Klikzink

Erkenning aannemer bij dakkapel of uitbouw

Een dakkapel of een kleine uitbouw lijkt op papier een bescheiden werk, maar het is in de praktijk vaak het onderdeel van een dossier waar het meest naar gekeken wordt. Het gaat om een zichtbaar vlak aan de straatzijde of aan de achterkant van de woning, met een eigen vergunningsvraag los van de rest van de woning, en met een gevelbeeld dat de dienst omgevingsvergunning of de gemeentelijke dienst stedenbouw graag beoordeelt op welstand. Wie hier als aannemer aan het werk gaat, krijgt daarom sneller dan bij ander werk de vraag of hij erkend is, en wat die erkenning eigenlijk betekent.

De erkenning als aannemer in België is een federale regeling die oorspronkelijk bedoeld is voor overheidsopdrachten: wie voor de overheid bouwt boven een bepaalde drempel, moet aantonen dat hij tot een bepaalde erkenningsklasse en -categorie behoort. Voor een dakkapel of een uitbouw aan een particuliere woning is die federale erkenning zelf zelden verplicht, want het gaat om privaat werk en niet om een overheidsopdracht. Toch komt het woord erkenning voortdurend terug in offertes, in de communicatie van bouwondernemers en in de voorwaarden die verzekeraars en banken stellen. Dat komt omdat erkenning, ook los van de wettelijke verplichting, een herkenbaar signaal is geworden voor vakbekwaamheid, financiële soliditeit en verzekering.

Waarom een dakkapel toch vaak apart bekeken wordt

Bij een dakrenovatie over het hele dakvlak wordt de erkenning van de aannemer soms terzijde geschoven omdat het om herstelwerk gaat aan een bestaande constructie. Bij een dakkapel ligt dat anders: er wordt een nieuw volume toegevoegd, met een eigen structuur, een eigen waterdichting en een eigen aansluiting op het bestaande dakvlak. Diezelfde logica geldt voor een uitbouw aan de achterzijde, waar een nieuw dak op een nieuwe of bestaande draagstructuur komt. Omdat dit een structurele toevoeging is en niet louter onderhoud, verwacht de gemeente of de dienst omgevingsvergunning een aannemer die kan aantonen dat hij dit soort werk beheerst, ook als er geen wettelijke erkenningsplicht is. Diezelfde nadruk op vakbekwaamheid speelt overigens ook bij grotere volumes, zoals wij uitleggen bij [de erkenning als aannemer bij een bijgebouw of tuinhuis](/belgie/erkenning-aannemer/bijgebouw).

De drempel waarboven de federale erkenning wettelijk verplicht wordt, ligt bij een bepaald bedrag aan de opdracht en is gekoppeld aan de erkenningsklasse: hoe groter en duurder het werk, hoe hoger de klasse die vereist is. Een dakkapel of een kleine uitbouw blijft doorgaans ver onder die drempel, zeker als het om een eengezinswoning gaat. Maar zodra de gemeente het werk beschouwt als onderdeel van een groter renovatieproject, of zodra er een aanbesteding aan te pas komt omdat de opdrachtgever een sociale huisvestingsmaatschappij of een gemeente is, telt de erkenning wel degelijk mee als voorwaarde om in te schrijven.

Wat de erkenningsklasse en -categorie precies zeggen

Het Belgische stelsel werkt met categorieën, die het soort werk aanduiden, en met klassen, die de omvang van de opdracht aanduiden die de aannemer mag uitvoeren. Voor dakwerken en aanverwante ruwbouw- en afwerkingswerken gelden specifieke categorieën. Een aannemer die stelt erkend te zijn in de juiste categorie en klasse, toont daarmee aan dat hij over de nodige technische kennis, uitrusting en financiële draagkracht beschikt om een opdracht van die omvang tot een goed einde te brengen. Voor een particuliere opdrachtgever die een dakkapel of een uitbouw laat plaatsen, is dat geen wettelijke vereiste, maar het is wel een bruikbaar houvast bij het vergelijken van offertes: een aannemer die de erkenning kan tonen, heeft in elk geval al eens een toetsing doorstaan.

Belangrijk om te onthouden is dat de erkenning niets zegt over de esthetische kwaliteit van het ontwerp, en niets over de manier waarop het welstandsonderzoek van de gemeente het dossier zal beoordelen. Dat zijn twee gescheiden zaken. De erkenning gaat over de vraag of de aannemer het werk technisch en financieel aankan; de omgevingsvergunning en het welstandsadvies gaan over de vraag of het volume, de materialen en de kleur passen in de omgeving. Een dakkapel met stalen felsplaten in een rustige kleur wordt daarbij vaak positief onthaald, precies omdat het materiaal zich goed voegt naar de bestaande dakvorm, maar dat neemt niet weg dat de aannemer die het plaatst zelf ook aan de verwachtingen van de opdrachtgever moet voldoen op het vlak van vakmanschap.

Wat wél altijd telt, ook zonder wettelijke erkenningsplicht

Ook als de federale erkenning niet verplicht is, blijven een aantal andere zaken onverkort gelden. De tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer voor verborgen gebreken die de stabiliteit van het gebouw in het gedrang brengen, geldt voor elke aannemer, erkend of niet. Bij een dakkapel of een uitbouw, waar een nieuwe structuur wordt toegevoegd aan een bestaand dak, is dat een reëel punt van aandacht: een gebrekkige aansluiting op de bestaande dakconstructie of een fout in de waterdichting kan zich pas jaren later tonen. Een verzekeraar zal bij een schadegeval vaak vragen naar de kwalificaties van de aannemer, en een erkenning, ook al was ze niet verplicht, helpt dan om aan te tonen dat er zorgvuldig gekozen is.

Daarnaast blijft de vraag naar een veiligheidscoördinator relevant zodra er meer dan één aannemer op de werf actief is, wat bij een dakkapel met apart schrijnwerk, dakwerk en afwerking vaak het geval is. En het postinterventiedossier, dat na de werken wordt opgesteld en dat toekomstige werkzaamheden aan het gebouw moet vereenvoudigen, is bij een dakkapel of uitbouw met een nieuwe drager en nieuwe doorvoeren zeker op zijn plaats, ook als het wettelijk niet in elk gewest exact hetzelfde ingevuld wordt.

Verschillen tussen de gewesten in de praktijk

De federale erkenningsregeling zelf is in de drie gewesten identiek: het is federale materie en Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest passen dezelfde klassen en categorieën toe. Het verschil zit niet in de erkenning zelf, maar in de manier waarop de vergunningverlenende overheid ermee omgaat bij de beoordeling van het dossier. In Vlaanderen loopt de aanvraag voor de omgevingsvergunning via het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), en de gemeente kan in het kader van de goede uitvoering vragen naar referenties van de aannemer, zonder dat de erkenning zelf een toelatingsvoorwaarde is voor de vergunning. In het Waalse Gewest verloopt de procedure via het Code du Développement Territorial (CoDT), en ook daar is de erkenning geen voorwaarde voor de vergunning zelf, maar een aandachtspunt bij de keuze van de uitvoerder. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) van toepassing is, ligt de nadruk bij een dakkapel vaak sterk op het gevelbeeld in de dichtbebouwde stedelijke context, en daar wordt soms strenger gekeken naar de uitvoerder wanneer het om een beschermd stadsgezicht gaat, zoals ook aan de orde komt bij [de erkenning als aannemer bij een woning in een beschermd gezicht](/belgie/erkenning-aannemer/beschermd-gezicht).

Op zoek naar het actuele bedrag van de erkenningsdrempel, de klasse-indeling of de premies die in uw gewest gelden voor de aanpassing van een dak, verwijzen wij u naar de betrokken gewestelijke overheidsdienst en naar de Federale Overheidsdienst Economie, die de erkenningsregeling beheert. Wie een dakkapel of een uitbouw plant, doet er goed aan om bij de offerteaanvraag rechtstreeks te vragen naar de erkenningsklasse en -categorie van de aannemer, naar zijn verzekering voor de tienjarige aansprakelijkheid, en naar zijn ervaring met vergelijkbare volumes. Voor de algemene werking van de erkenningsregeling bij dakwerk in stalen felsplaten verwijzen wij u graag naar onze uitleg over [de erkenning als aannemer bij een felsdak in België](/belgie/erkenning-aannemer).

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink