Klikzink

Een felsdak bij een dakrenovatie in België

Bij een dakrenovatie met een felsdak komt er meer samen dan bij nieuwbouw. Het oude dak gaat eraf, en dat ene feit trekt drie dossiers open die u niet los van elkaar kunt behandelen: de vergunning voor de ingreep zelf, de isolatie-eis waaraan het nieuwe dak moet voldoen, en de premie die aan die isolatie hangt. Wie ze na elkaar afhandelt in plaats van vooraf samen, loopt het risico dat de volgorde hem tegenwerkt: een premie die een bepaalde isolatiedikte eist terwijl de gordingen daar niet op berekend zijn, of een vergunningsaanvraag die al loopt terwijl de EPB-verslaggever nog niet is aangesteld.

De felsplaten zelf zijn hetzelfde product als bij een nieuw dak: stalen felsbanen met een fels van 35 mm, op maat gezet tot 8000 mm, blind bevestigd met klemmen zodat er geen schroef door de plaat gaat. Bij een renovatie is de vraag niet wat er op het dak komt, maar wat daaronder moet gebeuren voordat die platen erop kunnen, en welke instanties daarbij een woord willen hebben.

De vergunning: wat een bestaand dak anders maakt

Of u voor een dakrenovatie een omgevingsvergunning nodig heeft, hangt af van wat er verandert aan vorm, volume en materiaal, en dat wordt in elk gewest anders beoordeeld. Het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) kent een aantal vrijstellingen voor werken aan een bestaand dak die de vorm niet wijzigen, maar zodra u isolatie toevoegt die het dak optrekt, of de dakvorm wijzigt om die isolatie kwijt te kunnen, valt u vaak buiten die vrijstelling. In het Waalse Gewest beoordeelt de gemeente onder het Code du Développement Territorial (CoDT, het wetboek voor ruimtelijke ontwikkeling) net zo goed of de ingreep de bestaande toestand wezenlijk wijzigt. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geldt onder het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) een gelijkaardige logica, maar met een eigen lijst van vrijstellingen die vaak strenger uitvalt dan in de andere twee gewesten, zeker in een beschermde wijk of bij een pand met erfgoedwaarde.

Het punt waar dit concreet wordt: een dakrenovatie waarbij u de isolatie op het dak zelf legt in plaats van tussen de gordingen, tilt het dakvlak op. Bij een rijhuis waar de nok en de goothoogte vastliggen ten opzichte van de buren, is dat een wijziging die de gemeente wil zien, ook als u het gevoel heeft dat u enkel het dak vernieuwt. Hoe die aanvraag precies loopt, van dossier tot beslissing, leggen wij uit bij [de procedure voor een dakrenovatie](/belgie/dakrenovatie/hoe-loopt-de-procedure). Hier gaat het erom dat u die vergunningsvraag vroeg stelt, want de uitkomst bepaalt hoe dik de isolatie mag worden en dus welke opbouw onder de felsplaten past.

De EPB-eis: renovatie volgt andere regels dan nieuwbouw

De energieprestatieregelgeving (EPB) stelt voor een dakrenovatie een andere eis dan voor nieuwbouw. Bij nieuwbouw geldt een eis voor het volledige gebouw; bij een ingrijpende renovatie of bij het vervangen van een dak afzonderlijk geldt meestal een eis per bouwdeel, uitgedrukt in een maximale U-waarde voor het dak. Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben elk hun eigen EPB-regelgeving met een eigen instantie die erop toeziet, en de precieze grenswaarde verschilt per gewest en verandert van tijd tot tijd. Wat in alle drie gelijk is: zodra u het dak vervangt, moet de nieuwe opbouw aan die eis voldoen, ook als de rest van het gebouw niet wordt aangepakt.

Voor een felsdak betekent dit dat de isolatiedikte onder de stalen felsbanen niet vrij te kiezen is. Bij een pannendak dat plaatsmaakt voor een felsdak op dezelfde gordingen, is er vaak minder ruimte dan de EPB-eis vraagt, en moet de dakopbouw met een extra isolatielaag of een geïsoleerd onderdak worden aangevuld voordat de platen erop komen. Dat is een detail dat een aannemer die alleen ervaring heeft met plaatsing, niet altijd vooraf doorrekent. Een EPB-verslaggever moet de uiteindelijke U-waarde berekenen en dat verslag indienen bij de bevoegde gewestelijke instantie; zonder dat verslag krijgt u geen conforme melding van de werken, en dat speelt weer mee bij een eventuele premieaanvraag.

De premie: gekoppeld aan de isolatie, niet aan het felsdak

De premie voor een dakrenovatie is in de praktijk een premie voor dakisolatie, niet voor het felsdak op zich. Het is de isolatiedikte en de bereikte warmteweerstand die de premie bepalen, niet het gekozen dakmateriaal. Dat betekent dat de premie in de drie gewesten anders wordt aangevraagd en anders wordt berekend: in Vlaanderen loopt dit via de netbeheerder of het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, in het Waalse Gewest via de dienst die er de Primes Habitation beheert, en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest via Leefmilieu Brussel. De bedragen en de precieze voorwaarden veranderen jaarlijks, dus die zoekt u op het moment van de aanvraag op bij de bevoegde instantie zelf; wij lichten dat verder toe bij [waar u het actuele bedrag opzoekt](/belgie/dakrenovatie/actueel-bedrag).

Waar dakrenovaties vaak op vastlopen, is de volgorde tussen vergunning, uitvoering en premieaanvraag. Sommige gewestelijke premies eisen dat de aanvraag of een voorafgaande melding gebeurt vóór de werken starten, met facturen en een technisch verslag als bewijs nadien. Als de felsplaten al liggen voordat het dossier compleet is, valt de premie soms weg, ongeacht hoe goed het dak isoleert. Dat is geen kwestie van pech, maar van een aanvraagvolgorde die per gewest verschilt en die u dus vooraf narekent, niet achteraf.

Waarom deze drie dossiers één volgorde nodig hebben

De reden dat vergunning, EPB-eis en premie hier tegelijk opduiken, is dat elk van de drie een andere schakel in de renovatie raakt, maar wel dezelfde dakopbouw. De vergunning bepaalt of en hoe u de dakvorm mag wijzigen. De EPB-eis bepaalt hoe dik de isolatie in die opbouw moet zijn. De premie hangt af van die isolatiedikte, maar stelt ook eisen aan het moment van aanvragen. Een aannemer die alleen naar de felsplaten kijkt, mist die volgorde; een architect die alleen naar de vergunning kijkt, mist de premievoorwaarde over het aanvraagmoment.

In de praktijk werkt het daarom omgekeerd aan wat de meeste bouwheren verwachten: niet eerst het dak laten vervangen en dan de premie aanvragen, maar eerst de EPB-eis en de premievoorwaarden opzoeken, dan de vergunning aanvragen op basis van de opbouw die daaruit volgt, en pas dan de werf plannen. Zo weet de aannemer vooraf welke isolatiedikte hij onder de felsbanen moet voorzien, en welke stukken hij tijdens de werf moet bijhouden voor het dossier. Wat er allemaal in dat dossier moet zitten, van EPB-verslag tot conformiteitsattest, staat bij [de documenten die u voor een dakrenovatie nodig heeft](/belgie/dakrenovatie/documenten).

Voor de felsplaten zelf verandert er door dit alles niets: dezelfde plaatdikte van 0,55 mm, dezelfde Sendzimir-verzinking met organische coating, hetzelfde gewicht van ongeveer 5 kg per m2, en dezelfde minimale dakhelling vanaf zes graden. Het is de weg naar de werf die bij een renovatie langer en voller is dan bij nieuwbouw, niet het dak dat er uiteindelijk op ligt.

Wilt u een felsdak plaatsen op een bestaand dak, begin dan niet bij de offerte voor de platen, maar bij de EPB-eis die voor uw gewest geldt en bij de premievoorwaarden die daaraan gekoppeld zijn. Zoek uit welke isolatiedikte de opbouw moet halen, vraag daarna de vergunning aan op basis van die opbouw, en dien de premieaanvraag in op het moment dat uw gewest voorschrijft. Wie die volgorde vasthoudt, hoeft achteraf niet te herstellen wat vooraf goedkoper was uit te zoeken.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink