Klikzink

Asbestinventaris: welke documenten heeft u nodig

Wie een oud golfplatendak laat vervangen, komt vroeg of laat een van twee documenten tegen: het asbestattest of de sloopinventaris. Beide gaan over asbest, beide worden opgesteld door een erkend asbestdeskundige, en toch zijn het niet dezelfde documenten, met niet dezelfde inhoud en niet dezelfde geldigheidsduur. Op deze pagina zetten we ze naast elkaar, zodat u weet welk document er op tafel moet liggen voordat de aannemer met de sloophamer op het dak klimt.

Het asbestattest is het document dat hoort bij de verkoop van een gebouw. Wie in Vlaanderen een woning of bedrijfsgebouw van vóór een bepaald bouwjaar verkoopt, moet op het moment van de verkoop een geldig asbestattest kunnen voorleggen. Dat attest wordt opgesteld door een asbestdeskundige die erkend is bij de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, en het beschrijft welke asbesttoepassingen in het gebouw aanwezig zijn, in welke staat ze verkeren en welk risico ze vormen. Het asbestattest is een verplichting die uit het Vlaamse asbestafbouwbeleid volgt, met als doel dat asbest tegen een bepaalde horizon systematisch uit gebouwen verdwijnt. Dat beleid geldt alleen in Vlaanderen; in Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaat deze verplichting bij verkoop niet op dezelfde manier.

De sloopinventaris is een ander document, met een ander doel. Wie sloopwerken of ingrijpende verbouwingswerken laat uitvoeren boven een bepaald volume, moet vooraf een sloopopvolgingsplan of sloopinventaris laten opstellen. Dat document brengt in kaart welke afvalstoffen bij de werken zullen ontstaan, met asbest als een van de aandachtspunten, en het is de basis waarop de aannemer bepaalt hoe de werken veilig en volgens de regels worden uitgevoerd. Bij een dakvervanging is het niet altijd de verkoop die de aanleiding vormt, maar net de werf zelf: het verwijderen van een golfplatendak van pakweg honderd vierkante meter is precies het type werk waarvoor een sloopinventaris verplicht kan zijn, los van de vraag of het gebouw ooit verkocht wordt.

Het verschil tussen beide documenten wordt concreet bij een gewoon voorbeeld. Stel: een eigenaar van een landbouwloods met een golfplatendak wil dat dak laten vervangen door felsplaten, zonder dat de loods verkocht wordt. In dat geval is er geen verplichting tot een asbestattest, want er is geen verkoop. Er kan wel een sloopinventaris nodig zijn, omdat de golfplaten worden verwijderd en dat een sloophandeling is die om een eigen traject vraagt. Andersom: wie een woning met een asbesthoudend dak verkoopt zonder dat er meteen werken gepland zijn, heeft wel een asbestattest nodig, maar geen sloopinventaris, want er wordt niets gesloopt.

De twee documenten kunnen ook samen nodig zijn, en dat is het scenario dat in de praktijk vaak voor verwarring zorgt. Wie een gebouw koopt met een golfplatendak, krijgt bij de aankoop het asbestattest van de verkoper. Zodra de nieuwe eigenaar dat dak dan laat vervangen, moet er voorafgaand aan de sloopwerken alsnog een sloopinventaris komen, ook al bevat het asbestattest al veel van dezelfde informatie. Dat is geen dubbel werk zonder reden: het asbestattest beschrijft de toestand van het gebouw op het moment van de verkoop, terwijl de sloopinventaris specifiek gericht is op de werf die gepland is en de verwerking van het sloopafval dat daaruit voortkomt. Een aannemer die alleen het asbestattest krijgt en zonder sloopinventaris begint te breken, zet zichzelf en de eigenaar bloot aan een inbreuk, ook al is er formeel niets verkeerd met het attest zelf.

Beide documenten hebben een beperkte geldigheidsduur, en dat is precies waar veel eigenaars zich vergissen. Een asbestattest dat een paar jaar geleden werd opgesteld bij een vorige verkoop, is niet automatisch nog geldig. Als de geldigheidstermijn verstreken is, moet er een nieuw attest komen voordat er opnieuw verkocht kan worden, en dat attest moet dan de actuele toestand van het dak weergeven, inclusief eventuele verwering of schade die intussen is opgetreden. Het actuele geldigheidsregime en de actuele looptijd vindt u bij de erkende asbestdeskundige of bij de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, want dat zijn gegevens die kunnen wijzigen en die wij hier daarom niet met een concrete termijn invullen.

Wie een asbestdeskundige inschakelt, moet erop letten dat die erkend is voor de opdracht die nodig is. Niet elke deskundige die een asbestattest mag opstellen, is automatisch ook bevoegd voor een sloopinventaris, en omgekeerd. Bij een dakvervanging is het dus zaak om vooraf te vragen welk document de deskundige precies aflevert, en of dat het document is dat de aannemer nodig heeft om de werf te mogen starten. Een aannemer die met het foutieve document op de werf staat, kan de start van de werken niet verantwoorden bij een controle, en dat leidt tot vertraging die niemand wil op het moment dat het dak al open ligt.

De rol van de aannemer bij dit alles is uitvoerend, niet regelgevend. De aannemer voert de sloop en de vervanging uit volgens wat in de documenten staat, maar is niet degene die het asbestattest of de sloopinventaris opstelt. Dat blijft de taak van de erkende deskundige. Wel is het de aannemer die in de praktijk als eerste tegen een golfplatendak aanloopt en die het beste kan inschatten of er reden is om te vermoeden dat er asbest in het dak zit, ook als er nog geen document is opgesteld. Een aannemer die dat vermoeden negeert en gewoon begint te breken, brengt zichzelf, zijn werknemers en de eigenaar in de problemen, los van welk document er formeel al dan niet aanwezig is.

Deze verplichtingen staan los van de vraag of er voor de dakvervanging zelf een vergunning nodig is. Een dakvervanging waarbij de vorm en de omvang van het dak ongewijzigd blijven, valt in de meeste gevallen niet onder de vergunningsplicht, zoals wij uitleggen bij [de stedenbouwkundige vergunning bij landbouwloods](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/landbouwloods). Maar het ontbreken van een vergunningsplicht zegt niets over de asbestverplichtingen: die lopen via een ander spoor, met een andere instantie en een ander document. Wie zich alleen afvraagt of er een vergunning nodig is en de asbestkant vergeet, mist een verplichting die net zo bindend is.

Wat kan u nu doen? Vraag bij een verkoop altijd naar het geldige asbestattest, en controleer de datum waarop het is opgesteld. Vraag bij een sloop of vervanging van een dak met verdenking op asbest, zoals een golfplatendak van voor een bepaald bouwjaar, aan uw aannemer of er al een sloopinventaris is, en zo niet, schakel dan zelf een erkende asbestdeskundige in voordat de werf start. En vraag bij twijfel over de kosten van dat traject na wat er precies inbegrepen is, iets wat wij verder uitwerken op de pagina over [wat een asbestinventaris kost](/belgie/asbestinventaris/wat-kost-het). Zo weet u vooraf welk document er op tafel moet liggen, in plaats van dat u het pas ontdekt op het moment dat de sloophamer al klaarstaat.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink