Klikzink

Ventilatieverslag bij een bedrijfsgebouw met nieuw dak

Een bedrijfsgebouw volgt op papier dezelfde EPB-logica als een woning, maar de praktijk erachter is anders. Er is geen enkele bewoner die zelf een raam opent als het benauwd wordt: er is een opdrachtgever die een lastenboek heeft laten opstellen, een architect die de EPB-aangifte indient, en vaak een aannemer die het dak in twee fasen aanpakt omdat de productie of de winkel intussen doorloopt. Die combinatie bepaalt hoe de ventilatieverslaggeving in de praktijk verloopt, meer nog dan de vraag of het dak zelf onder klikfels of stalen felsbanen komt te liggen.

De kern blijft dezelfde als bij een woning: zodra een ingrijpende renovatie de luchtdichtheid van het gebouw verandert, moet er een ventilatieverslag komen dat aantoont dat de ventilatie is afgestemd op die nieuwe dichtheid. Een dak vervangen door een systeem met felsnaden en een doorlopende onderdaklaag is typisch zo'n ingreep: het pakket wordt aanzienlijk luchtdichter dan het oude dak, en dat verandert de vochthuishouding en de luchtkwaliteit binnen. Bij een bedrijfsgebouw gaat het dan niet om een slaapkamer of een keuken, maar om een productiehal, een magazijn of kantoorruimtes onder het dak, elk met een eigen functie en een eigen vereiste ventilatiedebiet. Het verslag moet die functies stuk voor stuk in rekening brengen, en dat maakt het rekenwerk omslachtiger dan bij een woning met een handvol vaste ruimtes.

De rol van het lastenboek

Bij een bedrijfsgebouw met een lastenboek ligt er meestal al een omschrijving van het dakpakket, de isolatiewaarde en de luchtdichtheidseisen voordat de eerste plaat wordt gelegd. Dat lastenboek is het vertrekpunt voor de EPB-verslaggever: hij toetst niet alleen wat er feitelijk wordt gebouwd, maar ook of dat overeenstemt met wat contractueel is vastgelegd. Een opdrachtgever die via een lastenboek een luchtdichtheidsklasse heeft afgedwongen, moet dus ook zeker zijn dat de ventilatie mee is opgetrokken naar dat niveau. Wij zien in de praktijk dat dat stuk er soms bij inschiet: het lastenboek regelt de dakopbouw tot in het detail, maar de ventilatie van de onderliggende ruimtes wordt behandeld als een apart dossier van de installateur, los van het dak. Dat is riskant, want het ventilatieverslag moet net die twee met elkaar verbinden.

De architect die de EPB-aangifte indient, doet er daarom goed aan om vooraf te toetsen of het lastenboek voor het dak en het ventilatieconcept van de technieken op elkaar zijn afgestemd. Bij een gewoon dakhellingsproject, zoals wij beschrijven bij [de ventilatieverslaggeving bij een dakkapel of uitbouw](/belgie/ventilatieverslaggeving/dakkapel-of-uitbouw), is die afstemming vaak eenvoudig omdat er één opdrachtgever, één architect en één bouwteam is. Bij een bedrijfsgebouw met een apart lastenboek voor de gebouwschil en een apart bestek voor de technische installaties loopt die afstemming niet automatisch: iemand moet ze bewust samenbrengen, en bij voorkeur is dat de architect vóór de aanvraag van de omgevingsvergunning, niet de installateur achteraf.

Oplevering in twee stappen

Een tweede eigenheid van bedrijfsgebouwen is dat het dak vaak in fasen wordt uitgevoerd: een eerste zone wordt afgewerkt en in gebruik genomen zodat de bedrijfsvoering kan doorlopen, terwijl een tweede zone later volgt. Dat heeft rechtstreeks gevolg voor het ventilatieverslag, want het verslag moet aansluiten bij de werkelijke staat van het gebouw op het moment van de EPB-aangifte. Wordt het dak in twee stappen opgeleverd, dan is het niet ongewoon dat ook de ventilatieverslaggeving in twee stappen gebeurt, of dat de verslaggever het geheel pas afrondt zodra de tweede fase klaar is.

In de praktijk betekent dit dat de opdrachtgever samen met de architect vooraf moet vastleggen wanneer de EPB-aangifte precies wordt ingediend: bij de eerste ingebruikname, of pas na de volledige afwerking. Wij hebben projecten gezien waarbij de eerste helft van het dak al jaren dienst deed voordat de tweede helft aan de beurt kwam, met tussentijds andere ventilatie-eisen door een wijziging in de regelgeving. Dat is geen uitzondering bij bedrijfsgebouwen: de doorlooptijd van een werf kan er jaren bedragen, terwijl bij een woning het hele traject doorgaans binnen een jaar wordt afgerond. Het is dus verstandig om per fase een eigen dossier aan te houden, met een duidelijke datum waarop elke fase als opgeleverd geldt, en met een verslaggever die weet dat het tweede deel er nog aankomt.

De rol van de architect en de veiligheidscoördinator

Bij een bedrijfsgebouw is er vaak ook een veiligheidscoördinator aangesteld, en die heeft in de eerste plaats een rol op het vlak van welzijn op de werf, niet op het vlak van ventilatie. Toch is het nuttig dat de architect de veiligheidscoördinator informeert over het ventilatiedossier, omdat het postinterventiedossier dat na de werken wordt opgemaakt, ook de ligging van de ventilatiekanalen en de doorvoeren door het dak moet vermelden. Wie later onderhoud moet uitvoeren aan het dak, bijvoorbeeld om een doorvoer voor een dakventilator te herstellen, moet in dat dossier meteen kunnen terugvinden waar de kanalen lopen en welk verslag daarbij hoort.

De architect blijft ook hier de spil: hij is degene die de EPB-aangifte ondertekent en die de link legt tussen het bouwdossier, de omgevingsvergunning en het ventilatieverslag. Bij een bedrijfsgebouw met meerdere partijen, een lastenboek, een aannemer voor de ruwbouw en een gespecialiseerde dakwerker voor de felsplaten, is die rol des te belangrijker, omdat niemand anders het overzicht over het hele dossier heeft. Wie zich afvraagt hoe die procedure precies verloopt, vindt de volgorde van de stappen terug zoals wij die uitleggen bij [de procedure van de ventilatieverslaggeving](/belgie/ventilatieverslaggeving/hoe-loopt-de-procedure); die volgorde geldt in de kern ook voor een bedrijfsgebouw, al komen er dan meer partijen rond de tafel te zitten.

Wat een dichter dak in de praktijk verandert

Het dak zelf, met stalen felsbanen die blind bevestigd worden met klemmen en een fels van vijfendertig millimeter, is geen bijzonder ventilatierisico op zich: het probleem zit niet in het materiaal, maar in de mate waarin de nieuwe dakopbouw luchtdichter is dan de oude. Een bedrijfshal met een oud, gedateerd dak dat op meerdere plaatsen tocht, wordt door een nieuw felsdak met een aaneengesloten onderdaklaag vaak voor het eerst echt luchtdicht. Dat is precies het punt waarop de EPB-regelgeving verplicht om te toetsen of de ventilatie is aangepast aan die nieuwe situatie, en het is meteen ook de reden waarom het ventilatieverslag geen formaliteit is die je achteraf even regelt, maar een onderdeel van de planning die al bij het lastenboek begint.

Wie een bedrijfsgebouw laat herdaken met klikfels of felsplaten, doet er daarom goed aan om het ventilatieverslag als vaste post in het bouwteamoverleg op te nemen, naast de omgevingsvergunning en de EPB-aangifte. Neem contact op met uw architect of EPB-verslaggever zodra het lastenboek voor het dak vastligt, zodat de ventilatie-eisen mee in het bestek komen en niet pas aan het licht komen wanneer het dak al ligt.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink