Klikzink
Een garage of een bergplaats in de tuin is voor veel eigenaars een klusje dat je er even bij doet: een aannemer, een handvol dagen werk, en het staat er. Precies daarom gaat het bij dit soort gebouwtjes vaker mis dan bij een woning of een bedrijfshal. Bij een woning zit er standaard een architect op het dossier, die de vergunningsvraag en het lastenboek als vanzelf meeneemt. Bij een garage van vier op zes, of een bergplaats van tien vierkante meter tegen de scheidingsmuur, is dat vaak niet zo. De eigenaar regelt het zelf, de aannemer levert en plaatst, en niemand stelt de vraag die er wel gesteld moet worden: mag dit hier, zoals het nu gebouwd wordt?
In de drie gewesten bestaat een regeling voor vrijstelling van vergunning bij bijgebouwen onder een bepaalde oppervlakte, op voorwaarde dat ze op voldoende afstand van de perceelsgrens staan en de bebouwde oppervlakte van het perceel niet overschrijden. Veel mensen kennen die regeling van horen zeggen, en bouwen dan een garage die net iets te groot is, of net te dicht tegen de rooilijn, in de overtuiging dat het toch onder de vrijstelling valt. Het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), het Waalse Code du Développement Territorial (CoDT) en het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) leggen elk hun eigen grenzen en voorwaarden vast, en die grenzen verschillen niet alleen tussen de gewesten maar ook tussen een vrijstaande bergplaats en een garage die tegen de woning of tegen de perceelsgrens wordt gebouwd. Wie zelf optreedt als bouwheer zonder architect, doet er goed aan die voorwaarden bij de gemeente te laten nakijken vóór de eerste steen gelegd wordt, niet erna. Wij behandelen de gewestelijke verschillen in de vergunningsprocedure uitgebreider op de pagina's over Vlaanderen, Wallonië en Brussel; hier gaat het vooral over wat er gebeurt als die stap wordt overgeslagen.
Een garage die zonder de vereiste vergunning gebouwd is, kan bij een controle of bij een latere verkoop van de woning voor problemen zorgen. De notaris vraagt naar de vergunning, de koper vraagt ernaar, en "het was maar een garage" is dan geen antwoord dat volstaat. Ook een bergplaats die te dicht tegen de perceelsgrens staat, of die de gemeente als volwaardig bijgebouw beschouwt terwijl de eigenaar dacht dat het een tuinhuis was, kan achteraf een regularisatiedossier vergen. Dat kost meer tijd en geld dan de vergunningsvraag die er vooraf bij had gemoeten.
Bij een garage of bergplaats zonder architect is er meestal ook geen bouwvergadering in de klassieke zin: geen wekelijks overleg met een architect die de uitvoering aftoetst aan het bestek. De aannemer en de bouwheer spreken de uitvoering rechtstreeks af, vaak mondeling of via een korte offerte. Dat werkt bij een garage met een plat dak in bitumen vaak nog wel, omdat de uitvoering weinig keuzes kent. Bij een garage met een felsdak ligt dat anders: de dakhelling, de looprichting van de sneden, de aansluiting op de gevel en de keuze van de coating zijn allemaal punten waarover de aannemer en de bouwheer wél iets moeten afspreken, en die afspraak staat het best op papier, ook als er geen architect bij is.
Wij raden daarom aan om ook bij een klein werk als dit een kort lastenboek op te stellen, zelfs als het maar een bladzijde telt. Daarin komt te staan welk systeem gebruikt wordt, met de felshoogte van 35 mm en de werkende breedte van 475 mm, welke plaatdikte toegepast wordt, hoe de platen op maat gezaagd worden tot de gewenste lengte, en welke coating gekozen is. Bij een garage die tegen de zijgevel van de woning gebouwd wordt, is de aansluiting op die gevel vaak het punt waarover naderhand het meest gediscussieerd wordt: wie de flashing levert, wie ze plaatst, en welke overlap voorzien is. Een paar zinnen in het lastenboek daarover voorkomen een discussie die anders pas ontstaat als het al te laat is om nog iets aan te passen, zoals ook geldt voor de aansluiting op andere gevelvlakken die wij bij gevelbekleding met felsplaten toelichten.
Een punt dat bij kleine bouwwerken vaak vergeten wordt: als er bij de bouw van de garage of bergplaats meer dan één aannemer betrokken is, of als er een risico op latere werken bestaat, geldt de verplichting tot een postinterventiedossier. Dat dossier beschrijft welke materialen en technieken gebruikt zijn, zodat een volgende aannemer, bijvoorbeeld iemand die jaren later een zonnepaneel op het dak plaatst of een leiding door de gevel trekt, weet waarmee hij te maken heeft. Bij een garage met een enkele aannemer en een eenvoudig felsdak wordt dit dossier vaak beperkt gehouden, maar het moet er wel zijn en het moet overhandigd worden aan de bouwheer bij de oplevering. Wie zelf als bouwheer optreedt zonder architect of veiligheidscoördinator, moet dit dus zelf navragen bij de aannemer; het komt anders niet vanzelf op tafel.
Een garage of bergplaats komt niet altijd in aanmerking voor de premies die voor woningen bestaan, omdat veel regelingen gericht zijn op de energieprestatie van een verwarmd volume. Een garage die niet verwarmd wordt en niet als leefruimte dient, valt meestal buiten die regelingen. Toch is het de moeite waard om dit per gewest te laten nakijken: een bergplaats die wél verwarmd wordt, of die tegen de woning aangebouwd is en er bouwkundig deel van uitmaakt, kan onder een andere behandeling vallen dan een vrijstaande garage achteraan de tuin. Het actuele overzicht van wat wel en niet in aanmerking komt, en welk bedrag daaraan verbonden is, vindt u bij de energie-instelling van uw gewest; wij houden op deze site geen bedragen bij omdat die jaarlijks wijzigen, en verwijzen daarvoor naar de pagina waar wij uitleggen waar het actuele premiebedrag te vinden is.
Ga bij de gemeente na of uw garage of bergplaats onder de vrijstelling van vergunning valt, en laat dat schriftelijk bevestigen als het even kan: een mondelinge toezegging aan het loket is geen bewijs bij een latere controle. Stel ook bij een klein werk zonder architect een kort lastenboek op waarin het felssysteem, de plaatdikte, de coating en de aansluiting op de gevel vastgelegd staan, zodat u en uw aannemer het over dezelfde uitvoering hebben. Vraag bij de oplevering het postinterventiedossier op, ook al is het maar een garage. En controleer bij uw gewest of er voor dit type bijgebouw een premie bestaat, in plaats van er op voorhand van uit te gaan dat die er niet is.