Klikzink
Wie een gevel bekleedt met stalen felsbanen, denkt vaak eerst aan de omgevingsvergunning en het straatbeeld. Dat is terecht, maar er is nog een tweede spoor dat evenveel gewicht heeft: de EPB-regelgeving, de energieprestatieregelgeving die in elk van de drie gewesten van toepassing is zodra u een gebouwschil aanpakt. Bij een gevel loopt dat traject net anders dan bij een dak, en dat verschil zit vooral in de richting van de opbouw en in de manier waarop de verslaggever de constructie beoordeelt.
De EPB-verslaggever, de erkende deskundige die het energieprestatiedossier opstelt en indient, kijkt bij elke ingreep aan de gebouwschil naar twee dingen: wordt de bestaande isolatie vervangen of aangevuld, en welke warmteweerstand krijgt de nieuwe opbouw. Bij een gevelbekleding in klikfels is die opbouw verticaal in plaats van horizontaal, en dat heeft gevolgen die bij een dak niet spelen. Een verticale wand heeft geen probleem met waterophoping tussen de isolatielagen zoals een plat dak dat kan hebben, maar ze moet wel bestand zijn tegen slagregen en tegen de wind die loodrecht op het gevelvlak drukt. De EPB-verslaggever wil daarom weten welke isolatie er achter de felsplaten komt, hoe die bevestigd is, en of er een onderbroken luchtspouw is die voor ventilatie achter de bekleding zorgt. Bij ons systeem, dat blind bevestigd wordt met klemmen op de onderconstructie, is die spouw meestal al aanwezig doordat de platen los van de isolatie hangen. Dat is een detail dat de verslaggever expliciet wil zien op het bouwplan, niet pas op de werf.
Het moment waarop dat vastligt, is voor een gevel net zo belangrijk als voor een dak. Bij een dakrenovatie geldt vaak een uitzondering op de strengste eis wanneer de bestaande draagstructuur behouden blijft, zoals wij uitleggen bij [de EPB-regelgeving bij een dakrenovatie](/belgie/epb/dakrenovatie). Bij een gevel ligt dat net iets anders, omdat een gevel zelden op zichzelf wordt vervangen: meestal gaat het om een gevelrenovatie waarbij de bestaande buitenmuur blijft staan en er een nieuwe isolatielaag met bekleding overheen komt. Ook dan geldt in elk van de drie gewesten een eis voor de warmteweerstand van die nieuwe schillaag, los van wat de rest van het gebouw doet. De verslaggever moet die eis al kunnen toetsen vóór de werken starten, want de isolatiedikte bepaalt mee hoe diep de onderconstructie voor de felsplaten moet uitsteken.
Een aannemer die dat onderschat, loopt het risico dat de EPB-aangifte na afloop niet klopt met wat er werkelijk op de gevel zit. Stel dat een werf in het Vlaams Gewest een gevel bekleedt met klikfels op een isolatielaag die dunner is dan wat de EPB-eisen voorschrijven voor die gevelrenovatie: de verslaggever kan dat pas rechtzetten als de werken nog niet afgewerkt zijn. Eenmaal de felsplaten op de klemmen hangen, is de isolatie niet meer zichtbaar en moet alles via foto's en facturen aangetoond worden. Daarom raden wij aan om de EPB-verslaggever te betrekken vóór de bestelling van het plaatwerk, niet erna.
Het verschil tussen een dak en een gevel zit niet alleen in de richting van de platen, maar ook in wie er verder nog naar het project kijkt. Een dak is voor de buurman en de straat meestal niet zichtbaar, een gevel wel. Een gevel raakt de rooilijn, de denkbeeldige lijn die de grens tussen het perceel en de openbare weg aangeeft, en ze bepaalt mee het straatbeeld. Daardoor is de omgevingsvergunning bij een gevelbekleding vaker verplicht dan bij een dakvernieuwing, zeker wanneer de gevel zichtbaar is vanaf de openbare weg of wanneer het uitzicht van het gebouw wijzigt door een andere kleur of profilering dan de bestaande gevelbekleding. Dat is een vergunningskwestie, los van de EPB-regelgeving, maar de twee dossiers lopen in de praktijk vaak samen: de gemeente of de fonctionnaire délégué, de door de Waalse regering aangestelde ambtenaar die over vergunningen waakt, wil doorgaans ook weten welke isolatie er achter de nieuwe gevelbekleding komt.
De EPB-eisen zelf verschillen inhoudelijk niet fundamenteel tussen de drie gewesten: overal geldt een minimale warmteweerstand voor een nieuwe gevelschil, en overal moet die eis aangetoond worden door een erkende verslaggever. Het Vlaams Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hanteren wel elk hun eigen software, hun eigen aangifteprocedure en hun eigen erkenningsregister voor verslaggevers. Een verslaggever die in Vlaanderen erkend is, mag niet zomaar een dossier indienen voor een werf in Wallonië, en omgekeerd. Wie met een aannemer werkt die over de gewestgrens heen actief is, moet dus nagaan of die aannemer met een verslaggever samenwerkt die in het juiste gewest erkend is.
Naast de EPB-verplichting is er voor veel eigenaars ook een financiële kant aan een gevelrenovatie: het verlaagde btw-tarief voor werken aan een woning ouder dan een bepaald aantal jaren, en de premies die elk gewest apart uitkeert voor gevelisolatie. Beide staan los van de EPB-regelgeving zelf, maar ze hangen er wel mee samen, omdat de premie-instanties vaak dezelfde technische dossiers vragen als de EPB-verslaggever: een berekening van de warmteweerstand, een foto van de opbouw vóór de bekleding dichtgaat, en een verklaring van de aannemer over de gebruikte materialen.
Het Vlaams Gewest keert premies voor gevelisolatie uit via de netbeheerder, het Waalse Gewest via zijn eigen energieadministratie, en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest via Leefmilieu Brussel. De voorwaarden, de bedragen en de manier van aanvragen verschillen, en die veranderen ook nog eens jaarlijks. Noem daarom geen bedrag dat u ergens leest als vaststaand: raadpleeg de website van het gewest waar de werf ligt voor het actuele bedrag en de actuele voorwaarden, en doe dat vóór de start van de werken, want sommige premies moeten aangevraagd zijn voordat de eerste factuur er is.
Op het vlak van de aansprakelijkheid verandert er weinig tussen een dak en een gevel: de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer voor ernstige gebreken die de stabiliteit van het gebouw in het gedrang brengen, geldt voor beide. Bij een gevel gaat het dan vooral om de bevestiging van de onderconstructie aan de draagmuur en om de waterdichtheid van de aansluitingen rond ramen en deuren. Dat zijn precies de punten waar de EPB-verslaggever en de verzekeraar elkaar raken: een gevel die niet correct geïsoleerd of bevestigd is, faalt zowel op energieprestatie als op stabiliteit.
Wilt u een gevel bekleden met stalen felsbanen, dan loont het om de EPB-verslaggever, de aannemer en indien nodig de gemeentelijke dienst voor de omgevingsvergunning samen aan tafel te krijgen vóór de bestelling van het plaatwerk. Vraag de verslaggever welke warmteweerstand de nieuwe gevelschil moet halen, en vraag de aannemer hoe de isolatie en de klemmen daarop afgestemd worden. Zo weet u vóór de eerste plaat gehangen wordt of het dossier klopt, in plaats van achteraf te moeten aantonen wat er onder de bekleding zit.