Klikzink

De architect bij een garage of bergplaats

Een garage of een bergplaats is meestal een klein bouwwerk, en juist daarom denken veel mensen dat het zonder architect en zonder vergunning kan. Dat klopt soms, maar niet altijd, en de verwarring zit hem niet in de grootte van het gebouw. Ze zit in het verschil tussen een architect nodig hebben en een vergunning nodig hebben. Dat zijn twee aparte vragen, met elk hun eigen antwoord, en wie ze door elkaar haalt loopt het risico om zonder de juiste papieren te beginnen aan werk dat achteraf niet in orde te krijgen is.

Of u een architect nodig heeft, hangt in de eerste plaats af van of het werk vergunningsplichtig is. Is dat niet het geval, dan is er ook geen architect verplicht, want de architectuurverplichting is in de drie gewesten gekoppeld aan de omgevingsvergunning. Is het werk wel vergunningsplichtig, dan komt de tweede vraag: gaat het om stabiliteit? Een architect moet optreden zodra een bouwwerk een eigen draagstructuur heeft, funderingen vereist en los kan blijven staan als een zelfstandig geheel. Een garage van metselwerk met een fundering en een dak is daarmee vlot binnen die definitie, ook als ze maar één auto herbergt. Een lichte constructie zonder eigen fundering, bijvoorbeeld een prefab tuinberging die los op een bestaande verharding staat, valt daar vaak buiten.

De vrijstelling van vergunning voor kleine bijgebouwen bestaat in elk van de drie gewesten, maar met andere maten, andere voorwaarden en andere afstandsregels tot de perceelsgrens. In Vlaanderen regelt het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) welke bijgebouwen vergunningsvrij zijn, met een maximale oppervlakte en een maximale hoogte die niet overal gelijk zijn voor een garage en voor een tuinberging. In het Waalse Gewest bepaalt de Code du Développement Territorial (CoDT), het wetboek voor ruimtelijke ontwikkeling, een eigen lijst van vrijstellingen, met eigen grenzen. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest legt het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) weer andere maten vast. Dezelfde garage van twintig vierkante meter kan dus in het ene gewest vergunningsvrij zijn en in het andere gewest een volwaardige omgevingsvergunning nodig hebben, puur omdat de oppervlaktegrens anders ligt.

Waar de vergunningsplicht meestal misgaat

De garage of bergplaats is precies het soort werk waarbij mensen de vergunningsvraag overslaan, en dat is geen toeval. Het bouwwerk is klein, het voelt bijkomstig aan naast het hoofdgebouw, en de aannemer die de fundering en de wanden zet is vaak niet degene die het dossier bij de gemeente indient. Wie zelf de vrijstellingsregels naleest en zich vergist in de oppervlakte, de hoogte of de afstand tot de perceelsgrens, zet een gebouw neer dat achteraf niet regulariseerbaar blijkt zonder aanpassing. Een garage die tien centimeter te dicht bij de grens staat, of een bergplaats waarvan de nokhoogte net over de vrijstellingsgrens gaat, kan een gemeente dwingen tot een afbraakbevel, en dat is een veel duurdere en tragere weg dan vooraf een vergunning aanvragen.

Daarnaast speelt het dak zelf een rol die vaak onderschat wordt. Een garage of bergplaats krijgt geregeld een stalen felsdak, net als het hoofdgebouw, om in stijl en in materiaal aan te sluiten. Dat verandert niets aan de vergunningsplicht op zich, maar het verandert wel de EPB-eisen die op het bouwwerk rusten als het om een verwarmd volume gaat. Een garage die louter dient om de auto te stallen valt doorgaans buiten de EPB-eisen voor energieprestatie, maar zodra er een werkruimte, een hobbyruimte of verwarming in komt, telt het gebouw mee als een beschermd volume en gelden er eisen aan isolatie en luchtdichtheid. Dat raakt ook de keuze van de dakopbouw, zoals wij uitleggen bij [de architect bij een bijgebouw of tuinhuis](/belgie/architect/bijgebouw), waar dezelfde vraag naar de EPB-status van een klein gebouw terugkomt.

