Klikzink

Werfmelding en aanwezigheidsregistratie bij carport of luifel

Een carport of luifel is voor de regelgever een ander soort bouwwerk dan een gesloten schuur of een woning. Er zijn geen buitenmuren, er is meestal geen verwarmde ruimte, en de wind speelt een rol die bij een dichte constructie veel kleiner is. Dat raakt twee zaken die met elkaar te maken hebben maar toch apart staan: de melding van de werf bij de sociale inspectie, en de vraag of u voor het plaatsen van de carport of luifel al dan niet een omgevingsvergunning nodig heeft.

De werfmelding waar deze pagina over gaat, is de aangifte van werken bij de overheidsdienst die instaat voor de detectie van sociale fraude, en de registratie van wie er op de werf aanwezig is via de databank Checkinatwork. Die verplichting hangt niet af van het soort gebouw dat u bouwt, maar van het bedrag van de werken en van het aantal aannemers dat betrokken is. Zodra de gezamenlijke waarde van de werken de drempel overschrijdt die de overheid daarvoor vastlegt, moet de werf gemeld worden voordat de eerste aannemer start. Bij een carport of luifel in klikfels blijft de waarde van de werken vaak beperkt, zeker als het om een kleine constructie bij een eengezinswoning gaat, en dan komt u soms onder die drempel uit. Reken er niet blindelings op: laat de aannemer die de bedekking plaatst, samen met de eventuele aannemer van de dragende structuur in metaal of hout, vooraf nagaan of de opgetelde waarde de grens haalt. Het actuele bedrag van die drempel, en de precieze werkwijze voor de aangifte, vindt u op de website van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

De aangifte zelf gebeurt door de bouwheer of door de hoofdaannemer, meestal via het onlineloket van de overheid. Daarna registreert elke aannemer die op de werf komt, zijn eigen aanwezigheid en die van zijn werknemers via Checkinatwork, per dag en per persoon. Bij een carport is dat in de praktijk vaak een kleine ploeg: de aannemer die de staalconstructie of de houten dragers monteert, en de dakdekker die de felsbanen legt. Zijn dat twee verschillende aannemers, dan registreren beiden apart, ook al staan ze soms maar één of twee dagen samen op de werf. Wij leggen de algemene werking van deze aangifte en registratie uitgebreider uit bij [de werfmelding en aanwezigheidsregistratie bij een felsdak in België](/belgie/werfmelding), en die uitleg geldt voor het felswerk op een carport net zo goed als voor een dak op een woning.

De omgevingsvergunning en de vrijstelling voor kleine constructies

Naast de werfmelding is er de vraag of het plaatsen van een carport of luifel zelf een omgevingsvergunning vraagt. In de drie gewesten bestaat een regeling van vrijstellingen voor kleine bijgebouwen en constructies, waaronder vaak ook carports en luifels vallen, op voorwaarde dat ze aan een aantal grenzen voldoen: een maximale oppervlakte, een bepaalde afstand tot de perceelsgrens, een beperkte hoogte, en soms de eis dat de constructie niet overkapt op de rooilijn staat. In het Vlaamse Gewest regelt het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) deze vrijstellingen, met een uitvoeringsbesluit dat de precieze maten vastlegt. In het Waalse Gewest bepaalt het Code du Développement Territorial (CoDT, het Waalse wetboek voor ruimtelijke ontwikkeling) welke werken vrijgesteld zijn van vergunning. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) dat deze lijst vastlegt, en die is doorgaans strenger en gedetailleerder dan in de andere twee gewesten.

Het gevolg is dat exact dezelfde carport op één adres in het Vlaamse Gewest vrijgesteld kan zijn van vergunning, en op een gelijkaardig adres in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wel een vergunning vraagt, bijvoorbeeld omdat de oppervlaktegrens er lager ligt of omdat het perceel in een verkaveling zit met eigen voorschriften. Ligt de woning in een beschermd landschap, een verkaveling met bijzondere voorschriften of vlak bij een perceelsgrens met een buur, dan vervalt de vrijstelling vaak sowieso en moet u toch een vergunningsaanvraag indienen, ongeacht het gewest. Vraag dit steeds na bij de gemeente of bij de dienst ruimtelijke ordening van uw gewest voordat u de werken plant, want een carport die zonder vergunning geplaatst wordt terwijl er wel een nodig was, kan bij een controle of bij een latere verkoop van de woning voor problemen zorgen.

Of er nu een vergunning nodig is of niet: de werfmelding en de aanwezigheidsregistratie bij Checkinatwork staan daar los van. Ook een vrijgestelde carport die zonder vergunning geplaatst mag worden, kan boven de drempel voor werfmelding uitkomen zodra u de constructie, de bevestiging en de afwerking optelt. Vergunningsplicht en meldingsplicht voor sociale inspectie zijn twee gescheiden dossiers, met elk hun eigen instantie en hun eigen gevolgen bij een controle.

De open constructie en de bevestiging van de felsplaten

Wat een carport of luifel technisch onderscheidt van een dak op een gesloten gebouw, is dat de wind er van onderuit tegen de plaat kan drukken. Bij een woning met een volledig afgesloten dakstructuur werkt de wind vooral van boven en van de zijkant; bij een open constructie zoals een carport ontstaat er ook onderdruk en opdruk vanaf de onderkant van de plaat, zeker bij een lage dakhelling en bij een constructie die vrij in het landschap staat, zonder beschutting van andere gebouwen of bomen. Onze klemmen voor blinde bevestiging zijn op deze belasting berekend, maar het aantal klemmen per m² en de te volgen sneden in de plaat moeten aangepast worden aan de windbelasting die voor die specifieke locatie geldt. Een aannemer die alleen gewend is aan dakwerk op woningen, onderschat deze belasting soms, terwijl net bij een carport de plaat aan alle kanten vrij ligt.

Deze windberekening staat in de regel niet in de omgevingsvergunning zelf, maar is wel onderdeel van de uitvoering en dus van de aansprakelijkheid van de aannemer. Wij lichten de tienjarige aansprakelijkheid en de rol van de EPB-verslaggeving toe op de algemene pagina over de werfmelding bij een felsdak, en die aansprakelijkheid geldt bij een carport onverkort, ook al is er geen verwarmde binnenruimte waarvoor EPB-eisen gelden. Een carport heeft doorgaans geen EPB-plicht, maar de tienjarige aansprakelijkheid voor de stabiliteit en de waterdichtheid van de constructie blijft gewoon van toepassing, precies omdat het om een bouwwerk gaat dat aan een omgevingsvergunning of vrijstelling onderworpen is.

In de praktijk komt dit samen op een kleine werf, met soms maar twee of drie personen gedurende een paar dagen. Dat is precies het soort werf waarbij de aangifte van werken en de aanwezigheidsregistratie vaak vergeten worden, omdat de bouwheer denkt dat de regeling alleen voor grote bouwprojecten geldt. Bij een luifel tegen een bestaande gevel, bijvoorbeeld boven een terras, speelt bovendien de vraag of de constructie als aanbouw beschouwd wordt en dus onder een andere vergunningscategorie valt dan een losstaande carport op het perceel; ook dat verschilt per gewest en soms per gemeentelijk voorschrift.

Wat u nu concreet regelt

Ga eerst bij uw gemeente of bij de bevoegde dienst van uw gewest na of uw carport of luifel onder de vrijstelling van vergunning valt, en vraag daarbij meteen naar eventuele bijzondere voorschriften voor uw perceel. Laat vervolgens de aannemer of aannemers berekenen of de gezamenlijke waarde van de werken de drempel voor werfmelding overschrijdt, en zorg dat de aangifte gebeurt voordat de eerste werkdag begint. Vraag aan de aannemer die de felsplaten plaatst om de bevestiging te laten uitwerken op de windbelasting van een open constructie, niet op de norm die voor een gesloten dak geldt. En houd, ook bij deze kleine werf, een basisdossier bij van vergunning of vrijstelling, aangifte en facturen: dat is de eerste plaats waar u naar teruggrijpt bij een controle of bij een geschil over de uitvoering.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink