Klikzink
Bij een dakrenovatie verdwijnt een bestaand dak en komt er een nieuw dak op, in dit geval een felsdak van stalen felsbanen. Dat is iets anders dan nieuwbouw: er ligt al een dossier van de vorige vergunning, er is al een EPB-peil, en de woning staat er al jaren. Daardoor komen er bij een dakrenovatie drie dingen samen die u apart moet regelen, maar die elkaar wel raken: de omgevingsvergunning of de vrijstelling daarvan, de EPB-eis voor de nieuwe dakisolatie, en de premieaanvraag. Wij zetten hier op een rijtje welk document waarvoor dient, wie het opstelt, en hoelang het geldig blijft.
Het eerste document dat u nodig hebt, is het bewijs dat u al dan niet een omgevingsvergunning nodig hebt. In de meeste gevallen valt het vervangen van een dakbedekking onder de vrijstellingen, zeker als de vorm van het dak niet wijzigt en er geen dakvlakramen of een dakopbouw bijkomen. Maar die vrijstelling is nooit automatisch zichtbaar op papier: u moet ze kunnen aantonen, en dat doet u het best met een schriftelijke bevestiging van de gemeente of van de architect die het dossier opvolgt. Verandert de hellingshoek, komt er een extra bouwlaag onder het dak, of ligt de woning in een beschermd stads- of dorpsgezicht, dan is er wél een vergunning nodig, en dan hoort daar een volledig dossier bij: plannen, een snit van de nieuwe dakopbouw, en soms een advies van de dienst monumentenzorg. Hoe die aanvraag precies verloopt, van indiening tot beslissing, leggen wij uit bij [hoe de procedure voor een dakrenovatie loopt](/belgie/dakrenovatie/hoe-loopt-de-procedure).
Het tweede document is het EPB-dossier, of bij een kleinere renovatie toch minstens een EPB-verslag. Zodra u de dakbedekking vervangt, geldt de eis voor de warmteweerstand van het dak, en die eis is dezelfde ongeacht in welk gewest u werkt: de isolatie moet aan de geldende Rd-waarde voldoen, of u moet kunnen motiveren waarom dat technisch niet haalbaar is. De EPB-verslaggever stelt dit dossier op vóór de start van de werken en sluit het af na de uitvoering, met de werkelijk geplaatste isolatiedikte en het type isolatiemateriaal. Dat verslag is niet vrijblijvend: het gaat naar de energieadministratie van het gewest, en zonder een correct afgesloten dossier loopt u het risico dat een eventuele boete volgt of dat een premie wordt geweigerd. Bewaar dit dossier dus zorgvuldig, ook lang na de werken, want bij een latere verkoop van de woning wordt er soms naar gevraagd.
Het derde document is de premieaanvraag zelf, en die hangt rechtstreeks af van het EPB-dossier. De energiepremie voor dakisolatie wordt in elk van de drie gewesten anders georganiseerd: in het Vlaams Gewest loopt de aanvraag via de energiepremies van de netbeheerder, in het Waalse Gewest via de administratie voor energie, en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest via Leefmilieu Brussel. Wat in de drie gewesten gelijk is: u vraagt de premie pas aan nadat de werken zijn uitgevoerd en gefactureerd, en u hebt daarvoor altijd de facturen van de aannemer nodig, met een gedetailleerde omschrijving van de geplaatste materialen en de oppervlakte. Bij een felsdak wilt u op die factuur dus terugvinden welke oppervlakte in stalen felsbanen is uitgevoerd en welke isolatielaag daaronder is aangebracht: alleen 'dakwerken' als omschrijving is voor de premie-instantie meestal te vaag. Omdat de voorwaarden en de bedragen jaarlijks wijzigen, en per gewest verschillen, zoekt u het actuele bedrag het best op bij de instantie zelf; wij verwijzen daar apart naar bij [waar u het actuele bedrag opzoekt](/belgie/dakrenovatie/actueel-bedrag).
Daarnaast is er bij een dakrenovatie altijd een offerte of aannemingsovereenkomst nodig, niet alleen voor uw eigen zekerheid, maar ook omdat de meeste premie-instanties en verzekeraars die overeenkomst willen zien voordat ze een dossier goedkeuren. In die overeenkomst horen minstens de oppervlakte, het materiaal — in dit geval stalen felsbanen met een fels van 35 mm en een plaatdikte van 0,55 mm — en de uitvoeringstermijn te staan. Bij grotere daken met felsbanen tot 8000 mm op maat is het ook nuttig om de plaatsingswijze te vermelden, met blinde bevestiging via klemmen, omdat dat meteen aantoont dat het om een kwalitatieve, onderhoudsarme oplossing gaat en niet om een tijdelijke herstelling.
Een document dat vaak wordt vergeten, is de verklaring van tienjarige aansprakelijkheid, ofwel de bevestiging dat de aannemer verzekerd is voor verborgen gebreken die zich pas jaren later tonen. Bij een felsdak, dat gemiddeld veel langer meegaat dan een klassieke dakbedekking, is dat niet zomaar een formaliteit: als er over acht jaar een lekkage ontstaat door een verkeerd geplaatste klem of een verkeerde snede in de felsband, moet u kunnen aantonen wie daarvoor aansprakelijk is en of die verzekering nog loopt. Vraag daarom bij de start van de werken het verzekeringsattest op, en bewaar het samen met de facturen en het EPB-dossier.
Is er tijdens de renovatie asbest aanwezig, wat bij oudere daken met golfplaten regelmatig het geval is, dan komt daar nog een asbestinventaris bovenop. Die inventaris moet worden opgesteld voordat de werken beginnen, en de manier waarop dat gebeurt en wie dat moet doen, verschilt per gewest. Ook de vraag of er een veiligheidscoördinator nodig is, hangt af van de grootte van de werf en van het aantal aannemers dat tegelijk actief is: bij een dakrenovatie met één aannemer op een eengezinswoning is dat meestal niet verplicht, maar bij een groter project met meerdere partijen wel. Wie op de werf precies welke verantwoordelijkheid draagt, en welke instantie daarop toeziet, leggen wij uit bij [wie erover gaat bij een dakrenovatie](/belgie/dakrenovatie/wie-gaat-erover).
Tot slot: na de werken hoort er een postinterventiedossier te worden aangevuld of opgesteld, zeker als er voorheen nog geen dossier bestond voor de woning. Dat dossier bevat informatie over de gebruikte materialen en de manier van bevestiging, wat voor toekomstige werken aan het dak van belang is — denk aan het plaatsen van zonnepanelen op het felsdak, waarbij de installateur wil weten hoe de platen zijn bevestigd en waar de klemmen zitten. Bij een felsdak met blinde bevestiging is dat extra relevant, omdat er geen doorboringen in de plaat zelf zijn die als referentiepunt kunnen dienen.
Wat kunt u nu doen? Vraag bij uw gemeente na of uw dakrenovatie onder de vrijstelling van de omgevingsvergunning valt, en vraag die bevestiging schriftelijk. Laat parallel daaraan een EPB-verslaggever het dossier opstellen vóór de start van de werken. Vraag uw aannemer om een offerte met een duidelijke materiaalomschrijving en een verzekeringsattest voor de tienjarige aansprakelijkheid, en bewaar na afloop alle documenten samen: de vergunning of vrijstelling, het EPB-dossier, de facturen en het postinterventiedossier. Zo hebt u alles bij de hand op het moment dat u de premie aanvraagt, en ook jaren later, als er iets aan het dak moet gebeuren.