Wat de architect tekent en controleert

Als de architectuurverplichting van toepassing is, dan is de rol van de architect bij een garage niet anders dan bij een grotere nieuwbouw: hij of zij stelt de plannen op, dient het dossier in bij de bevoegde instantie, en volgt de uitvoering op om te controleren of het gebouwde overeenstemt met het vergunde. Bij een garage komt dat neer op een fundering die aan de draagkracht van de grond is aangepast, een aansluiting op de bestaande gevel of scheidingsmuur die waterdicht blijft, en een dakconstructie die de gekozen bedekking kan dragen. Bij een stalen felsdak op een garage betekent dat een controle van de dakhelling, want de felsplaten die wij leveren vergen een minimumhelling van zes graden, en een garage met een bijna vlak dak vraagt dan om een andere oplossing of om een aangepaste onderconstructie.

De architect blijft ook verantwoordelijk voor het bouwwerk onder de tienjarige aansprakelijkheid, die in het Burgerlijk Wetboek is vastgelegd en die geldt voor verborgen gebreken die de stabiliteit van het gebouw in het gedrang brengen. Bij een garage met een eigen fundering is dat een reële dekking, want een fundering die verzakt of een muur die scheurt door een verkeerde funderingskeuze valt precies onder wat die aansprakelijkheid moet opvangen. Bij een lichte, vergunningsvrije bergplaats zonder architect bestaat die dekking niet op dezelfde manier, en dat is een van de redenen waarom een bouwheer die twijfelt tussen zelf bouwen en een architect inschakelen, toch beter voor de zekerheid van een architect kan kiezen zodra het gebouw een beetje aan omvang wint.

Premie, coördinator en dossier bij groter werk

Wie voor de garage toch een architect nodig heeft omdat het bouwwerk vergunningsplichtig is, moet ook rekening houden met de andere verplichtingen die aan een omgevingsvergunning vasthangen. Wordt er met meerdere aannemers tegelijk gewerkt, bijvoorbeeld een ruwbouwploeg en een dakdekker, dan is er een veiligheidscoördinator nodig zodra er sprake is van tijdelijke of mobiele bouwplaatsen met meerdere partijen, en die coördinator stelt mee het postinterventiedossier op. Dat dossier bundelt de gegevens over de gebruikte materialen en technieken, en is nuttig bij een latere herstelling van het dak of bij een volgende verbouwing. Ook een kleine garage bouwt dus mee aan een dossier dat nog jaren later van pas komt.

Op het vlak van premies geldt voor een garage doorgaans een terughoudender regeling dan voor de woning zelf, omdat een niet-verwarmde garage buiten de energiepremies valt. Wordt de garage wel verwarmd en goed geïsoleerd, dan kan ze meetellen in een globale renovatiepremie of in een premie voor de dakisolatie, afhankelijk van het gewest. De drie gewesten kennen elk hun eigen premiestelsel, met een eigen bevoegde instantie, en de bedragen en voorwaarden wijzigen jaarlijks, zodat de actuele stand telkens op de website van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, van de Waalse overheidsdienst of van Leefmilieu Brussel te raadplegen is. Het verlaagde btw-tarief voor renovatie van een woning geldt overigens niet automatisch voor een losstaande garage; de precieze voorwaarden daarvoor zijn het bekijken waard voordat de factuur wordt opgemaakt.

Wie twijfelt of de eigen garage of bergplaats vergunningsplichtig is en dus een architect vereist, doet er goed aan om vooraf bij de gemeentelijke dienst ruimtelijke ordening te informeren naar de geldende vrijstellingsregels voor het gewest waarin het perceel ligt. Dat is een korte stap die een dure vergissing voorkomt, en die de bouwheer meteen ook duidelijkheid geeft over de EPB-status en de premiemogelijkheden voor het gekozen dak.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink