Klikzink
Bij een nieuwbouwwoning is de volgorde omgekeerd ten opzichte van een verbouwing. Bij een dakkapel of een tuinhuis begint alles bij de vraag of er een vergunning nodig is en wie het werk mag uitvoeren. Bij een nieuwbouwwoning is die vraag al beantwoord voordat de eerste steen gelegd wordt. De architect heeft het dak getekend, de EPB-verslaggever heeft het meegenomen in de energieprestatieberekening, en de omgevingsvergunning is afgegeven op basis van een volledig dossier. Het dak is dan geen zelfstandige beslissing meer die apart getoetst wordt, maar een onderdeel van een geheel dat al goedgekeurd is. De vraag naar de erkenning van de aannemer speelt zich dus af binnen een kader dat al vaststaat, en dat maakt het een andere vraag dan bij een op zichzelf staand bouwwerk.
Wat blijft, is het onderscheid tussen de vergunning en de erkenning. De omgevingsvergunning zegt iets over het gebouw: mag hier gebouwd worden, past het in de omgeving, voldoet het aan de voorschriften. De erkenning als aannemer zegt iets over wie het werk uitvoert: is die persoon of dat bedrijf bevoegd om dit soort werk te leveren. Bij een nieuwbouwwoning wordt dat tweede punt makkelijk over het hoofd gezien, precies omdat het eerste punt zoveel aandacht krijgt. Een bouwheer die weken heeft gewerkt aan een dossier voor de vergunning, denkt bij de uitvoering vaak dat alles daarmee al geregeld is. Dat is niet zo. De vergunning bepaalt wat er gebouwd mag worden, niet wie het mag uitvoeren.
Het Belgische stelsel van erkenning werkt met categorieën, die het soort werk aanduiden, en klassen, die de omvang van de opdracht aanduiden gemeten in de waarde van de aanneming. Bij een nieuwbouwwoning wordt het dak zelden als afzonderlijke post aanbesteed. Meestal valt het onder de ruwbouwaannemer of onder een dakaannemer die als onderaannemer optreedt binnen het geheel van de bouw. Dat verandert wie waarvoor verantwoordelijk is. De erkenning is namelijk gekoppeld aan wie met de bouwheer of de hoofdaannemer een aannemingsovereenkomst sluit voor het deel boven de drempel waarvoor een erkenning verplicht is. Een dakwerker die als onderaannemer voor een klein deel van het dak wordt ingezet, valt onder een andere beoordeling dan een aannemer die voor de volledige dakconstructie tekent.
Bij een gewone eengezinswoning met een felsdak op de volledige kap blijft de opdracht meestal onder de drempel waarboven een erkenning wettelijk verplicht is. Dat neemt niet weg dat het zinvol blijft om te vragen naar een erkenning, ook als die niet verplicht is, want ze zegt iets over ervaring en over financiële en technische draagkracht die bij een stalen felsdak wel degelijk van belang zijn. Bij grotere nieuwbouwprojecten, zoals een groep woningen of een appartementsgebouw met een uitgebreid dakvlak, kan de drempel wel bereikt worden, en dan is de erkenning geen vrijblijvende kwaliteitsaanduiding meer maar een wettelijke voorwaarde om de opdracht te mogen aannemen.
Bij een nieuwbouwwoning ligt de technische invulling van het dak grotendeels al vast voordat de aannemer aan de beurt komt. De architect heeft de dakopbouw getekend met het oog op de vergunning, en de EPB-verslaggever heeft de isolatiewaarden en de luchtdichtheid van die opbouw ingerekend in de energieprestatieberekening. Een stalen felsdak van 0,55 mm met een fels van 35 mm en een werkende breedte van 475 mm heeft daarbij specifieke eigenschappen: het gewicht van ongeveer 5 kg per vierkante meter, de blinde bevestiging met klemmen, de minimale dakhelling vanaf zes graden. Die gegevens zijn nodig voor de EPB-aangifte en voor de stabiliteitsberekening van de architect, en horen dus in het dossier te zitten voordat er een aannemer aan het werk gaat.
Dat betekent dat de aannemer bij een nieuwbouwwoning minder vrijheid heeft dan bij een verbouwing. Bij een dakkapel of een veranda kan de aannemer nog meedenken over het ontwerp, zoals wij bespreken bij [de vergunning voor een veranda of aanbouw](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/veranda). Bij een nieuwbouwwoning is die keuze al gemaakt door de architect, en de aannemer voert uit volgens het lastenboek. Wie als aannemer wordt ingeschakeld voor het felsdak van een nieuwbouwwoning, moet dus in staat zijn om een bestaand ontwerp correct te realiseren, met de juiste sneden rond dakvlakramen en schoorstenen, en niet om het ontwerp zelf te bepalen. Dat is een andere vaardigheid dan bij een vrijstaand bijgebouw waar de aannemer soms zelf de indeling van de platen bepaalt.
Een nieuwbouwwoning brengt twee verplichtingen mee die bij kleinere werken vaak ontbreken. De eerste is het postinterventiedossier, dat door de veiligheidscoördinator wordt opgesteld en dat na de bouw aan de eigenaar wordt overgedragen. Daarin komt ook het dak terecht: het materiaal, de bevestigingswijze, de plaats van doorvoeren. Bij een stalen felsdak is dat dossier van belang voor wie ooit onderhoud moet uitvoeren of een zonnepaneel wil plaatsen, omdat de klemmen die het felsdak blind bevestigen niet zomaar doorboord mogen worden.
De tweede verplichting is de tienjarige aansprakelijkheid, die bij nieuwbouw wettelijk verplicht verzekerd moet zijn voor de architect en voor de aannemers die instaan voor de stabiliteit van het gebouw. Een dak dat waterdicht moet blijven en dat aan de constructie is bevestigd, valt daar doorgaans onder. Dat is een verplichting die los staat van de erkenning als aannemer, maar de twee hangen samen: een aannemer die geen verzekering kan voorleggen voor deze aansprakelijkheid, mist doorgaans ook de erkenning of de financiële draagkracht die daarbij past. Wie een aannemer inschakelt voor het dak van een nieuwbouwwoning, vraagt dus niet alleen naar de erkenning maar ook naar het verzekeringsattest voor de tienjarige aansprakelijkheid, en beide documenten horen bij het dossier dat de bouwheer bewaart, zoals ook wordt toegelicht bij [de documenten die aantonen dat een aannemer erkend is](/belgie/erkenning-aannemer/documenten).
Voor een bouwheer die een nieuwbouwwoning met een stalen felsdak plant, is de praktische vraag niet zozeer of er een erkenning verplicht is, maar of de gekozen aannemer de technische kennis heeft om een dak volgens het lastenboek van de architect uit te voeren. Felsplaten worden op maat geleverd tot 8000 mm, met een Sendzimir-verzinking en een organische coating, en de plaatsing vraagt precisie bij de aansluitingen op nok en dakrand. Een aannemer die dat niet eerder heeft gedaan, kan wel erkend zijn voor algemene dakwerken zonder ervaring te hebben met dit specifieke systeem. Het is daarom verstandig om, naast de erkenning, ook referenties van vergelijkbare felsdaken op te vragen.
Wie een nieuwbouwwoning plant met een stalen felsdak, doet er goed aan om deze punten al in het bouwdossier te laten opnemen: de technische fiche van het felsdak bij de architect en de EPB-verslaggever, de erkenning en het verzekeringsattest van de aannemer bij het lastenboek, en de gegevens van het dak in het postinterventiedossier. Zo staat bij de start van de bouw al vast wie het dak mag uitvoeren en wat er na de oplevering over dat dak bewaard moet blijven.