Klikzink

Erkenning aannemer bij bijgebouw of tuinhuis

Een tuinhuis, poolhouse of vrijstaand bijgebouw met een dak in stalen felsplaten lijkt op het eerste gezicht een klein werk, en juridisch wordt het ook vaak zo behandeld. Dat verandert echter niets aan de vraag wie het mag uitvoeren en welke garanties daarbij horen. Wij zetten op deze pagina uiteen hoe het Belgische stelsel van erkenning werkt voor dit type gebouw, en waarom vergunningsvrij zijn niet hetzelfde is als vrijblijvend zijn.

Wat vergunningsvrij wel en niet betekent

In de drie gewesten geldt voor bijgebouwen en tuinhuizen een vrijstelling van de omgevingsvergunning tot een bepaalde oppervlakte en hoogte, gemeten vanaf het gelijkvloers of ten opzichte van de hoofdconstructie. Vlaanderen regelt dit via het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), het Waalse Gewest via de Code du Développement Territorial (CoDT, het wetboek voor ruimtelijke ontwikkeling), en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest via het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO). De drempels, de manier van meten en de uitzonderingen verschillen per gewest en soms per gemeente, bijvoorbeeld wanneer een verkavelingsvoorschrift, een BPA (bijzonder plan van aanleg) of een erfgoedstatuut van toepassing is. Ligt het perceel in een beschermd landschap of naast een beschermd gebouw, dan valt de vrijstelling vaak weg, ook al blijft de oppervlakte klein. Wij raden daarom altijd aan om de vrijstelling te laten bevestigen door de gemeentelijke dienst omgeving of door de fonctionnaire délégué (de gemachtigde ambtenaar) voordat het werk start, ook als de aannemer zelf zegt dat een vergunning niet nodig is.

Geen vergunning betekent dus niet dat er geen regels gelden. De EPB-eisen, de regels over erfscheidingen, de eventuele meldingsplicht en de bouwtechnische normen blijven onverkort van toepassing, ook op een vergunningsvrij tuinhuis. Wie na de plaatsing toch een geschil krijgt met de buren over lichtinval, waterafvoer of grensafstand, staat er niet beter voor omdat er geen vergunning nodig was.

De erkenningsklassen en waarom ze bij dit werk zelden verplicht zijn

België kent een stelsel van erkenning van aannemers dat werkt met categorieën en klassen, gekoppeld aan de omvang en de aard van het werk. Dat stelsel is in de eerste plaats bedoeld voor overheidsopdrachten: een gemeente die een schooldak laat vernieuwen, moet een aannemer kiezen die in de juiste categorie en klasse erkend is. Voor een tuinhuis of bijgebouw bij een particuliere woning is er geen overheidsopdracht, en dus is de wettelijke erkenning in de meeste gevallen niet verplicht. Dat maakt deze situatie fundamentaal anders dan bijvoorbeeld een school of openbaar gebouw, waarover wij apart schrijven bij [de erkenning als aannemer bij een school of openbaar gebouw](/belgie/erkenning-aannemer/openbaar-gebouw).

Toch heeft die erkenning ook buiten overheidsopdrachten waarde als kwaliteitsmerk. Een aannemer die een erkenning aanhoudt, heeft aangetoond dat hij over voldoende technische bekwaamheid, financiële draagkracht en referenties beschikt. Voor een dak in felsplaten, waarbij de fels van 35 mm en de blinde bevestiging met klemmen vakmanschap vragen, is dat geen overbodige garantie, ook al gaat het om een klein volume in vierkante meters. Wij zien in de praktijk dat wie voor een tuinhuis toch kiest voor een erkende of minstens ervaren dakaannemer, minder vaak terugkomt met lekken rond de sneden bij nok en gootlijn.

De tienjarige aansprakelijkheid en het belang van een goed contract

Ongeacht de erkenning blijft de wettelijke tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer en de architect gelden voor ernstige gebreken die de stabiliteit van het bouwwerk in het gedrang brengen. Bij een licht bijgebouw met een stalen felsdak van ongeveer vijf kilogram per vierkante meter komt dat zelden voor, maar de aansprakelijkheid voor verborgen gebreken en voor de goede uitvoering van de dakafwerking blijft onverkort van toepassing, ook zonder architect en zonder vergunning. Wij raden aan om dit expliciet op te nemen in de offerte of het lastenboek, zeker wanneer de opdrachtgever zelf het bijgebouw ontwerpt en enkel de plaatsing van het felsdak uitbesteedt.

Een tuinhuis wordt vaak in eigen beheer besteld: de opdrachtgever koopt de constructie, laat de ruwbouw door een lokale klusser of aannemer optrekken, en besteedt enkel de daktechniek uit aan een gespecialiseerd bedrijf. In die situatie is het belangrijk om vooraf duidelijk te maken wie waarvoor verantwoordelijk is. Een geschil over een lek bij de aansluiting op de gevel wordt snel een discussie tussen twee partijen die elk naar de ander wijzen, als dat niet vooraf op papier staat.

Veiligheidscoördinatie en het postinterventiedossier bij een klein bijgebouw

De verplichting tot veiligheidscoördinatie geldt in België zodra er meerdere aannemers tegelijk of achtereenvolgens op een werf actief zijn, ook bij een klein project als een tuinhuis. Wordt het bijgebouw opgetrokken door één en dezelfde partij die ook het dak plaatst, dan vervalt die verplichting doorgaans. Komt er een aparte dakaannemer bij naast de ruwbouwaannemer, dan is coördinatie in principe wel verplicht, tenzij het werk onder de drempel valt die voor tijdelijke of mobiele werven geldt. Omdat die drempels en uitzonderingen preciezer liggen dan de meeste particulieren verwachten, raden wij aan dit vooraf te laten beoordelen door de architect of door de aannemer die de opdracht coördineert.

Het postinterventiedossier, dat informatie bevat over de gebruikte materialen en technieken voor toekomstig onderhoud, is wettelijk verplicht zodra er veiligheidscoördinatie nodig is. Ontbreekt die coördinatieplicht, dan is een dossier niet wettelijk vereist, maar wij leveren voor elk project toch een overzicht van de gebruikte platen, de kleurcode van de coating en de bevestigingswijze. Bij een klein bijgebouw is dat papierwerk snel gemaakt, en het is nuttig wanneer er over tien jaar een uitbreiding of herstelling gepland wordt en niemand nog weet welke plaat er precies ligt.

De keuze van materiaal en plaatsing bij een tuinhuis

Omdat een tuinhuis of bijgebouw vaak een lagere en eenvoudiger dakvorm heeft dan een woning, is de minimale dakhelling van zes graden voor onze felsplaten meestal gemakkelijk haalbaar, ook bij een plat of licht hellend ontwerp. De platen worden op maat gemaakt tot 8000 mm, wat betekent dat een tuinhuis van gangbare afmetingen in de meeste gevallen met doorlopende banen gedekt kan worden, zonder overlappende sneden op het dakvlak. Dat is esthetisch een voordeel bij een klein bouwvolume, waar een naad in het midden van het dak snel opvalt. Wie ook een gevel in dezelfde felsplaten overweegt, vindt de aandachtspunten daarvoor terug bij [de erkenning als aannemer bij een gevelbekleding](/belgie/erkenning-aannemer/gevelbekleding).

Wat u nu kunt doen

Ga eerst nagaan bij de gemeente of het bijgebouw effectief vrijgesteld is van vergunning, en laat dat schriftelijk bevestigen zodat er geen twijfel bestaat bij een latere controle of verkoop. Vraag de aannemer die het felsdak plaatst naar referenties en, indien aanwezig, naar een erkenning, ook al is die niet wettelijk verplicht voor dit type werk. Leg in het contract vast wie aansprakelijk is voor welk onderdeel, zeker wanneer meerdere partijen op de werf actief zijn, en vraag na of veiligheidscoördinatie in uw geval verplicht is. Bewaar de technische fiche van de platen en de bevestigingswijze, ook zonder verplicht postinterventiedossier, zodat toekomstig onderhoud vlot verloopt. Zo bouwt u een klein bijgebouw met dezelfde zorgvuldigheid als een groter project, zonder onnodige formaliteiten maar ook zonder risico's te negeren.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink