Klikzink
Een dakrenovatie is voor de oplevering een ander verhaal dan nieuwbouw. Er ligt al een dak, dat er in dit geval afgaat, en dat brengt vragen met zich mee die bij een nieuw dak niet spelen: mag dit zonder vergunning, voldoet de nieuwe isolatie aan de eis die voor verbouw geldt, en is de premie waarvan de aanvrager is uitgegaan, wel nog te verkrijgen na de werken. Die drie vragen moeten vóór de eerste snede in de bestaande dakbedekking beantwoord zijn, want de oplevering controleert achteraf of wat beloofd is, ook geleverd is. Wij lopen ze hier na voor een dakrenovatie met stalen felsplaten, en laten de opdracht die op de meeste andere pagina's van deze kennisbank staat, hier bewust links liggen: dit gaat over het bestaande dak dat weg moet, niet over het felsdak dat ervoor in de plaats komt.
In de drie gewesten geldt voor onderhoud aan een dak doorgaans een vrijstelling, maar zodra de renovatie de vorm, de dakhelling of de hoogte van het dak wijzigt, is dat een ander verhaal. Vervangt de aannemer de bestaande golfplaten door een felsdak met exact dezelfde vorm en helling, dan valt dat in Vlaanderen meestal onder de vrijstellingsregels van het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). Wordt de dakhelling aangepast om onder de dakisolatie voldoende hoogte te krijgen, of komt er een dakkapel bij, dan is een omgevingsvergunning nodig en gaat de gemeente daar over. In het Waalse Gewest bepaalt het Code du Développement Territorial (CoDT, het wetboek voor ruimtelijke ontwikkeling) diezelfde grens, met een eigen lijst van vrijgestelde werken; in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest regelt het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) dat, en ligt de bevoegdheid vaak bij de gemeente of bij de fonctionnaire délégué, de ambtenaar van het gewest die over grotere dossiers beslist. Bij twijfel is het raadzaam om vóór de sloop van het oude dak bij de gemeente te informeren of de werken vergunningsplichtig zijn: een dakrenovatie zonder de vereiste vergunning kan bij de oplevering, en zeker bij een geschil met de buren of bij verkoop van het pand, alsnog problemen geven.
De EPB-regelgeving (energieprestatie van gebouwen) kent voor een dakrenovatie een eigen isolatie-eis, los van de strengere norm voor nieuwbouw. Wie het dakvlak vervangt en daarbij de dakconstructie blootlegt, moet voldoen aan de eis voor "ingrijpende energetische renovatie" of aan de eenvoudigere eis voor vervanging van een bouwschil-onderdeel, afhankelijk van de omvang van de werken en van het gewest. De EPB-verslaggever stelt vóór de start van de werken vast welke eis van toepassing is, en toetst bij de oplevering of de geplaatste isolatie, de dampscherm en de aansluiting op de bestaande muren daaraan voldoen. Bij een felsdak zit de isolatie meestal onder de stalen platen, tegen de onderconstructie, en is ze bij de oplevering niet meer zichtbaar. Daarom is het van belang dat de aannemer of de EPB-verslaggever foto's maakt vóórdat de felsplaten erop komen: bij een geschil achteraf, of bij een controle door het gewest, is dat vaak het enige bewijs dat de isolatie wel volgens de eis is aangebracht. Wij gaan dieper in op de plaatsing zelf op de pagina over [de oplevering bij een felsdak in België](/belgie/oplevering), waar de sneden, de klemmen en de aansluiting op de nok aan de orde komen.
Elk gewest kent een eigen premiestelsel voor dakisolatie en voor de vervanging van dakbedekking, met eigen voorwaarden over wie de aanvraag doet, welke aannemer erkend moet zijn, en welke technische minimumwaarde de isolatie moet halen. Die voorwaarden, en de bedragen die erbij horen, wijzigen regelmatig; de actuele stand vindt de lezer bij het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) voor het Vlaamse Gewest, bij de Service Public de Wallonie (SPW) voor het Waalse Gewest, en bij Leefmilieu Brussel voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Belangrijk voor de oplevering is dat de premie-instantie vaak vraagt om facturen en attesten die aantonen dat de werken zijn uitgevoerd zoals aangevraagd, en dat sommige gewesten een technisch attest van de aannemer eisen over de behaalde isolatiewaarde. Wordt dat attest niet bij de definitieve oplevering opgesteld, dan moet de bouwheer nadien alsnog een aannemer terug op de werf krijgen om het op te maken, wat voor vertraging bij de premie-aanvraag zorgt. Het is dus zinvol om de premievoorwaarden te kennen vóór de start van de werken, en niet pas wanneer de factuur al binnen is.
Bij de voorlopige oplevering loopt de bouwheer, samen met de aannemer en eventueel de architect, het dak na op zichtbare gebreken. Bij een dakrenovatie met felsplaten gaat het dan om de afwerking van de nok en de dakranden, de aansluiting op schouwen en dakvensters, de doorbuiging van de platen, en de bevestiging van de klemmen. Ook de staat van de gevel en de goten, die tijdens de sloop van het oude dak beschadigd kunnen zijn, komt hier aan bod. Een lastenboek dat vooraf duidelijk omschrijft welke afwerking verwacht wordt, is bij een renovatie extra van belang: bij nieuwbouw is er geen bestaande toestand om mee te vergelijken, maar bij een renovatie kan de bouwheer wel vragen om de dakrand identiek te herstellen zoals hij was, of net te verbeteren. Gebreken die bij de voorlopige oplevering worden vastgesteld, schrijft de bouwheer op in het oplever-verslag; de aannemer krijgt dan een termijn om ze te herstellen. Is er tijdens de werken een veiligheidscoördinator aangesteld, wat bij een dakrenovatie met stellingen en een tijdelijke opening in het dak vaak het geval is, dan is het raadzaam om ook het postinterventiedossier op dat moment te controleren: dat dossier moet de daaropvolgende dakwerker, jaren later, kunnen raadplegen om te weten hoe het dak is opgebouwd.
De definitieve oplevering volgt na de waarborgtermijn die in de aannemingsovereenkomst is afgesproken, en bevestigt dat de eerder vastgestelde gebreken zijn opgelost en dat er geen nieuwe zijn opgedoken. Vanaf dat moment start de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer voor verborgen gebreken die de stevigheid van het dak in het gedrang brengen, zoals een lekkage die pas na een paar winters zichtbaar wordt door een verkeerd geplaatste overlap in de felsnaden. Bij een renovatie is dat een reëel risico: het nieuwe dak steunt op een bestaande dakconstructie die niet altijd overal even stevig is, en een aannemer die dat vooraf niet grondig heeft nagekeken, loopt het risico dat een gebrek pas jaren later aan het licht komt. Voor de bouwheer is het daarom zinvol om bij de definitieve oplevering ook te vragen naar het bewijs van de EPB-aangifte en naar het technisch attest voor de premie, zodat beide dossiers afgerond zijn op het moment dat de aannemer zich terugtrekt. Wie na de definitieve oplevering nog een gebrek ontdekt dat niet onder de tienjarige aansprakelijkheid valt, staat er in principe alleen voor; dat is een extra reden om bij een dakrenovatie niet te snel te tekenen voor "definitief" als er nog twijfel bestaat over een detail.
Wie een dakrenovatie plant, doet er goed aan om vóór de start van de werken bij de gemeente te informeren over de vergunningsplicht, bij de EPB-verslaggever de geldende isolatie-eis te laten vaststellen, en bij de bevoegde gewestelijke instantie de actuele premievoorwaarden op te vragen. Leg in het lastenboek vast welke afwerking bij de voorlopige oplevering wordt gecontroleerd, en bewaar de foto's van de isolatie en de constructie vóór de felsplaten erop komen. Zo staat bij de definitieve oplevering alles op papier wat nodig is om de premie te innen, de EPB-aangifte af te ronden, en de aannemer aan zijn tienjarige aansprakelijkheid te houden.