Klikzink

Werfmelding en aanwezigheidsregistratie: wie gaat erover

Wie een dak laat vervangen of een gevel laat bekleden met felsplaten, krijgt op een bepaald moment te maken met twee verplichtingen die vaak door elkaar worden gehaald: de aangifte van de werken bij de sociale zekerheid, en de registratie van wie er dagelijks op de werf aanwezig is. Beide horen bij de strijd tegen sociale fraude en zwartwerk in de bouw, en beide worden op federaal niveau geregeld. Dat is meteen het belangrijkste verschilpunt met de omgevingsvergunning: waar de gewesten, de provincies en de gemeenten elk hun eigen procedures hebben voor de vergunning, is de werfmelding overal in België identiek. Er bestaat geen Vlaamse, Waalse of Brusselse variant.

De federale overheidsdienst Sociale Zekerheid is de instantie die de regels vastlegt en het systeem beheert. In de praktijk verloopt alles via de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, kortweg de RSZ, die de onlinetoepassing Checkinatwork ter beschikking stelt. Elke aannemer die op een werf komt, moet zich daar aanmelden, en de bouwheer of de hoofdaannemer moet de werf zelf eerst hebben aangemeld als bouwplaats. Dat gebeurt via de applicatie die aansluit bij de aangifte van werken, vroeger bekend onder de naam 30bis-aangifte, verwijzend naar het artikel in de RSZ-wet dat de hoofdelijke aansprakelijkheid van bouwheer en aannemers regelt.

De drempel ligt bij een bedrag aan werken, niet bij een oppervlakte of een type gebouw. Zodra de aannemingssom voor bouwwerken een bepaald bedrag overschrijdt, moet de werf worden aangemeld en moet de aanwezigheid van iedereen die er werkt, worden geregistreerd. Dat bedrag wordt periodiek herzien; het actuele cijfer vindt u op de website van de RSZ of via Checkinatwork zelf, niet in een vaste tekst zoals deze. Belangrijk is dat het gaat om de totale waarde van de werken op de werf, niet om de omvang van elke afzonderlijke opdracht. Een dakwerker die voor een beperkt bedrag felsplaten plaatst op een werf waar de totale renovatie de drempel overschrijdt, valt dus wel onder de verplichting, ook al is zijn eigen factuur veel lager.

Wie moet melden, en wie controleert

De verplichting om de werf aan te melden rust in de eerste plaats op de aannemer die de werken uitvoert, en bij een keten van onderaannemers op elke schakel afzonderlijk voor het deel dat hij zelf uitvoert. Een particuliere bouwheer die rechtstreeks met een aannemer werkt, moet in de meeste gevallen zelf niets registreren; die verplichting ligt bij de professionele partij. Wie als bouwheer optreedt via een algemene aannemer die op zijn beurt onderaannemers inschakelt, zoals vaak het geval is bij een dakrenovatie of bij nieuwbouw, moet er wel op toezien dat die aannemer de aanmelding correct doet, want bij nalatigheid kan de hoofdelijke aansprakelijkheid ook de bouwheer raken.

De controle op de naleving gebeurt door de sociale inspectiediensten: de Inspectie Toezicht op de Sociale Wetten en de RSZ-inspectie zelf. Zij kunnen onaangekondigd op de werf komen en de gegevens in Checkinatwork raadplegen. Wanneer een arbeider op de werf staat zonder dat hij als aanwezig geregistreerd is, of wanneer de werf zelf niet is aangemeld, kan dat leiden tot een administratieve geldboete voor de werkgever. Die boete wordt opgelegd door de bevoegde inspectiedienst of, bij een strafrechtelijke vervolging, door de arbeidsrechtbank. Wie het niet eens is met een vastgestelde inbreuk, kan die beslissing aanvechten bij de arbeidsrechtbank van het gebied waar de werf gelegen is; dat is de bevoegde rechtsgang, niet de Raad van State, die zich met de vergunning bezighoudt, maar niet met sociale wetgeving.

Waar dit los staat van de omgevingsvergunning

Het is voor een bouwheer of een aannemer goed om te weten dat de werfmelding bij Checkinatwork iets volledig anders is dan de melding of vergunning die bij de gemeente of het gewest wordt aangevraagd voor de werken zelf. Een dakrenovatie met felsplaten kan vergunningsvrij zijn volgens het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), het Waalse Code du Développement Territorial (CoDT, wetboek voor ruimtelijke ontwikkeling) of het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO), en toch onder de aangifte van werken vallen zodra het bedrag de drempel overschrijdt. Omgekeerd kan een werf die wel een omgevingsvergunning vereist, onder de drempel van de sociale aangifte blijven als het om een beperkte ingreep gaat. De twee systemen lopen volledig los van elkaar en worden door andere instanties beheerd: de ene door de gewestelijke of gemeentelijke overheid, de andere federaal door de RSZ. Hoe die twee zich tot elkaar verhouden bij een felsdak specifiek, leggen wij uit bij [de werfmelding en aanwezigheidsregistratie bij een felsdak in België](/belgie/werfmelding).

Deze federale eenvormigheid is voor wie in meerdere gewesten actief is een geruststelling. Een aannemer die deze week een gevel bekleedt in Wallonië en volgende week een dak legt in Vlaanderen, hoeft zich voor de aanwezigheidsregistratie niet aan te passen aan lokale regels: Checkinatwork werkt overal identiek, met dezelfde inlogprocedure en dezelfde verplichtingen. Dat is een van de weinige plekken in het Belgische bouwrecht waar geen onderscheid per gewest bestaat, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de premies voor energiezuinige daken of de EPB-eisen, die wel per gewest verschillen.

Wat een concreet geval leert

Stel dat een aannemer een schuur ombouwt tot woning en daarbij het volledige dak vervangt door stalen felsplaten, aangevuld met werken aan de gevel en de binnenafwerking door verschillende onderaannemers. Zodra de opdrachtgever met de hoofdaannemer een aannemingssom afspreekt die boven de geldende drempel ligt, moet die hoofdaannemer de werf aanmelden vóór de eerste werkzaamheden starten. Elke onderaannemer die vervolgens arbeiders naar de werf stuurt, moet die aanmelden via Checkinatwork, doorgaans met een simpele scan van de identiteitskaart of een badge op de werf zelf. Gebeurt dat niet, en komt de inspectie langs op een moment dat er wel arbeiders aan het werk zijn zonder registratie, dan volgt een boete die aan de werkgever van die arbeiders wordt opgelegd, ook al heeft de bouwheer zelf niets verkeerd gedaan. Net daarom loont het voor een bouwheer om bij het afsluiten van het lastenboek uitdrukkelijk te vragen naar de manier waarop de aannemer de aanmelding regelt, vergelijkbaar met hoe wij dat aanraden bij [de werfmelding en aanwezigheidsregistratie bij een dakrenovatie](/belgie/werfmelding/dakrenovatie).

Wat u nu kunt doen

Ga na of de aannemingssom van uw werf de geldende drempel overschrijdt; het actuele bedrag vindt u op de website van de RSZ of rechtstreeks in Checkinatwork. Is dat het geval, vraag dan aan uw aannemer hoe en wanneer de aanmelding gebeurt, en laat dat desnoods opnemen in de offerte of het contract. Bij twijfel over een concrete situatie kunt u de sociale inspectiedienst van uw regio raadplegen, of de juridische dienst van een beroepsfederatie uit de bouwsector. Bij een geschil over een opgelegde boete is de arbeidsrechtbank de bevoegde instantie, niet de gemeente of het gewest.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink