Klikzink

Bouwvergadering en lastenboek bij dakkapel of uitbouw

Een dakkapel of een uitbouw met plat of licht hellend dak is qua oppervlakte doorgaans het kleinste onderdeel van een bouwaanvraag, en juist daardoor wordt het in het lastenboek vaak het slechtst omschreven. Bij een nieuwbouwwoning of een bedrijfsgebouw krijgt het dak vanzelf een uitgebreide post, omdat het de grootste kostenpost van het project is. Bij een dakkapel is het dakje van vijf of zes vierkante meter maar één regel tussen de post voor de ruwbouw en de post voor het schrijnwerk. Die regel is precies waar het misgaat: een aannemer die "zink of gelijkwaardig" aanbiedt, een architect die volstaat met "metalen dakbedekking", en op de werf ontstaat een discussie over wat er nu eigenlijk besteld is.

Dat risico is groter dan het lijkt, want een dakkapel of uitbouw is bijna altijd het onderdeel van het gebouw waar de gemeente of de fonctionnaire délégué (de door het gewest aangestelde ambtenaar die de omgevingsvergunning beoordeelt of adviseert) het meest kritisch naar kijkt. Op een landbouwloods of een bedrijfshal let de vergunningverlener op inplanting, hoogte en volume; op een dakkapel let hij op de aansluiting bij het bestaande dak, de kleur en het materiaal dat vanaf de straat zichtbaar is. Zoals wij uitleggen bij [de stedenbouwkundige vergunning bij een dakkapel of uitbouw](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/dakkapel-of-uitbouw), is dit vaak juist het onderdeel waar de welstand een uitspraak over doet, terwijl de rest van de werken onder een eenvoudige melding valt. Wat er in de vergunning staat, moet één op één terugkomen in het lastenboek, en wat in het lastenboek staat, moet één op één op de werf verschijnen. Bij een dakkapel is die keten korter dan bij een groot gebouw, en daardoor ook minder vergevingsgezind: er is geen tweede dakvlak dat de fout camoufleert.

Wat er in het lastenboek moet staan

Een goed lastenboek voor het felsdak van een dakkapel of uitbouw noemt niet "stalen dakbedekking" maar de systeemnaam, de dikte van de plaat, de fels van vijfendertig millimeter, de bevestiging met klemmen en de coating. Voor een klein dakvlak lijkt die precisie overdreven, maar het is precies andersom: hoe kleiner het vlak, hoe zichtbaarder elke afwijking. Op een landbouwloods van duizend vierkante meter valt een lichte kleurafwijking tussen twee leveringen niemand op; op een dakkapel van vijf vierkante meter, op ooghoogte vanaf de eerste verdieping van de buren, valt hij meteen op. Het lastenboek moet daarom ook de leverancier en de coating vastleggen, zodat een latere herstelling of een uitbreiding met hetzelfde materiaal kan gebeuren.

Omdat de platen tot acht meter op maat geleverd worden en vanaf Ede naar de werf komen, is er bij een dakkapel meestal geen sprake van een naad op het dakvlak zelf: de baan loopt in één stuk van de nok tot de goot. Dat is precies waarom de aansluitingen zo belangrijk zijn om te omschrijven. Het lastenboek moet vastleggen hoe de fels aansluit op de bestaande dakbedekking, hoe de zijkanten van de dakkapel worden afgewerkt en welke loodslabben of aansluitprofielen daarbij horen. Een architect die dit niet vastlegt, laat de keuze bij de aannemer, en die kiest dan vaak de goedkoopste oplossing, terwijl net deze sneden en aansluitingen bepalend zijn voor de dichtheid van het dak op lange termijn.

De bouwvergadering bij een klein volume

Bij een groot gebouw is de bouwvergadering een vast agendapunt met een aparte post voor het dak. Bij een dakkapel of uitbouw wordt het dak vaak pas besproken als het al te laat is: de ruwbouw staat er, de dakwerker moet nu komen, en dan blijkt dat er nog geen definitieve keuze is gemaakt over de kleur of de plaatsing van de klemmen. Voor een klein project is het daarom verstandig om de post "dakbedekking dakkapel" al bij de eerste bouwvergadering te agenderen, niet pas wanneer de ruwbouw klaar is. De doorlooptijd van een felsdak op maat is kort, maar niet nul, en wie te laat bestelt, ziet de planning van de rest van de werf verschuiven.

Bij een dakkapel is er vaak geen aparte veiligheidscoördinator nodig, omdat het werk onder de drempel blijft die deze verplichting activeert. Bij een grotere uitbouw, of wanneer er meerdere aannemers gelijktijdig op de werf actief zijn, geldt die drempel wel, en dan moet de coördinator ook voor dit kleine dakvlak een werkmethode goedkeuren: hoe de platen op het dak komen, met welk hijsmiddel, en welke afscherming er nodig is tijdens het plaatsen. Voor een dakkapel op een bewoond huis, met een tuin of een straat vol voetgangers net onder de werf, is die afspraak minstens zo belangrijk als bij een bedrijfsgebouw, ook al gaat het maar om een paar vierkante meter.

Waarom de kleine post het meeste discussie geeft

De reden dat juist deze kleine post zoveel discussie geeft, is dat een dakkapel of uitbouw meestal een verbouwing van een bewoonde woning is. De bouwheer woont er al, ziet elke dag het resultaat, en heeft een duidelijk beeld van hoe de kleur en de belijning moeten aansluiten bij het bestaande dak. Bij een nieuwbouwwoning of een bedrijfsgebouw is dat referentiepunt er niet: alles is nieuw. Bij een dakkapel is er altijd een bestaand dak waar het nieuwe stukje bij moet passen, en die aansluiting is precies wat in het lastenboek vaak onderbelicht blijft. Een goede omschrijving vermeldt daarom niet alleen het materiaal van de dakkapel zelf, maar ook hoe die kleurmatig en materieel aansluit op het hoofddak, zeker wanneer de gemeente die aansluiting als voorwaarde in de vergunning heeft opgenomen.

Ook de tienjarige aansprakelijkheid speelt hier een rol die niet te onderschatten is. Een lek op vijf vierkante meter dakkapel is qua schadeomvang beperkt, maar het is vaak wel het lek dat het snelst tot een geschil leidt, omdat het pal boven een slaapkamer of een bureau zit. Het lastenboek moet daarom ook de garantietermijn en de verantwoordelijke voor de plaatsing benoemen, zodat er bij een eventueel gebrek geen twijfel bestaat over wie aangesproken wordt: de aannemer die de platen monteerde, of de architect die de aansluiting ontworpen heeft.

Wat u nu kunt doen

Vraagt u bij de opmaak van het lastenboek voor uw dakkapel of uitbouw om de systeemnaam, de plaatdikte, de coating en de aansluitdetails letterlijk te laten opnemen, en niet te volstaan met een algemene omschrijving. Agendeer de post voor het felsdak al bij de eerste bouwvergadering, ook als het gaat om een klein volume, zodat de bestelling op tijd de deur uit kan. En laat de architect de kleur- en materiaalkeuze expliciet afstemmen op de voorwaarden uit de vergunning, zodat er geen discussie ontstaat op het moment dat de gemeente het werk komt controleren.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink