Klikzink

Aannemer vinden en controleren bij nieuwbouw

Bij een nieuwbouwwoning ziet de zoektocht naar een uitvoerder er anders uit dan bij een verbouwing. U kiest niet zelf een dakwerker die op een bestaand dak klimt en op eigen houtje een plan voorstelt. Er is al een architect, er is al een lastenboek, en er is al een omgevingsvergunning waarin het dak als onderdeel van het geheel is opgenomen. De vraag is dus niet zozeer wie het dak mag doen, maar of de aannemer die u voor de ruwbouw of de afwerking kiest, ook betrouwbaar is voor het deel dat op het dak gebeurt, en of de onderaannemer die hij daarvoor inschakelt evengoed in orde is.

In de praktijk werkt een nieuwbouwdossier met één hoofdaannemer, of met een architect die verschillende vakmensen coördineert. De keuze voor felsplaten of klikfels staat meestal al vast voor de eerste spade de grond raakt: ze is opgenomen in het lastenboek, doorgerekend in de EPB-aangifte en getekend door de architect. Wat u dan nog controleert, is niet het ontwerp maar de uitvoerder: mag deze aannemer, of de onderaannemer die hij inzet voor het dak, dit werk wettelijk en praktisch uitvoeren, en is hij verzekerd voor wat er kan misgaan.

Het eerste dat u nakijkt is simpel en gratis: het ondernemingsnummer. Elke aannemer die in België werkt, actief of als onderaannemer, moet ingeschreven zijn bij de Kruispuntbank van Ondernemingen. Met dat nummer zoekt u op of de vennootschap nog bestaat, hoe lang ze al actief is en onder welke naam. Een aannemer die pas enkele maanden geleden is opgericht, is niet per definitie onbetrouwbaar, maar bij een nieuwbouwwerf met een aanzienlijk budget wilt u weten met wie u praat. Vraag ook naar de btw-plicht: bij nieuwbouw is het verlaagde btw-tarief voor renovatie niet van toepassing, dus de factuur van de dakwerken loopt tegen het gewone tarief. Een aannemer die daar onduidelijk over doet, verdient een tweede blik.

Daarna komt de verzekering. Voor nieuwbouwwoningen geldt de tienjarige aansprakelijkheid, de verplichting dat de architect en de aannemer voor ernstige gebreken die de stabiliteit van het gebouw in het gedrang brengen, tien jaar aansprakelijk blijven. Voor het dak is dat relevant: een lekkage die de dakstructuur aantast, valt daaronder. Vraag het verzekeringsattest op en controleer dat de polis nog loopt en dat ze specifiek de tienjarige aansprakelijkheid dekt, niet enkel een algemene beroepsaansprakelijkheid. Bij een nieuwbouw met meerdere onderaannemers is het niet vanzelfsprekend dat elke partij afzonderlijk gedekt is; vraag daarom uitdrukkelijk naar het attest van de partij die het dak plaatst, ook als die niet de hoofdaannemer is.

Een erkenning zegt op dit vlak minder dan velen denken. Het vroegere Belgische erkenningssysteem voor aannemers is grotendeels afgebouwd; wat overblijft, is relevant voor overheidsopdrachten en voor specifieke disciplines, niet voor een gewone privéwerf. Een dakwerker die zich erkend noemt, is dus niet automatisch gecontroleerd door een overheidsinstantie op vakbekwaamheid voor felswerk. Wat wel iets zegt, is lidmaatschap van een beroepsfederatie, referenties van vergelijkbare werven, en concreet: heeft deze ploeg al eerder stalen felsbanen gelegd, en kan hij tonen waar. Vraag naar een adres waar u een afgewerkt dak kunt bekijken, en vraag wie daar de plaatdikte en de bevestiging heeft gecontroleerd.

Op een nieuwbouwwerf is er meestal een architect die de uitvoering opvolgt, en soms een veiligheidscoördinator als er meerdere aannemers gelijktijdig actief zijn, wat bij nieuwbouw bijna altijd het geval is. Die coördinator is niet degene die de kwaliteit van het felswerk beoordeelt, maar hij bewaakt dat het werk op het dak veilig verloopt naast het werk van de andere vakmensen: de ruwbouwploeg, de installateur van zonnepanelen, de schilder die nog aan de gevel werkt. Vraag als bouwheer aan uw architect wie deze rol vervult en of de dakwerken daar formeel in zijn opgenomen, want een dakdekker die zonder overleg met de coördinator een steiger verplaatst, zorgt voor risico's die niet bij het felswerk zelf horen maar wel op uw werf gebeuren.

De controle die specifiek voor nieuwbouw telt, is de aansluiting tussen het lastenboek en wat er werkelijk op het dak gelegd wordt. Het lastenboek beschrijft doorgaans het materiaal, de plaatdikte en de dakhelling waarvoor het systeem geschikt moet zijn, maar niet altijd het detail van elke aansluiting. Een aannemer die het lastenboek strikt volgt voor de platen zelf, maar op eigen initiatief afwijkt bij de nok of de dakrand, kan daarmee de EPB-prestatie of de waterdichtheid in het gedrang brengen zonder dat dit meteen zichtbaar is. Vraag daarom niet enkel naar het merk en de plaatdikte, maar ook naar hoe de aannemer denkt over te gaan met details zoals wij uitleggen bij [de aannemer vinden en controleren bij een felsdak in België](/belgie/aannemer-controleren), waar de opvolging van sneden en aansluitingen centraal staat.

De EPB-aangifte zelf is een tweede controlepunt dat bij nieuwbouw zwaarder weegt dan bij verbouwing. De EPB-verslaggever berekent op basis van de opgegeven materialen en detailleringen of de woning aan de energieprestatie-eisen voldoet. Als de dakwerker tijdens de uitvoering een andere isolatiedikte of een ander bevestigingssysteem gebruikt dan wat is opgegeven, kan dat de EPB-aangifte onjuist maken, met een mogelijke boete voor de bouwheer als gevolg. Vraag uw aannemer daarom om, als er tijdens de uitvoering iets wijzigt ten opzichte van het lastenboek, dat altijd eerst te melden aan de EPB-verslaggever en niet zelf te beslissen dat het gelijkwaardig is.

Omdat een nieuwbouwwerf meestal met een architect werkt die de omgevingsvergunning heeft aangevraagd, is de vergunning zelf minder een punt van zorg dan bij een losse dakvervanging: die staat er al, met het dak erin beschreven zoals het is goedgekeurd. Wat u wel controleert, is of de aannemer weet dat wijzigingen aan het dakvolume of de dakvorm, ook kleine, in principe terug moeten naar de architect en mogelijk naar de gemeente, omdat ze anders niet overeenstemmen met de afgegeven vergunning. Een dakwerker die voorstelt om "toch nog even een extra dakraam te plaatsen" zonder dat via de architect te laten lopen, brengt u in een positie waarin de uitgevoerde werken niet meer overeenkomen met het vergunde ontwerp.

Het postinterventiedossier hoort bij een nieuwbouwwoning standaard te worden opgesteld door de veiligheidscoördinator, en moet ook de gegevens van het dak bevatten: het type felsbanen, de bevestigingswijze, en waar de doorvoeren voor eventuele latere technieken zitten. Vraag bij de opleveringsvergadering uitdrukkelijk of dit dossier volledig is aangevuld voor het dak, want dat is het document waarop een volgende dakwerker, jaren later, zal moeten terugvallen.

Wat u concreet kunt doen: vraag het ondernemingsnummer en het verzekeringsattest op van de partij die het dak plaatst, niet enkel van de hoofdaannemer, vraag uw architect wie de veiligheidscoördinator is en of de dakwerken daarin zijn opgenomen, en vraag om elke afwijking van het lastenboek eerst te laten toetsen aan de EPB-aangifte voor die wordt uitgevoerd. Zo blijft de keuze voor het dak wat ze bij nieuwbouw horen te zijn: een beslissing die in het ontwerp is genomen, en die in de uitvoering enkel nog correct wordt toegepast.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink