losgebonden materiaal, of platen die al sterk verweerd of gebroken zijn, moeten door een erkende asbestverwijderaar behandeld worden. Dat onderscheid bepaalt in de praktijk meer over de kostprijs en de planning van uw werf dan de vergunningsvraag, en het is dan ook het eerste dat u laat uitzoeken, niet het laatste.

Vergunningsvrij tot een bepaalde oppervlakte, maar niet overal gelijk

Naast de asbestvraag is er de vraag of u voor het vervangen van het dak een omgevingsvergunning nodig hebt. Voor bijgebouwen zoals een tuinhuis, een garage of een berging bestaat in de drie gewesten een regeling die werken zonder vergunning toelaat onder een bepaalde oppervlakte en op een bepaalde afstand van de perceelsgrens. Het gaat dan doorgaans om vrijstaande bijgebouwen bij een hoofdgebouw, met een grens aan de totale oppervlakte van alle vergunningsvrije bijgebouwen samen op het perceel.

Het probleem is dat deze grenzen, en de precieze voorwaarden waaronder ze gelden, per gewest anders zijn ingevuld, en dat ze binnen elk gewest ook weer verschillen naar zone: een tuinhuis in een woongebied wordt anders behandeld dan datzelfde tuinhuis in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied of in de buurt van een beschermd monument. Ligt uw bijgebouw in zo'n gevoelige zone, of overschrijdt het de toegelaten oppervlakte, dan is een omgevingsvergunning wel nodig, ook als het maar om het dak gaat. Dat is een andere afweging dan bij een dakkapel of een aanbouw aan de woning, zoals wij uitleggen bij [de vergunning voor een veranda of aanbouw](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/veranda), waar het gaat om een uitbreiding van het hoofdvolume in plaats van een op zichzelf staand bijgebouw.

Daarbij telt ook de voorgeschiedenis van het bijgebouw zelf. Is het tuinhuis ooit vergund, of staat het er al zo lang dat het onder een vermoeden van vergunning valt? Bij oudere bijgebouwen is dat niet altijd eenvoudig te bewijzen, en dat kan meespelen zodra u meer doet dan het dak één-op-één vervangen: wie de omvang, de vorm of het gebruik van het bijgebouw wijzigt tijdens de werken, verlaat de vrijstelling en komt alsnog bij de vergunningsplicht terecht. Een zuivere dakvervanging, waarbij de golfplaten worden ingeruild voor stalen felsplaten in dezelfde vorm en op dezelfde draagconstructie, blijft in de meeste gevallen binnen de vrijstelling, maar het is de gemeente of de bevoegde dienst die daarover uitsluitsel geeft, niet de aannemer.

Wat u vooraf laat uitzoeken

Omdat asbestbeleid en vergunningsregels los van elkaar staan maar wel tegelijk relevant zijn bij een oud bijgebouw, is het verstandig om beide vragen apart te laten beantwoorden voor u een offerte vraagt. Vraag eerst een deskundige om het dakmateriaal te beoordelen, ook als u niet verkoopt: die beoordeling bepaalt of er een erkende verwijderaar nodig is en hoeveel tijd en geld de sloopfase van de werf vergt. Vraag daarna, of tegelijk, bij de gemeente of de bevoegde dienst van uw gewest of het bijgebouw binnen de vrijstelling valt, met de juiste oppervlaktematen en de zone waarin het perceel ligt.

Die twee antwoorden samen geven u een realistisch beeld van de werf: wat er met het oude dak moet gebeuren, en of u voor het nieuwe dak nog langs de gemeente moet. Bij twijfel over de zone of de oppervlakte is het raadzaam om dat schriftelijk te laten bevestigen, zodat u bij een latere controle of bij verkoop van het perceel kunt aantonen dat de werken terecht zonder vergunning zijn uitgevoerd. Hetzelfde geldt voor de asbestverwijdering: bewaar de facturen en attesten van de erkende verwijderaar, want die documenten zijn precies wat een toekomstige asbestinventaris bij verkoop nodig heeft om het bijgebouw als asbestveilig te kunnen bestempelen.

Zodra beide punten helder zijn, is de rest van het traject vergelijkbaar met elke andere dakvervanging: de oude golfplaten worden verwijderd volgens de regels die voor het aangetroffen materiaal gelden, de bestaande gordingen worden gecontroleerd op draagkracht, en het nieuwe dak wordt opgebouwd in stalen felsplaten die blijvend bestand zijn tegen weer en wind. Voor een tuinhuis of bijgebouw is dat een overzichtelijke ingreep zodra de asbestvraag en de vergunningsvraag beantwoord zijn, en dat is dan ook het moment waarop u met een gerust hart een aannemer kunt vragen om het werk uit te voeren.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink