Klikzink

EPB-regelgeving bij een nieuwbouwwoning met stalen dak

Bij een nieuwbouwwoning is de volgorde omgekeerd ten opzichte van een verbouwing. Bij een dakrenovatie of een dakkapel wordt de EPB-eis vaak pas relevant op het moment dat de aannemer al aan het werk is, en moet de gekozen isolatie achteraf passen in een dossier dat al loopt. Bij nieuwbouw is dat niet zo: de EPB-aangifte, de architect en de omgevingsvergunning liggen er allemaal al voordat de eerste dakplaat wordt gelegd. Het dak van een nieuwbouwwoning is dus geen uitvoeringskeuze die later nog bijgestuurd kan worden, maar een ontwerpkeuze die vastligt in de plannen die bij de vergunningsaanvraag zijn ingediend.

Dat verandert wat er van u en van uw aannemer wordt verwacht. Bij een verbouwing kan de EPB-verslaggever soms nog schuiven met een isolatiedikte of een detail, omdat het gebouw al bestaat en de aangifte zich daarnaar voegt. Bij nieuwbouw is het net omgekeerd: het gebouw moet zich voegen naar een energieprestatie die door de architect en de EPB-verslaggever samen is vastgelegd in het bouwdossier. Wanneer u tijdens de werf nog van dakopbouw wilt wisselen, bijvoorbeeld van een tegeldak naar een stalen felsdak, dan is dat geen kwestie van even een andere plaat bestellen. De U-waarde, de opbouw van de dakconstructie en de aansluitingen moeten opnieuw kloppen met wat is aangegeven, en in de meeste gevallen ook met wat in de vergunning staat beschreven.

Het gewicht van een stalen felsdak speelt hier mee, en niet alleen bij de EPB. Een felsplaat van 0,55 mm weegt ongeveer 5 kg per vierkante meter, veel minder dan een dak met tegels of leien. Dat is voor de EPB-verslaggever op zich niet relevant, want die kijkt naar warmteverlies en niet naar massa. Maar de architect die de dakconstructie berekent, houdt er wel rekening mee, en bij nieuwbouw wordt die berekening al gemaakt vóór de vergunningsaanvraag. Een lichter dak geeft dan iets meer vrijheid in de draagconstructie, wat op zijn beurt weer ruimte kan geven voor een dikkere isolatielaag zonder dat de dakopbouw te zwaar wordt. Die afweging gebeurt dus lang voordat er ergens een felsbaan wordt afgerold.

Wat de EPB-verslaggever wil zien bij een dakopbouw in staal

Of het nu om een hellend dak met felsplaten gaat of om een plat dak met klikfels, de EPB-verslaggever kijkt naar dezelfde punten: de isolatiedikte en het materiaal, de plaats van de dampscherm ten opzichte van de isolatie, en de manier waarop de luchtdichting is uitgevoerd. Bij een stalen dakbedekking is de plaat zelf niet isolerend; de isolatie zit in de dakconstructie daaronder, meestal tussen de gordingen of op de volle bekisting. De EPB-verslaggever rekent met de opbouw zoals die op het bouwplan staat, en toetst nadien of die opbouw ook werkelijk zo is uitgevoerd.

Omdat felsplaten blind bevestigd worden met klemmen, zonder doorlopende schroeven door de plaat, is er geen koudebrug door bevestigingsmateriaal dat de plaat doorboort. Dat is een detail waar de EPB-verslaggever in de verslaggeving wel naar kijkt, net als bij elke andere dakbedekking: elke doorboring van de isolatielaag telt mee in de berekening van de luchtdichtheid en van eventuele koudebruggen. Bij nieuwbouw wordt dat detail al op plan beoordeeld, en niet pas gecontroleerd wanneer het dak er al op ligt. De aannemer die de felsplaten plaatst, werkt dus binnen een detail dat de architect en de EPB-verslaggever al hebben goedgekeurd, zoals wij ook toelichten bij [de EPB-regelgeving bij een dakkapel of uitbouw](/belgie/epb/dakkapel-of-uitbouw), waar diezelfde koudebrugvraag op een andere manier terugkomt omdat daar het dak wél al bestaat.

Het moment waarop het vastligt, en het moment waarop het gecontroleerd wordt

Bij nieuwbouw zijn er in de EPB-procedure twee momenten die voor het dak van belang zijn. Het eerste is de startverklaring, waarin de EPB-verslaggever de geplande opbouw en de berekende energieprestatie vastlegt op basis van de plannen van de architect. Dat gebeurt vóór de aanvang van de werken, en op dat moment ligt de keuze voor een stalen felsdak, met de bijhorende isolatiedikte, al vast als onderdeel van het ontwerp. Het tweede moment is de EPB-aangifte na afwerking, waarin de verslaggever nagaat of wat werkelijk is gebouwd overeenkomt met wat is aangegeven.

Tussen die twee momenten in ligt de uitvoering op de werf, en daar wringt het soms. Een aannemer die de dakopbouw op de werf licht aanpast, bijvoorbeeld een andere isolatiedikte gebruikt omdat die net leverbaar was, verandert daarmee de energieprestatie die is aangegeven. Bij nieuwbouw telt dat harder door dan bij een verbouwing, omdat de volledige EPB-aangifte van de woning op die aangenomen waarden is gebouwd, en niet alleen een deelberekening voor het dak. Hoe die EPB-procedure precies van start tot afronding loopt, hebben wij stap voor stap uitgewerkt bij [de EPB-procedure van start tot definitieve melding](/belgie/epb/hoe-loopt-de-procedure); voor een nieuwbouwwoning is dat traject het volledige traject, zonder de kortere weg die er bij een beperkte verbouwing soms wel is.

Waarom dit voor het dak minder ruimte laat dan bij andere onderdelen

Bij een nieuwbouwwoning zijn er onderdelen waar tijdens de werf nog wel wat kan schuiven zonder dat de EPB-aangifte meteen in de problemen komt, zoals de keuze van de buitenschrijnwerker of een detail in de binnenafwerking. Het dak is dat niet. De dakhelling, de dakvorm en het materiaal zijn vaak al zichtbaar op de gevelaanzichten die bij de omgevingsvergunning zijn ingediend, en de opbouw ervan staat in het EPB-dossier. Een felsdak vanaf zes graden dakhelling is technisch haalbaar op bijna elk hellend dakontwerp, maar de keuze om het wel of niet toe te passen moet dus al gemaakt zijn op het moment dat de vergunningsaanvraag wordt opgesteld, niet pas wanneer de ruwbouw klaar is en de dakdekker aan de beurt komt.

Dat is ook de reden waarom een architect bij nieuwbouw vroeg al met de dakleverancier of de aannemer overlegt over het gewicht, de plaatlengte en de aansluitingen. Felsbanen worden op maat geleverd tot 8000 mm, zodat een dakvlak zonder dwarsnaad kan worden bekleed, en dat heeft gevolgen voor de plaatsing van de gordingen en voor het aantal sneden dat nodig is bij hoeken en dakranden. Wanneer die afstemming al in de ontwerpfase gebeurt, sluit de uitvoering op de werf naadloos aan op wat in de EPB-aangifte staat, en is er bij de definitieve melding geen discussie meer over of het dak wel is uitgevoerd zoals aangegeven.

Wat u nu kunt doen

Als u een nieuwbouwwoning met een stalen dak plant, bespreek de dakopbouw dan al bij de architect in de fase van de vergunningsaanvraag, niet pas wanneer de aannemer op de werf staat. Vraag de EPB-verslaggever om de opbouw met felsplaten of klikfels expliciet in de startverklaring op te nemen, met de juiste isolatiedikte en de juiste plaats van de dampscherm. Zo weet u vooraf dat de energieprestatie die wordt aangegeven ook daadwerkelijk haalbaar is met de dakbedekking die u wilt, en voorkomt u dat er bij de definitieve EPB-aangifte nog een discussie ontstaat over een dak dat al lang dicht is.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink