Klikzink

Stedenbouwkundige vergunning bij verbouwing hoeve

Een hoeve die haar landbouwfunctie verliest en een woonbestemming, een kantoor of een B&B wordt, is stedenbouwkundig een ander dossier dan een woning waar het dak wordt vervangen. Bij een gewone woning is de vraag vaak simpel: is dit onderhoud, of is dit een ingrijpende wijziging. Bij een hoeve komt daar een tweede vraag bovenop, die het hele dossier zwaarder maakt: verandert de bestemming van het gebouw, en wat betekent dat voor de vergunning die u nodig hebt.

Een hoeve staat bijna altijd op een perceel met een landbouwbestemming of in een gebied dat in het gewestplan of ruimtelijk uitvoeringsplan een agrarische functie heeft. Zolang het gebouw in gebruik blijft voor de landbouw, valt een dakvervanging vaak onder dezelfde regels als bij een landbouwloods: een melding kan volstaan als er niets aan de buitenmaten of de constructie verandert, zoals wij beschrijven bij [de vergunning voor een landbouwloods](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/landbouwloods). Zodra u de hoeve een andere bestemming geeft, vervalt die eenvoud. Een bestemmingswijziging van agrarisch naar wonen is zelf al een vergunningsplichtige handeling, los van wat er met het dak gebeurt. De gemeente, en in de praktijk vaak ook de dienst ruimtelijke ordening van de provincie, moet beoordelen of die nieuwe bestemming op die plek toelaatbaar is. Pas als die vraag beantwoord is, wordt gekeken naar wat er met het dak zelf gebeurt.

Bestemmingswijziging en dakvervanging in één dossier

In de praktijk worden deze twee vragen zelden los van elkaar behandeld. Wie een hoeve laat ombouwen tot woning, dient doorgaans één omgevingsvergunning aan voor het geheel: de functiewijziging, de eventuele inpandige verbouwing, en de vervanging van het dak. Dat heeft een praktische reden. De vergunningverlenende overheid wil het volledige plaatje zien voordat ze een uitspraak doet over de bestemming, en een dak dat mee verandert van vorm, kleur of materiaal is daarvan een onderdeel dat meetelt bij de beoordeling van het uiterlijk van het gebouw na de werken. Een aanvraag die het dak apart en later indient, na een eerdere vergunning voor de bestemmingswijziging, loopt het risico dat de gemeente vraagt om alles in een gecoördineerd dossier te herzien.

Dit is een belangrijk verschil met een dakkapel of een uitbouw op een gewone woning, waar de bestemming al vaststaat en alleen de ingreep aan het dak ter discussie staat, zoals uitgewerkt bij [de vergunning voor een dakkapel of uitbouw](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/dakkapel-of-uitbouw). Bij een hoeve is het dak nooit een geïsoleerde vraag. Het gebouw krijgt een nieuwe rol, en de overheid kijkt naar het geheel: past deze woonfunctie op deze plek, past dit dak bij het karakter van de hoeve, en verandert er iets aan de zichtbaarheid vanaf de openbare weg. Dat laatste speelt sterk mee wanneer de hoeve in een landelijk gezichtsbepalend gebied ligt, of wanneer ze als erfgoed of bouwkundig waardevol is opgenomen.

Wat als de hoeve erfgoedwaarde heeft

Veel hoeves die worden verbouwd, staan op een inventaris van bouwkundig erfgoed, of zijn beschermd als monument. Dat verandert de procedure ingrijpend. In Vlaanderen wint de vergunningverlenende overheid in dat geval verplicht advies bij het agentschap Onroerend Erfgoed, en dat advies gaat niet alleen over de gevels maar ook over het dak: de vorm, de hellingsgraad, het materiaal en soms zelfs de kleur van de bedekking. Een felsdak in zink of staal kan daarbij aanvaard worden als het qua uitstraling aansluit bij het historische beeld, maar dat is niet automatisch zo. Wie hier vroeg over overlegt met de dienst erfgoed of de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar, vermijdt dat een dossier maanden vertraging oploopt omdat het voorgestelde materiaal wordt afgekeurd na indiening.

In het Waalse Gewest verloopt dit via de instanties die instaan voor patrimoine, met een vergelijkbare adviesverplichting binnen de procedure van het Code du Développement Territorial (CoDT), het wetboek dat de ruimtelijke ordening in Wallonië regelt. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het de directie Monumenten en Landschappen die dit beoordeelt binnen de omgevingsvergunning, geregeld via het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO). In alle drie de gewesten geldt hetzelfde uitgangspunt: erfgoedwaarde voegt een extra adviesronde toe aan de gewone procedure, en die ronde beoordeelt het dak mee als onderdeel van het silhouet van het gebouw, niet als losstaand technisch element.

De EPB-eis wordt zwaarder dan bij een gewone renovatie

Zodra een hoeve een woonfunctie krijgt, wordt ze voor de energieprestatieregelgeving (EPB) behandeld als een nieuwe of ingrijpend te renoveren woning, ook al bestaat het gebouw al eeuwen. Dat is een ander uitgangspunt dan bij een dakvervanging op een bestaande woning, waar vaak alleen de eisen voor het vervangen dakelement gelden. Bij de omzetting van een hoeve moet het volledige gebouw, of minstens het deel dat woonruimte wordt, voldoen aan de EPB-eisen die gelden voor een verbouwing met functiewijziging. Hoe die eis precies wordt ingevuld, welke berekeningsmethode van toepassing is en welke eisen aan het dak worden gesteld qua isolatiewaarde, leggen wij uit bij [EPB bij de verbouwing van een hoeve](/belgie/epb/hoeve). Voor het vergunningsdossier is het belangrijk te weten dat deze EPB-verplichting meestal een aparte aanstelling vereist, van een verslaggever die de startverklaring en later de EPB-aangifte indient, los van de stedenbouwkundige vergunning maar er wel nauw aan verbonden: zonder geldige vergunning voor de bestemmingswijziging start de EPB-procedure niet.

Wie de aanvraag voorbereidt, doet er goed aan hier niet twee gescheiden trajecten van te maken. De architect die het dossier voor de omgevingsvergunning opstelt, en de EPB-verslaggever die de energieprestatie berekent, werken idealiter vanaf het begin samen, zodat het voorgestelde dakpakket zowel stedenbouwkundig aanvaardbaar is als EPB-technisch haalbaar. Een felsdak met stalen felsbanen zoals wij die leveren, kan in de meeste gevallen worden gecombineerd met de isolatiedikte die de EPB-eis vraagt, maar de opbouw moet wel in het dossier staan: welke isolatie, welke dikte, welke onderconstructie. Een vergunningsaanvraag die dit vaag laat, krijgt vaak een vraag om aanvulling van de gemeente of van de dienst omgevingsvergunningen, en dat kost tijd op een dossier dat door de bestemmingswijziging al complex genoeg is.

Wat u nu kunt doen

Ga eerst na of het gewestplan of ruimtelijk uitvoeringsplan een woonfunctie op deze plek toelaat, en vraag bij de gemeente op of de hoeve op een inventaris van bouwkundig erfgoed staat: dat bepaalt of er een extra adviesronde in de procedure komt. Bespreek vervolgens met uw architect of ontwerper in welk stadium de EPB-verslaggever wordt betrokken, zodat het dakpakket in één keer goed op papier staat. Welke documenten voor de vergunningsaanvraag zelf nodig zijn, van plannen tot foto's van de bestaande toestand, staat overzichtelijk bij [de documenten voor een stedenbouwkundige vergunning of melding](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/documenten). Wilt u weten of onze felsplaten passen bij het beeld dat de vergunningverlener voor deze hoeve voor ogen heeft, dan denken wij daar graag over mee.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink