Klikzink

Conformiteitsattest bij verhuur: carport of luifel

Wie een woning verhuurt, moet er zorgen dat ze voldoet aan de kwaliteitsnormen die het gewest daarvoor vastlegt. Die controle gaat over de woning zelf: de kamers, de technische installaties, de veiligheid, en ook het dak. Een carport of luifel staat daar meestal los van, omdat het geen woonruimte is en niet onder het dak van de woning zelf valt. Toch is het geen reden om er niet naar te kijken, want een losstaande of aangebouwde overkapping die slecht bevestigd is, kan wél een probleem worden voor de woning ernaast, en een controleur die op de werf staat, ziet nu eenmaal alles wat er staat.

De kwaliteitsnorm waarnaar verwezen wordt bij verhuur gaat in essentie over bewoonbaarheid: is er geen vocht, geen instortingsgevaar, geen brandgevaar, functioneert de elektriciteit en de verwarming. Een lekkend dak boven een slaapkamer telt daar zwaar in mee, en dat is precies waarom wij op de andere pagina's van deze kennisbank uitgebreid ingaan op het conformiteitsattest bij een felsdak op de woning zelf. Een carport of luifel is een ander verhaal: hij beschermt een wagen of een terras, niet een leefruimte. Maar zodra die carport aan de woning vastzit, doorgang geeft naar een deur, of zijn dak overloopt in het dak van een aanbouw die wél bewoond wordt, verschuift de vraag. Dan telt de constructie mee in de beoordeling van de veiligheid van het geheel, en een verhuurder die daar geen aandacht aan geeft, loopt het risico dat een klacht van de huurder over iets anders — een vochtplek, een tochtprobleem — de controleur ook naar de carport laat kijken.

Het verschil tussen een carport of luifel en een gesloten aanbouw zit in de constructie zelf, en dat is precies waar dit werk technisch afwijkt van een dak op een gesloten volume, zoals wij uitleggen bij [het conformiteitsattest bij een bijgebouw of tuinhuis](/belgie/conformiteitsattest/bijgebouw). Een carport heeft geen of nauwelijks zijwanden. De wind komt er niet alleen van boven, maar ook van onderaf en van de zijkant, tegen de onderzijde van de plaat. Dat noemt men windopwaartse belasting, en die is bij een open constructie veel groter dan bij een gesloten dak waar de onderzijde afgeschermd blijft door een dakstructuur en een geïsoleerde ruimte. Voor stalen felsplaten en klikfels betekent dit dat de bevestiging, de keuze van de klemmen en de tussenafstand van de dragers zorgvuldiger doordacht moeten worden dan op een gewoon hellend dak. Een aannemer die een carport oplevert volgens dezelfde tussenafstanden als op een woondak, plaatst een risico op de werf dat zich pas toont bij de eerste storm.

De vergunningsvraag is de tweede plaats waar een carport zich onderscheidt. In de drie gewesten geldt in principe een omgevingsvergunning voor wie bouwt, maar er bestaan vrijstellingen voor kleinere constructies zoals een carport, gekoppeld aan oppervlakte, hoogte en afstand tot de perceelsgrens. Die vrijstellingsregels verschillen tussen het Vlaams Gewest, dat ze regelt via het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), het Waalse Gewest, met zijn Code du Développement Territorial (CoDT, het wetboek voor ruimtelijke ontwikkeling), en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat werkt met het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO). Een carport die in Vlaanderen vrijgesteld is omdat hij onder een bepaalde oppervlakte blijft, kan in het Waalse Gewest toch een vergunning vragen als hij dichter bij de rooilijn staat dan toegelaten. Wie een carport bouwt of laat bouwen, vraagt dus best eerst bij de gemeente of bij de bevoegde dienst van het gewest of de vrijstelling van toepassing is, vóór de plaat besteld wordt.

Een concreet geval maakt dit duidelijk. Een verhuurder in een randgemeente laat een carport bouwen naast de woning, met een dak in stalen felsbanen op een helling van net boven de minimumhelling waarop het systeem werkt. De carport staat los van de woning, met een tussenruimte van een halve meter, en heeft geen zijwanden. Bij de eerste storm van het jaar tilt de wind een deel van de plaat los aan de vrije rand, omdat de klemmen daar te ver uit elkaar stonden voor een open constructie. Er is geen schade aan de woning zelf, dus het conformiteitsattest van de woning blijft in orde. Maar de huurder klaagt bij de gemeente, er komt een controleur langs, en die stelt vast dat de carport niet vergund was omdat hij, door zijn afstand tot de perceelsgrens, buiten de vrijstelling viel. De verhuurder moet alsnog een omgevingsvergunning aanvragen, met een regularisatiedossier, en de aannemer moet de bevestiging herdoen volgens een tussenafstand die wél rekening houdt met windopwaartse belasting.

Dit voorbeeld toont drie zaken die samenkomen bij een carport of luifel: de vergunningsvraag, de technische bevestigingsvraag, en de band met het conformiteitsattest van de woning ernaast. Voor de eerste twee gaat het gewest over de regels, en die regels zijn niet dezelfde in Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Voor het derde punt geldt de kwaliteitsnorm van het gewest waar de huurwoning ligt, en die norm gaat over de woning, niet over elk bijgebouw op het perceel — maar een controleur trekt zich daar in de praktijk niet strikt aan als de carport zichtbaar gevaar oplevert voor wie er langsloopt.

Voor de bevestiging zelf verandert het uitgangspunt van het felssysteem niet: dezelfde felsbanen van 35 mm, dezelfde werkende breedte van 475 mm, dezelfde blinde bevestiging met klemmen die u kent van een gewoon hellend dak. Wat verandert, is de dichtheid van die klemmen en de plaats waar ze zitten, vooral aan de randen en de vrije uiteinden van de carport, waar de wind het meest aangrijpt. Een aannemer die ervaring heeft met open constructies weet dit, en zal daar in de meetstaat en het lastenboek rekening mee houden. Vraag daar gerust naar bij de offerte: een carport is geen woondak, en de berekening van de belasting hoort dat te weerspiegelen.

Wie een carport of luifel plant bij een huurwoning, doet er dus goed aan om drie dingen na te gaan vóór de werf start: of de constructie onder de vrijstelling van een omgevingsvergunning valt in het gewest waar de woning ligt, of de aannemer de bevestiging aanpast aan een open dak in plaats van een gesloten dak, en of de carport op een manier vastzit aan of los staat van de woning die relevant is voor het conformiteitsattest. Wie twijfelt over de vrijstellingsregels, vraagt dat na bij de gemeente of bij de bevoegde dienst van het gewest, want die informatie verandert regelmatig en hoort niet in een vaste tekst te staan. Wie twijfelt over de bevestiging, vraagt een aannemer om de windbelasting expliciet te berekenen voor een open constructie, en niet zomaar de tussenafstanden van een gewoon dak over te nemen.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink