Klikzink
Een garage of bergplaats is klein werk. Er is vaak geen architect bij betrokken, de aannemer regelt het samen met de eigenaar, en niemand denkt aan een dossier voor een gebouw van een paar vierkante meter. Precies daar zit het probleem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het gewest kent geen algemene vrijstelling voor bijgebouwen zoals sommige mensen uit andere gewesten verwachten, en de kleine schaal van het werk verandert niets aan de vraag of er een omgevingsvergunning nodig is.
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de stedenbouwkundige vergunning geregeld in het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO). Dat wetboek werkt met een lijst van werken die van vergunning zijn vrijgesteld, en die lijst is voor bijgebouwen strikter dan wat aannemers soms gewend zijn uit Vlaanderen of Wallonië. Een vrijstelling geldt bovendien nooit op zichzelf: ze vervalt zodra het pand in een beschermd gezicht, een beschermde zone of op de inventaris van het bouwkundig erfgoed staat, en dat is in Brussel sneller het geval dan elders. Een gemeente als Sint-Gillis of Elsene heeft veel meer bebouwde oppervlakte binnen zo'n beschermde zone dan een gemeente aan de rand van het gewest. Wij raden daarom aan om, vóór er één plaat op de loods ligt, bij de gemeente te laten nagaan of de garage of bergplaats binnen zo'n zone valt.
Wie de vrijstelling niet kan aantonen, dient een dossier in bij de gemeente, of bij Urban.brussels wanneer het pand op de inventaris van het erfgoed staat of wanneer een fonctionnaire délégué (de gewestelijke ambtenaar die over bepaalde dossiers beslist) bevoegd is. Voor een garage of bergplaats is de gemeente in de praktijk meestal de eerste stap. Het dossier bestaat uit een plan, een beschrijving van de materialen en, bij een fels van staal, een technische fiche van de plaat. Net dat laatste punt wordt vaak vergeten: de gemeente wil weten hoe het dak eruit gaat zien, welke kleur de coating heeft en hoe de aansluiting op een eventuele bestaande gevel verloopt.
De combinatie van een kleine oppervlakte en een dicht bebouwd gewest zorgt voor een paar situaties die typisch Brussels zijn. Een garage staat vaak tegen een bestaande scheidingsmuur, in een binnenterrein dat via een steeg of poort bereikbaar is. De toegang voor materiaal en gereedschap is smal, en de werf ligt letterlijk tussen de achtergevels van drie of vier huizen. Dat heeft gevolgen voor de manier van werken: platen van acht meter lengte worden op maat besteld en op de werf zelf verwerkt, precies om te vermijden dat er op een binnenterrein met weinig ruimte nog gesneden moet worden. Bij een fels van 35 mm en een plaat van 0,55 mm dikte is dat sowieso de gangbare werkwijze, en in een Brusselse achtertuin is ze bijna verplicht.
De buurt speelt ook mee bij de keuze van het dakbeeld. Een gemeente in het centrum van Brussel, met veel herenhuizen uit dezelfde bouwperiode, kijkt anders naar een nieuwe garage dan een gemeente aan de rand met meer individuele architectuur. Wij zien in de vergunningsaanvragen voor Brussel regelmatig een uitdrukkelijke vraag naar het type sneden in de plaat en naar de lichtinval op het metaal, net omdat de garage zichtbaar is vanuit de achtergevels van de buren. Dat is een detail dat in een landelijke gemeente zelden wordt gevraagd, en waar wij in Brussel bewust rekening mee houden bij de keuze van kleur en profiel.
Een tweede element dat typisch is voor dit gewest, is de premie voor renovatie en verbouwing. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kent een eigen premiestelsel, los van wat in Vlaanderen of Wallonië geldt, en dat stelsel wordt regelmatig aangepast. Voor een garage of bergplaats komt een premie zelden in aanmerking als het om een nieuwbouw gaat, maar wanneer het werk deel uitmaakt van een bredere renovatie, bijvoorbeeld de vervanging van een bestaand dak op een bijgebouw, kan dat wel meespelen. Omdat de bedragen en de voorwaarden jaarlijks wijzigen, verwijzen wij voor de actuele stand altijd naar de dienst Huisvesting van het gewest of naar de gemeente zelf. Wij noemen hier bewust geen bedrag: wat vandaag klopt, is over een jaar achterhaald.
Ook voor een klein gebouw zoals een garage geldt de tienjarige aansprakelijkheid voor de aannemer, wanneer het gaat om werken die de stabiliteit van het gebouw raken. Bij een fels van staal, blind bevestigd met klemmen op de dakconstructie, is dat een reëel punt: de bevestiging moet berekend zijn op de dakhelling en op de ondergrond, en dat wordt best vastgelegd in het lastenboek, ook al is de garage maar een paar vierkante meter groot. Wij leveren de platen op maat vanuit Ede, tot een lengte van acht meter, en die maatvoering staat idealiter al in het lastenboek voordat de bestelling wordt geplaatst.
Bij een garage die aan een bestaande woning grenst, of die aansluit op een bestaand dak, is de aansluiting op de nok een terugkerend aandachtspunt. Wij leggen daarom uit hoe de aansluiting op de nok in de praktijk verloopt, en dat geldt voor een garage even goed als voor een groter dak. Wie een garage laat bouwen naast een bestaand bijgebouw, zoals een tuinhuis, doet er goed aan om ook te kijken naar wat wij beschrijven bij [een bijgebouw of tuinhuis in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest](/belgie/brussel/bijgebouw), omdat de vergunningsregels voor kleine constructies in Brussel sterk op elkaar lijken.
Wanneer er tijdens de werken aan een garage risico's zijn die meerdere partijen raken, bijvoorbeeld bij werk vlak naast een steeg die door de buren gebruikt wordt, kan een veiligheidscoördinator verplicht zijn. Dat hangt af van de grootte van de werf en van het aantal aannemers dat tegelijk aan het werk is; bij een garage die door één aannemer in enkele dagen wordt afgewerkt, is dat meestal niet aan de orde, maar het is een punt dat de aannemer vooraf moet nagaan, niet iets wat de eigenaar zelf kan inschatten.
Ook voor een garage of bergplaats stelt de aannemer een postinterventiedossier op zodra er werken zijn uitgevoerd waarvoor een veiligheidscoördinator verplicht was, of wanneer de eigenaar dat vraagt voor toekomstig onderhoud. In dat dossier komt te staan welk type dakbedekking is gebruikt, hoe de plaat aan de ondergrond bevestigd is en welke materialen zijn toegepast. Voor een felsdak van staal is dat een kort maar nuttig document: bij een latere ingreep, bijvoorbeeld het doorboren van het dak voor een leiding, weet de volgende aannemer meteen dat het om een blind bevestigde plaat van 0,55 mm gaat en niet om een ander type dakbedekking.
De garage of bergplaats wordt in Brussel dus niet beoordeeld als een bijzaak, ook al is de oppervlakte klein. De vergunningsplicht, de mogelijke ligging in een beschermde zone, het premiestelsel en de aansprakelijkheid van de aannemer werken op dezelfde manier als bij een groter gebouw, alleen wordt er bij klein werk vaker over gestapt. Wie twijfelt of zijn garage vergunningsvrij is, kan dat het best eerst navragen bij de gemeente, en pas daarna een aannemer en een dakmateriaal kiezen.
Wilt u een garage of bergplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest laten bekleden met een felsdak van staal? Neem contact met ons op voor de technische fiche van de plaat en voor advies over de maatvoering, zodat uw aannemer daarmee meteen naar de gemeente kan stappen.