Klikzink
Wie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een dak laat herdekken met felsplaten of klikfels, doet er goed aan stil te staan bij de Alle Bouwplaats Risico-verzekering, kortweg ABR. Deze verzekering dekt schade die tijdens de uitvoering van de werken ontstaat aan het bouwwerk zelf, aan materialen op de werf en vaak ook aan omliggende eigendommen. Het gaat niet om de aansprakelijkheid van de aannemer na oplevering, maar om het risico dat zich voordoet zolang het dak openligt en het werk nog niet af is. Die dekking is in Brussel niet fundamenteel anders geregeld dan in de rest van België, maar de stedelijke context maakt het risico wel groter, en dat verdient uitleg.
Een open dak is het moment waarop een gebouw het meest kwetsbaar is. Zolang de oude bedekking weg is en de nieuwe felsbanen nog niet volledig zijn aangebracht, kan regen, wind of een onverwachte storm binnendringen in de dakconstructie, de zolderverdieping of de bovenste woonlaag. In een verkaveling met ruime percelen is dat al vervelend genoeg; in het dichtbebouwde Brusselse stadsweefsel is de schade vaak groter en breidt ze makkelijker uit naar de buren. Een rijwoning in de Marollen of een herenhuis aan een van de lanen in Sint-Gillis deelt vaak een gemeenschappelijke muur of een aanpalend dak met de buurwoning. Loopt er water door naar het perceel ernaast, dan is dat een tweede schadepost die de ABR-verzekering idealiter ook dekt, naast de schade aan het eigen gebouw.
In de praktijk is het meestal de aannemer die de ABR-verzekering afsluit, al kan ook de bouwheer daartoe beslissen, zeker bij een groter renovatieproject met meerdere partijen op de werf. Bij een eenvoudige herbedekking van een gezinswoning volstaat vaak een polis op naam van de dakwerker voor de duur van de werken. Bij een groter project, waarbij naast het dak ook de gevel, de ramen of de draagstructuur worden aangepakt, is het gebruikelijker dat de bouwheer of de hoofdaannemer een polis afsluit die alle onderaannemers en hun werkzaamheden dekt. Wie als opdrachtgever met meerdere vakmensen werkt, doet er goed aan vooraf duidelijk te maken wie verzekert, en dat schriftelijk vast te leggen in het lastenboek of de overeenkomst. Een dakwerker die op eigen initiatief een polis afsluit, dekt daarmee doorgaans niet automatisch het werk van de tegelzetter die twee weken later op hetzelfde dak actief is.
Het erfgoedgegeven is waar Brussel zich het meest onderscheidt. Op een klein grondgebied staat een opvallend hoog aantal beschermde en geïnventariseerde gebouwen, van herenhuizen in art-nouveaustijl tot rijwoningen in wijken die als geheel een waardevol karakter hebben. Werkt u aan een dak dat deel uitmaakt van zo'n beschermd pand, dan is het verstandig dat ook in de ABR-polis te laten weerspiegelen. Een verzekeraar die niet weet dat het om een beschermd gebouw gaat, kan bij schade moeilijk doen over de vergoeding, precies op het moment dat een zorgvuldig hersteld met leien of felsplaten beklede kap opnieuw in de oorspronkelijke staat moet worden gebracht. Dat raakt aan wat wij beschrijven bij [een woning in een beschermd gezicht](/belgie/abr-verzekering/beschermd-gezicht), al is de dichtheid van dat type gebouw in Brussel wel opvallend groter dan in de meeste andere Belgische steden.
Wie ooit een steiger heeft laten plaatsen in een smalle Brusselse straat, weet dat de werf zelf al een uitdaging is nog voor er één plaat is gelegd. Materiaal moet vaak via de straat of een binnenkoer worden aangevoerd, er is weinig plek om stalen felsbanen tot acht meter lengte tijdelijk op te slaan, en de kans dat een vallend voorwerp of een verplaatste steiger schade aanricht aan een geparkeerde wagen of een gevel van de buren is reëel. Een ABR-polis die ook schade aan derden door de werf zelf dekt, is daarom in de Brusselse context minstens zo belangrijk als de dekking van het gebouw in aanbouw. Vraag bij het afsluiten van de polis expliciet naar deze uitbreiding, en laat de aannemer of de makelaar bevestigen dat ze in het gewest van toepassing is op stedelijke werven met beperkte werfruimte.
De omgevingsvergunning die het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) voorschrijft voor werken aan een dak, staat los van de ABR-verzekering: de ene regelt of u mag bouwen, de andere regelt wat er gebeurt als er tijdens het bouwen iets misgaat. Toch raken ze elkaar op één punt. Bij een omvangrijker dakproject, waarbij een veiligheidscoördinator verplicht is, verwacht die coördinator vaak dat de verzekeringen op de werf op orde zijn voordat de werken van start gaan. Dat is geen aparte Brusselse verplichting, maar in de praktijk wordt er in een stedelijke context, met meer toezicht en meer buren die een oogje in het zeil houden, sneller naar gevraagd dan op een geïsoleerde werf op het platteland.
Het verzekerde bedrag van een ABR-polis hangt af van de waarde van het gebouw, de duur van de werken en de omvang van het risico, en dat wordt per project door de verzekeraar of de makelaar bepaald. Er bestaat geen vast Brussels tarief, en een bedrag dat hier zou worden genoemd, is binnen afzienbare tijd achterhaald. Vraag bij de aannemer of de verzekeringsmakelaar naar een actuele offerte op basis van de werf in kwestie, en laat die de erfgoedstatus, de beperkte werfruimte en het aantal betrokken partijen mee in rekening brengen. Wat er precies misgaat als een polis te krap is opgesteld, en wat de gevolgen daarvan zijn voor de rekening, leggen wij uit bij [wat er vaak misgaat met de ABR-verzekering](/belgie/abr-verzekering/wat-gaat-er-mis).
Ons advies aan wie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een dak laat herdekken met stalen felsbanen: vraag vroeg in het traject, samen met de offerte voor de omgevingsvergunning, ook een offerte voor de ABR-verzekering op, en bespreek daarbij expliciet de erfgoedstatus van het pand en de fysieke beperkingen van de werf. Zo weet u voor de eerste plaat wordt gelegd wie welk risico draagt, en voorkomt u dat een regenbui tijdens de werken een discussie wordt die niemand had zien aankomen.