Klikzink

Veranda of aanbouw in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Een veranda of aanbouw is meestal een klein bouwvolume: een uitbreiding tegen de achtergevel, soms nog geen tien vierkante meter groot. Precies daardoor wordt het vaak onderschat. Wie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een aanbouw plant met een felsdak in staal, botst op een stedenbouwkundig kader dat weinig ruimte laat voor improvisatie, op een dicht bebouwd weefsel waar de buren letterlijk om de hoek staan, en op een aandeel beschermd erfgoed dat in verhouding tot de oppervlakte van het gewest opvallend groot is. Dit artikel gaat over die combinatie: het kleine volume, de aansluiting tegen de bestaande gevel, en de regels van dit gewest specifiek.

De eerste vraag is bijna altijd of er een omgevingsvergunning nodig is. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest regelt het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) wanneer een aanbouw vergunningsplichtig is en wanneer niet. Anders dan wat vaak wordt gedacht, is een kleine veranda niet automatisch vrijgesteld. De vrijstellingsregels houden rekening met de oppervlakte, de hoogte, de afstand tot de perceelsgrens en de vraag of het gebouw in een beschermd gebied ligt. Een aanbouw van een paar vierkante meter tegen een vrijstaande woning in een gewone straat kan onder de vrijstelling vallen; diezelfde aanbouw tegen een geklasseerd pand of in een beschermd stads- of dorpsgezicht valt daar meteen buiten. Wij raden aan om dit altijd te laten toetsen door de gemeente of door een architect, en niet af te gaan op wat bij de buren is toegestaan: elk perceel wordt individueel beoordeeld.

Wat deze aanvraag in Brussel typisch anders maakt dan in de andere twee gewesten, is de rol van de gemeente naast het gewest, en de intensiteit van het advies van de gemeentelijke dienst stedenbouw. Brussel is opgedeeld in negentien gemeenten, elk met een eigen dienst en eigen gevoeligheden. Een aanbouw die in de ene gemeente probleemloos wordt vergund, kan in een andere gemeente een bijkomende voorwaarde krijgen over materiaalkeuze of kleur, precies omdat het straatbeeld er anders wordt beoordeeld. Voor felsplaten in staal betekent dit concreet dat de kleur en de glans van de coating soms ter discussie staan bij een aanbouw die zichtbaar is vanaf de openbare weg, ook als het om een klein dakvlak gaat.

Het aandeel beschermd erfgoed is het tweede element dat deze werf typeert. Brussel telt relatief veel geklasseerde gebouwen en beschermde gehelen op een klein grondgebied, en een aanbouw tegen zo'n gebouw valt vaak onder een strenger regime. Is het hoofdgebouw beschermd, dan is meestal ook de aanbouw tegen de achtergevel aan een advies van de bevoegde erfgoedinstantie onderworpen, zelfs als die aanbouw zelf nooit geklasseerd is. De reden is dat de aanbouw het silhouet van het beschermde gebouw raakt, of omdat de achtergevel meetelt in de erfgoedwaarde. Wie in zo'n situatie zit, leest bij ons meer over de aanpak bij [een woning in een beschermd gezicht](/belgie/brussel/beschermd-gezicht), waar we dieper ingaan op de manier waarop de erfgoedinstantie materiaalkeuzes beoordeelt.

De aansluiting op de bestaande gevel is het technische zwaartepunt van dit soort werf, en de plek waar het vaakst iets fout loopt. Een aanbouw of veranda staat per definitie tegen een bestaande muur, en die muur is zelden gebouwd met het idee dat er ooit een dak tegenaan zou komen. De kilgoot of de aansluiting tegen de gevel moet dan met loodslabben of met een opstand in de felsplaat zelf worden afgewerkt, en die overgang is precies waar bouwvochtige lekken beginnen als het detail niet klopt. Bij een fels van 35 millimeter met een werkende breedte van 475 millimeter is de plaat zelf waterdicht vanaf een geringe dakhelling, maar de aansluiting tegen het metselwerk vergt een aparte, doordachte detaillering, met voldoende opstand en een goede overlap onder de bestaande gevelbekleding of pleisterlaag. Wij werken dit liever op voorhand uit met de aannemer dan achteraf te herstellen, en verwijzen wie breder naar de aansluitingsdetails van een felsdak wil kijken door naar de uitleg bij een felsdak in dit gewest.

Ook de tienjarige aansprakelijkheid speelt hier een rol, ook al gaat het om een klein volume. De architect en de aannemer die de aanbouw realiseren, blijven tien jaar aansprakelijk voor gebreken die de stabiliteit of de waterdichtheid ernstig in het gedrang brengen. Bij een aanbouw tegen een bestaande gevel is dat niet theoretisch: een lekkend aansluitdetail is precies het soort gebrek waarvoor deze aansprakelijkheid is bedoeld. Voor kleinere werven wordt niet altijd een architect ingeschakeld, maar voor de dakconstructie en de aansluiting op de bestaande muur is deskundig advies wel degelijk aangewezen, ook als de wet geen architect verplicht.

Het postinterventiedossier komt bij een aanbouw vaak ter sprake wanneer er ook aan het bestaande gebouw wordt gewerkt, bijvoorbeeld als de doorgang naar de aanbouw een opening in de bestaande gevel vereist waarbij een veiligheidscoördinator wordt aangesteld. Dat dossier documenteert hoe het dak en de aansluiting zijn opgebouwd, wat voor toekomstig onderhoud van belang is. Ook bij een klein volume raden wij aan om deze documentatie te vragen aan de aannemer en te bewaren, precies omdat een aanbouw met een felsdak weinig onderhoud vergt, maar bij een latere ingreep — een zonnepaneel, een doorvoer, een aansluiting van een nieuwe leiding — wel duidelijk moet zijn hoe de plaat en de aansluiting zijn uitgevoerd.

Over de premie voor een aanbouw kunnen wij geen concrete bedragen geven, en dat is bewust: de regeling verandert regelmatig en een vast bedrag in dit artikel zou binnen het jaar achterhaald zijn. Wat wel vaststaat, is dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een eigen premiestelsel hanteert, los van het Vlaamse en het Waalse systeem, met eigen voorwaarden over inkomen, het type ingreep en de energieprestatie van het resultaat. Voor een aanbouw komt een premie doorgaans niet in beeld voor het dak op zich, maar wel wanneer de ingreep gepaard gaat met een verbetering van de isolatie of met een gelijktijdige energetische renovatie van de bestaande gevel. Het actuele overzicht van voorwaarden en bedragen vindt u bij de gewestelijke dienst die de energiepremies beheert; wij raden aan dit te raadplegen vóór de aanvraag van de vergunning, omdat sommige premies een voorwaarde stellen aan het moment waarop de werken starten.

Het verlaagde btw-tarief voor renovatie is voor een aanbouw een aandachtspunt, omdat het meestal om een nieuw bouwvolume gaat dat aan een bestaande woning wordt toegevoegd. Of dat tarief van toepassing is, hangt af van de ouderdom van het hoofdgebouw en van de precieze aard van de werken; de aannemer bepaalt dit normaal via de gebruikelijke verklaring op de factuur. Bij twijfel, vooral wanneer de aanbouw een aanzienlijk deel van de bestaande woning vervangt, is het aan te raden dit vooraf te laten nakijken.

De EPB-eisen, de energieprestatieregelgeving voor gebouwen, gelden ook voor een aanbouw, en dat wordt bij een klein volume nog wel eens vergeten. Zodra de aanbouw verwarmd wordt, moet het dak aan de geldende isolatiewaarden voldoen, ook al is het maar een paar vierkante meter. Bij een felsdak in staal wordt de isolatie meestal onder de plaat aangebracht, in de dakopbouw zelf, terwijl de fels van 35 millimeter met zijn klemmen zorgt voor de waterdichte, blind bevestigde afwerking daarboven. Zo'n dakpakket is licht — de plaat zelf weegt ongeveer 5 kilogram per vierkante meter — wat bij een aanbouw met een lichte dakconstructie vaak net het verschil maakt in de draagkrachtberekening.

Wie deze werf plant, doet er goed aan eerst bij de gemeente te toetsen of een vergunning nodig is en of het pand of de omgeving onder erfgoedbescherming valt, vervolgens de aansluiting op de bestaande gevel met de aannemer in detail te bespreken, en pas daarna de premie- en btw-voorwaarden te laten uitzoeken voor de werken van start gaan.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink