Klikzink

Brandreactie van het dak bij garage of bergplaats

Een garage of bergplaats is meestal het kleinste bouwproject op een perceel, en juist daardoor het project waarbij het minst wordt stilgestaan bij de regels die er wel degelijk op van toepassing zijn. Er is vaak geen architect bij betrokken, geen veiligheidscoördinator, en de bouwheer regelt de aannemer rechtstreeks. Dat verandert niets aan de eis dat het dak zich op een bepaalde manier moet gedragen bij brand van buitenaf, bijvoorbeeld door een overslaande vonk van een schouw op het buurperceel, een tuinvuur, of brand bij de buren die overwaait. Die eis staat los van de vraag of u een vergunning nodig had, en los van de grootte van het gebouwtje.

De brandreactie van een dakbedekking wordt in België uitgedrukt volgens de Europese classificatie, met een codering die aangeeft hoe het materiaal zich gedraagt bij een brand die van buiten op het dak inwerkt. Voor stalen dakbedekking zoals felsplaten is die classificatie doorgaans niet het probleem: staal brandt niet en scoort in de hoogste klasse. Waar het vaak wél fout loopt bij een garage of bergplaats, is de opbouw eronder. Een dak bestaat niet uit de felsplaat alleen, maar uit een pakket van drager, eventueel isolatie, een onderlaag en de felsplaat zelf. De classificatie geldt voor dat hele pakket zoals het op het dak ligt, niet voor de plaat op zichzelf. Wie voor een goedkope, snelle opbouw kiest met een brandbare onderlaag of een isolatielaag zonder de juiste classificatie, ondermijnt daarmee de eigenschap die de dakbedekking als geheel had moeten hebben.

Dit is precies waar het bij een garage of bergplaats geregeld misgaat. Bij een groter project met architect wordt de opbouw meestal vooraf beschreven en gecontroleerd. Bij een garage die de bouwheer samen met een lokale dakdekker regelt, wordt de opbouw vaak ter plekke bepaald, op basis van wat er voorradig is of wat de goedkoopste optie is. Niemand vraagt daarbij expliciet naar de brandreactie van het geheel, terwijl die vraag wel degelijk relevant is, zeker wanneer de garage dicht bij de perceelsgrens staat.

Waarom de afstand tot de grens de kern van de zaak is

De reden dat de brandreactie van het dak bij een garage of bergplaats vaak toch een rol speelt, zit in de afstand tot de perceelsgrens. Hoe dichter een gebouw bij die grens staat, hoe groter het risico dat brand overslaat naar het naburige perceel, en hoe strenger de eisen die daaraan gekoppeld worden. Een garage die vrijstaand midden op een groot perceel staat, valt vaak in een lichter regime dan een bergplaats die tegen de perceelsgrens wordt gebouwd, wat bij een garage juist vaak de bedoeling is om grondoppervlakte te sparen. De regelgeving werkt hier met afstandscriteria: onder een bepaalde afstand tot de grens gaan de eisen aan de brandreactie van gevel en dak omhoog, boven die afstand vervalt de eis vaak grotendeels.

Dit criterium wordt niet automatisch gecontroleerd wanneer er geen vergunningsplicht is. Een kleine garage of bergplaats kan in veel gevallen gebouwd worden na een melding of zelfs vergunningsvrij, afhankelijk van het gewest, de oppervlakte en de ligging. Dat de vergunningsvraag bij dit soort klein werk makkelijk wordt overgeslagen, is precies waar het misgaat: de bouwheer denkt dat zonder vergunningsplicht ook alle andere regelgeving wegvalt, terwijl de brandveiligheidseisen een eigen, apart spoor zijn dat blijft gelden ongeacht de vergunningsprocedure. Het is dezelfde denkfout die terugkomt bij een dakkapel of aanbouw, zoals ook blijkt uit onze pagina over de vergunning bij een [veranda of aanbouw met felsdak](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/veranda): het ontbreken van een vergunningsplicht betekent niet dat er geen andere regels van toepassing zijn.

Welk bewijs de aannemer moet kunnen tonen

Of er nu een vergunning nodig was of niet, de aannemer die het dak van een garage of bergplaats plaatst, moet kunnen aantonen dat het gebruikte materiaal en de gekozen opbouw een classificatie hebben die past bij de situatie op de werf. Dat bewijs komt in de praktijk uit twee documenten: het technisch fiche van de dakbedekking, waarin de fabrikant de classificatie van het materiaal vermeldt, en een classificatierapport of testverslag voor het volledige dakpakket zoals dat op de werf wordt aangebracht, wanneer dat pakket afwijkt van een reeds geteste, standaard opbouw. Voor stalen felsplaten van 0,55 mm op een gangbare drager met een goedgekeurde onderlaag bestaat die documentatie doorgaans al bij de leverancier, en de aannemer moet die op vraag kunnen voorleggen aan de bouwheer, de verzekeraar, of de gemeente.

Bij een garage of bergplaats zonder architect is er vaak niemand die dat document actief opvraagt, wat het risico verhoogt dat het niet bewaard wordt. Dat wordt pas een probleem op het moment dat het er echt toe doet: bij een schadegeval, bij een controle door de brandweer naar aanleiding van een klacht van de buur, of wanneer de verzekeraar na een brand vraagt naar het bewijs dat het dak aan de geldende eisen voldeed. Wij raden daarom aan dat de bouwheer, ook bij een klein project, uitdrukkelijk aan de aannemer vraagt om het technisch fiche van de gebruikte platen en, indien van toepassing, het classificatierapport van de opbouw te bewaren bij de andere bouwdocumenten. Dat is dezelfde logica die ook geldt bij een grotere dakrenovatie, zoals wij toelichten bij [brandreactie bij een dakrenovatie](/belgie/brandreactie/dakrenovatie): het gaat niet om een zwaar dossier, maar om een paar bladzijden die aantonen wat er precies op het dak ligt.

Waar de bouwheer dit zelf kan navragen

De gemeente, en specifiek de dienst omgeving of ruimtelijke ordening, is het eerste aanspreekpunt om te weten of voor een garage of bergplaats een melding of omgevingsvergunning nodig is, en welke afstandscriteria ten opzichte van de perceelsgrens van toepassing zijn. Die criteria verschillen niet fundamenteel tussen de gewesten wat de onderliggende logica betreft, maar de precieze afstanden en de manier waarop ze worden opgenomen in het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening, het Waalse Code du Développement Territorial of het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening kunnen wel verschillen, en de gemeente kent de lokale toepassing daarvan het best. Wie twijfelt of de geplande garage binnen de vrijstellingsregeling valt, vraagt dat best na vóór de werf start, niet erna.

De leverancier van de dakbedekking is het aanspreekpunt voor het technisch fiche en, waar nodig, het classificatierapport van de opbouw. Voor felsplaten die wij vanuit Ede leveren, kunnen wij die documentatie meegeven zodat de aannemer ze kan voorleggen wanneer dat gevraagd wordt. Wie een garage of bergplaats plant, doet er goed aan om dat document meteen bij de bestelling op te vragen en het samen met de andere bouwstukken te bewaren, ook als het gebouwtje zelf geen vergunning vereiste. Zo hebt u, ook bij het kleinste bouwproject op uw perceel, het bewijs klaarliggen op het moment dat iemand er werkelijk naar vraagt.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink