Klikzink

Hemelwaterverordening bij een carport of luifel

Een carport of luifel heeft geen gevels, geen verwarmde ruimte en vaak niet eens een vloerplaat, en toch valt het dak ervan in de drie gewesten onder de hemelwaterverordening. De regel kijkt niet naar wat er onder het dak gebeurt, maar naar het feit dat er een verharde of overdekte oppervlakte bijkomt waar regenwater op valt en van afstroomt. Zodra u een carport of luifel bouwt of laat bouwen, telt de oppervlakte van dat dak mee in de berekening die de gemeente of het gewest hanteert om te bepalen of, en hoe, u het hemelwater moet opvangen, bufferen of laten infiltreren.

Dat verrast veel mensen die een carport zien als een klein en licht bijgebouwtje, vergelijkbaar met een tuinhuis. Qua vergunning is dat soms ook zo: een carport tot een bepaalde oppervlakte kan in Vlaanderen vrijgesteld zijn van een omgevingsvergunning, in het Waalse Gewest onder een lichter regime van het CoDT (Code du Développement Territorial, het Waalse wetboek voor ruimtelijke ordening) vallen, en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest onder de kleinere ingrepen van het BWRO (Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening). Maar vrijstelling van vergunning is niet hetzelfde als vrijstelling van de hemelwaterverordening: die twee regelingen lopen naast elkaar, en de ene ontslaat u niet van de andere. Voor de algemene werking van die verordening in de drie gewesten verwijzen we naar onze pagina over [de hemelwaterverordening bij een felsdak in België](/belgie/hemelwater); hier gaan we in op wat een open constructie als een carport of luifel specifiek anders maakt.

Het eerste verschil is de oppervlakte die meetelt. Bij een gesloten gebouw is dat vrijwel altijd de volledige dakoppervlakte, horizontaal geprojecteerd. Bij een carport of luifel is dat in de praktijk niet anders: ook een dak zonder muren daaronder vangt evenveel regen op als een dak met muren. Sommige gemeenten en sommige lastenboeken maken hierover expliciete afspraken, bijvoorbeeld door de oppervlakte van een carport samen te tellen met die van de woning waarbij hij hoort, zodat de drempel voor een verplichte regenwaterput of infiltratievoorziening sneller wordt bereikt. Vraag daarom bij de aanvraag altijd na of de carport apart wordt beoordeeld of wordt opgeteld bij de bestaande verharde en overdekte oppervlakte op het perceel.

Het tweede verschil zit in de manier waarop het water het dak verlaat. Bij een gesloten gebouw ligt er meestal een dakgoot rond de volledige omtrek, met een paar afvoerpunten die het water gericht naar een put, een wadi of de riolering brengen. Een carport of luifel heeft vaak maar aan één of twee zijden een goot, of soms helemaal geen goot: het water druppelt dan gewoon van de rand van de fels af. Dat is op zich geen probleem voor de hemelwaterverordening zolang het water op eigen terrein terechtkomt en niet ongecontroleerd naar de buur of de straat afstroomt, maar het maakt de knip tussen dakwater en verharding onder de carport minder scherp. Valt het water op grasperk, dan infiltreert het vaak al vanzelf; valt het op de opgestelde verharde inrit onder de carport, dan telt die verharding soms zelf ook mee in de berekening, naast het dak. Een aannemer die dit al vaker bouwde, houdt daar rekening mee bij het ontwerp van de afwatering.

Het derde en meest praktische verschil is de wind. Een carport of luifel heeft geen muren die de onderkant van het dak beschermen, waardoor de wind er vrij onder door kan en van onderaf tegen de plaat kan drukken. Bij een gesloten dak wordt de fels vooral van bovenaf belast, door wind die over het dakvlak schuift; bij een open constructie komt daar een opwaartse kracht bij die de klemmen en de ondergrond zwaarder beproeft. Wij leveren de felsplaten voor carports en luifels daarom met extra aandacht voor het aantal en de plaatsing van de klemmen, en de aannemer past de onderconstructie en de tussenafstand van de gordingen aan op die windbelasting. Dat heeft niets te maken met de hemelwaterverordening zelf, maar het is wel de reden waarom een carportdak zelden simpelweg een verkleinde kopie is van een woningdak: de constructieve vraag en de waterafvoervraag lopen hier samen op in het ontwerp.

De vergunningsvraag is het vierde punt waarop een carport afwijkt. Omdat veel carports en luifels net onder de drempel van een vergunningsplicht blijven, wordt de hemelwaterparagraaf soms over het hoofd gezien: bij een vrijstelling van vergunning is er ook geen dossier waarin de gemeente de verplichte infiltratie- of buffervoorziening kan afdwingen. Dat betekent niet dat de verplichting vervalt, wel dat de controle erop losser is. Bouwt u toch een carport samen met een groter project, zoals een nieuwbouwwoning of een uitbreiding, dan wordt de carport meestal mee opgenomen in dezelfde vergunningsaanvraag en dezelfde hemelwaterberekening, zoals ook beschreven bij [de hemelwaterverordening bij een nieuwbouwwoning](/belgie/hemelwater/nieuwbouwwoning). Staat de carport los, als zelfstandig project op een bestaand perceel, dan is het aan u om bij de gemeentelijke dienst leefmilieu of stedenbouw te vragen of er voor die specifieke oppervlakte een voorziening nodig is, ook als er geen vergunning voor nodig is.

In de praktijk zien we drie oplossingen terugkomen bij carports en luifels. De eerste is eenvoudig laten afvloeien op een doorlatende ondergrond, zoals grasklinkers of kiezel, wat in veel gemeenten aanvaard wordt als een vorm van infiltratie op eigen terrein zonder bijkomende put. De tweede is een goot aan de laagste rand van de fels monteren en die aansluiten op een bestaande regenwaterput of infiltratievoorziening van de woning, wat vooral logisch is wanneer de carport tegen het huis staat. De derde, minder gebruikelijke oplossing is een eigen kleine infiltratievoorziening onder of naast de carport aanleggen, wat vooral voorkomt wanneer de carport ver van het huis staat en de bodem ter plaatse goed doorlaatbaar is. Welke oplossing verplicht, aanbevolen of overbodig is, verschilt van gemeente tot gemeente en soms van straat tot straat binnen dezelfde gemeente, omdat de rioleringscapaciteit en de bodemgesteldheid meespelen.

Omdat de bedragen van premies voor infiltratie of hergebruik van regenwater, net als de precieze drempelwaarden voor verplichte voorzieningen, jaarlijks kunnen wijzigen en per gewest en gemeente verschillen, vermelden we die hier niet. Voor de actuele cijfers en drempels raadpleegt u de gemeentelijke dienst leefmilieu of stedenbouw, of de gewestelijke overheidswebsite die de hemelwaterverordening beheert: in Vlaanderen de omgevingsloket-informatie bij de gewestelijke stedenbouwkundige verordening, in het Waalse Gewest de diensten die het CoDT en de gewestelijke waterregels toepassen, en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de dienst die het BWRO en de gewestelijke regenwaterregels beheert.

Wilt u een carport of luifel laten bedekken met stalen felsplaten, dan raden we aan om de vraag over de hemelwaterafvoer al bij het ontwerp te stellen, samen met de vraag over de windbelasting op de klemmen. Bespreek met uw aannemer waar het water van de fels naartoe moet, of dat op eigen terrein kan infiltreren of moet worden aangesloten op een bestaande put, en vraag bij de gemeente na of de oppervlakte van de carport meetelt bij een groter project op het perceel. Zo weet u vóór de plaatsing wat er nodig is, in plaats van achteraf een goot of put te moeten toevoegen aan een dak dat daar niet op voorzien was.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink