Klikzink

Burenrecht en dakrand bij ontwerp van nieuwbouwwoning

Bij een nieuwbouwwoning verschilt de volgorde van beslissen fundamenteel van wat er speelt bij een dakkapel, een garage of een verbouwing. Daar wordt de dakrand vaak pas een vraagstuk als de werken al bezig zijn, of als een aannemer voor een voldongen feit staat. Bij nieuwbouw is dat niet zo. Alles wat met de dakrand te maken heeft — de uitkraging, de goot, de plaatsing van de regenafvoer — ligt al vast voordat de eerste spade de grond raakt. Het staat op het bouwplan, het is verwerkt in de EPB-aangifte, en het is mee beoordeeld bij de omgevingsvergunning. Wie op dit moment nog aan burenrecht denkt, denkt te laat.

Het Belgisch Burgerlijk Wetboek regelt in de bepalingen over erfdienstbaarheden dat een dakrand niet zomaar over de perceelsgrens mag uitsteken, en dat regenwater niet zomaar op het erf van de buur mag terechtkomen. Die regel verandert niet naargelang het type gebouw: een dakrand van een nieuwbouwwoning valt onder dezelfde bepalingen als die van een tuinhuis of een carport. Het verschil zit niet in het recht, maar in het moment waarop u er iets aan kunt doen. Bij nieuwbouw is dat moment de tekentafel van de architect, niet de werf.

Waarom het ontwerp de plaats is om dit te regelen

Een architect die een nieuwbouwwoning tekent, houdt al rekening met de perceelsgrenzen omdat de vergunningsaanvraag dat vereist. Het inplantingsplan toont exact waar de gevels komen, en een overstekende dakrand die over de grens komt, valt daarbij op — niet omdat de vergunningverlenende overheid daar per definitie naar kijkt, maar omdat de architect vanuit zijn eigen aansprakelijkheid geen constructie tekent die op voorhand een geschil met de buur oproept. Dat is een belangrijk verschil met een dakkapel op een bestaande woning, waar de dakrand vaak wordt opgemeten en aangepast tijdens de uitvoering, zoals wij beschrijven bij [de dakrand van een dakkapel of uitbouw](/belgie/burenrecht/dakkapel-of-uitbouw). Bij nieuwbouw is er geen bestaande situatie om zich aan aan te passen: het gebouw wordt van nul opgetrokken, en de dakrand is een vrije keuze binnen het ontwerp.

Die vrijheid betekent ook dat er geen enkele reden is om de dakrand tot tegen de perceelsgrens te laten komen als dat niet nodig is. Bij een bouwperceel van gemiddelde breedte is de marge tussen de gevel en de erfgrens meestal ruim genoeg om de fels met een kleine overstek te laten eindigen zonder over de grens te steken. Waar dat wel spannend wordt, is bij smalle kavels in verdichte woonwijken, waar de architect soms tot op de scheidingslijn moet bouwen om de gewenste woonoppervlakte te halen. In die situaties is het verstandig om in een vroeg stadium met de buur te overleggen over een erfdienstbaarheid van overbouw, zodat de kwestie is opgelost voordat de omgevingsvergunning wordt aangevraagd en niet pas als de ruwbouw al recht staat.

De rol van de vergunning en de EPB-aangifte

De stedenbouwkundige vergunning, of omgevingsvergunning zoals die tegenwoordig heet, toetst de nieuwbouwwoning aan de regels van het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening, het Waalse Code du Développement Territorial of het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, afhankelijk van het gewest waar de werf ligt. Die toetsing gaat over inplanting, bouwhoogte, dakvorm en soms over de afstand tot de perceelsgrens, maar niet over het burenrecht zelf. Een vergunning die wordt afgegeven, zegt dus niets over de vraag of de dakrand het eigendomsrecht van de buur respecteert. Dat is de reden waarom het krijgen van een vergunning geen garantie is tegen een latere klacht: de overheid beoordeelt de publiekrechtelijke kant, de burenrelatie blijft privaatrechtelijk en wordt niet automatisch mee getoetst, zoals ook toegelicht bij de stedenbouwkundige vergunning voor een nieuwbouwwoning.

De EPB-aangifte, die de energieprestatie van de nieuwbouwwoning vastlegt, speelt in deze context een andere rol dan velen verwachten. Ze verplicht niet tot een bepaalde dakvorm, maar de keuze voor een dakhelling en een dakopbouw wordt wel mee bepaald door de EPB-eisen aan isolatie en luchtdichtheid. Een plat of bijna vlak dak met stalen felsplaten heeft andere knooppunten dan een hellend dak met dakpannen, en de architect houdt daar bij het ontwerp van de dakrand rekening mee. Omdat dit alles al in het EPB-dossier verwerkt wordt vóór de bouwvergunning wordt afgegeven, is er in de praktijk weinig ruimte om nadien nog aan de dakrand te sleutelen zonder de EPB-berekening te moeten herzien.

Wat een architect wel en niet voor u regelt

De architect is verantwoordelijk voor een technisch en stedenbouwkundig correct ontwerp, en hij zal een dakrand die manifest over de perceelsgrens komt in de regel niet tekenen zonder dit met de bouwheer te bespreken. Maar de architect is geen partij bij het burenrecht en sluit geen overeenkomsten met de buur namens u. Als een overstek nodig is om technische redenen — bijvoorbeeld om een goot ver genoeg van de gevel te houden, of om voldoende druiplijn te creëren bij de fels van 35 mm — dan blijft het uw verantwoordelijkheid als bouwheer om daarover afspraken te maken met de eigenaar van het aangrenzende perceel. Dat overleg gebeurt best schriftelijk, ook als de buren op goede voet staan, want een nieuwbouwwoning wordt geacht decennialang te blijven staan en een mondelinge afspraak is bij een volgende eigenaarswissel niets meer waard.

De tienjarige aansprakelijkheid van de architect en de aannemer, die in het Belgisch recht geldt voor ernstige gebreken aan de stabiliteit van het gebouw, heeft geen betrekking op een burenrechtelijk geschil over de dakrand. Een dakrand die volgens de regels van de kunst is aangelegd maar toch over de grens steekt, is geen bouwgebrek in de zin van die aansprakelijkheid — het is een inbreuk op het eigendomsrecht van de buur, en die twee zaken worden voor de rechter volledig los van elkaar behandeld.

Wat u nu kunt doen

Als uw nieuwbouwwoning nog in de ontwerpfase zit, vraag dan expliciet aan uw architect om het inplantingsplan te tonen met de exacte afstand tussen de dakrand en de perceelsgrens, inclusief de overstek van de fels en de goot. Vergelijk dat met het kadasterplan en, indien nodig, met een opmeting door een landmeter-expert, zodat er geen twijfel bestaat over waar de grens precies loopt. Ligt de dakrand dicht bij de grens, bespreek dan tijdig met de buur of een erfdienstbaarheid nodig is, en leg die afspraak vast voordat de omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Zo voorkomt u dat een geschil over enkele centimeters overstek een gebouw treft dat u nog decennialang zult bewonen.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink