Klikzink

Erkenning aannemer bij veranda of aanbouw

Een veranda of een kleine aanbouw tegen de bestaande gevel lijkt een overzichtelijke klus, en in de praktijk is dat vaak ook zo. Toch is dit precies het soort werk waarbij twee dingen structureel misgaan: de vergunningsplicht wordt over het hoofd gezien omdat het om een klein volume gaat, en de aansluiting tussen het nieuwe dak en de bestaande muur wordt onderschat. Beide punten hangen samen met de vraag of, en hoe, de aannemer erkend moet zijn voor dit werk.

In België bestaat er geen algemene verplichting dat een aannemer een erkenning moet hebben om een veranda of aanbouw te bouwen. De erkenningsregeling met klassen en categorieën, die in Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest elk apart wordt beheerd, is in de eerste plaats bedoeld voor overheidsopdrachten. Een particuliere bouwheer die een veranda laat plaatsen, is dus niet verplicht om na te gaan of de aannemer in een bepaalde klasse en categorie erkend is. Wat wel telt, is iets anders: de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer voor stabiliteitsproblemen, en de vraag of hij verzekerd is voor het werk dat hij uitvoert. Die verzekeringsplicht geldt voor elke aannemer die aan een woning bouwt, erkend of niet, en is los te zien van het erkenningsstelsel.

Waar de erkenning wél relevant wordt, is bij de aansluiting op de bestaande constructie. Een veranda of aanbouw met een felsdak in stalen felsbanen raakt op één punt onvermijdelijk de bestaande gevel: daar waar het nieuwe dak aansluit op de muur, meestal met een inwerkende strook of een aansluitprofiel onder de gevelbekleding of achter de pleisterlaag. Dat is de plek waar bouwvocht, regenwater en thermische beweging elkaar tegenkomen, en waar in de praktijk de meeste klachten ontstaan. Een aannemer die dit soort aansluitingen goed uitvoert, moet niet alleen het dak kennen maar ook weten hoe hij een bestaande gevel intact houdt: geen vocht optrekken, geen koudebrug creëren op de plek waar de EPB-eisen net op letten, en geen beschadiging van de bestaande afwerking die niet meer te herstellen is zonder de gevel opnieuw aan te pakken.

Waarom deze aansluiting zo vaak lekt

De reden dat aansluitingen bij veranda's en aanbouwen relatief vaak lekken, ligt niet in het materiaal maar in de uitvoering. Een felsdak zelf is, bij correcte plaatsing met de fels van 35 mm en een minimale dakhelling vanaf zes graden, een sluitend systeem. Het probleem zit in de overgang naar een bestaande muur die niet is ontworpen om een dakaansluiting te ontvangen. Bij een nieuwbouwwoning wordt die aansluiting vooraf ingetekend en tijdens de opbouw van de gevel meteen goed uitgevoerd, zoals wij toelichten bij [de erkenning van de aannemer bij een nieuwbouwwoning](/belgie/erkenning-aannemer/nieuwbouwwoning). Bij een aanbouw moet de aannemer achteraf in een bestaande, afgewerkte gevel snijden om de aansluiting te maken. Dat vraagt om sneden op de juiste hoogte, een correcte overlap onder de bestaande gevelbekleding of pleisterlaag, en een afwerking die het waterverloop naar de dakgoot niet hindert. Wordt hier te snel of te goedkoop gewerkt, dan lekt het niet meteen, maar pas na de eerste hevige regen met wind uit een bepaalde richting, en dan is de schade al binnen.

Een tweede risico bij deze aansluiting is de zettingsvoeg. Een aanbouw krijgt vaak een eigen, lichtere fundering dan de bestaande woning, en die twee bewegen niet altijd gelijk. Een felsdak kan die beweging tot op zekere hoogte opvangen dankzij de blinde bevestiging met klemmen, die de platen laat schuiven zonder dat de bevestiging scheurt. Maar de aansluiting op de gevel zelf moet met een voeg of een glijdende overlap worden uitgevoerd, anders trekt de eerste zetting toch een scheur open op precies de plek waar u het niet wilt.

De vergunningsplicht die vaak wordt overgeslagen

Het tweede terugkerende probleem bij veranda's en aanbouwen is dat de vergunningsplicht wordt overgeslagen, vaak in de veronderstelling dat een klein volume vergunningsvrij is. Dat is een misvatting die per gewest anders uitpakt. In Vlaanderen kent het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) een aantal vrijstellingen voor kleine aanbouwen en bijgebouwen, maar die vrijstellingen zijn aan strikte voorwaarden gekoppeld: een maximale oppervlakte, een minimale afstand tot de perceelsgrens, en soms een beperking in hoogte. Een veranda die net iets groter is dan de vrijstelling toelaat, valt terug in de gewone vergunningsplicht, en dat verschil van een halve vierkante meter wordt in de praktijk vaak niet nagerekend voordat de fundering al gestort is.

In het Waalse Gewest regelt de Code du Développement Territorial (CoDT) een vergelijkbaar systeem van vrijstellingen, met eigen grenzen die niet identiek zijn aan de Vlaamse. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bepaalt het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) opnieuw een andere afbakening, en in de dichtbebouwde Brusselse context wordt een aanbouw tegen de achtergevel bovendien vaker geraakt door regels over lichtinval en afstand tot de buur dan in een rustiger woonwijk. Wie twijfelt of zijn veranda vergunningsvrij is, vraagt dat best na bij de gemeentelijke dienst ruimtelijke ordening of, bij een dossier dat buiten de gewone bevoegdheid valt, bij de fonctionnaire délégué, de gewestelijke ambtenaar die daar in het Waalse Gewest over waakt.

Een erkende of ervaren aannemer die veel veranda's en aanbouwen bouwt, weet doorgaans uit de losse hand of een bepaald project binnen de vrijstelling valt, en zal daar bij de start van het gesprek naar vragen. Een aannemer die dat niet doet, en gewoon begint te bouwen omdat de bouwheer zegt dat het wel in orde is, laat de bouwheer alleen achter met het risico. Bij twijfel is het de bouwheer die het risico draagt, niet de aannemer, want de omgevingsvergunning staat op naam van de eigenaar van het perceel.

Wat u wel en niet van de erkenning mag verwachten

Omdat de erkenning voor dit type werk niet verplicht is, betekent dat niet dat ze waardeloos is als selectiecriterium. Een aannemer die wél erkend is in de juiste categorie, heeft aangetoond dat hij over voldoende technische kennis en financiële soliditeit beschikt om een bouwopdracht naar behoren uit te voeren, en die toets is niet zonder waarde bij een particulier project. Bij een veranda of aanbouw is het echter minstens zo belangrijk om te vragen naar ervaring met precies dit soort aansluitingen op een bestaande gevel, en naar referenties van vergelijkbare projecten. Een aannemer die vooral nieuwbouwdaken plaatst, heeft niet automatisch ervaring met de lastigere renovatieaansluiting die een aanbouw vereist.

Het postinterventiedossier, dat verplicht is zodra er een veiligheidscoördinator bij het project betrokken is, speelt bij een eenvoudige veranda meestal geen rol: die verplichting geldt pas als er meerdere aannemers samen op de werf actief zijn of als het werk als tijdelijke of mobiele bouwplaats wordt aangemerkt. Bij een aanbouw die door één aannemer in eigen beheer wordt gerealiseerd, valt dit doorgaans weg, maar het is iets wat u bij een groter of complexer project best laat nagaan.

Wie zijn veranda of aanbouw laat uitvoeren, doet er dus goed aan om drie dingen na te vragen voordat de werken starten: of de vergunningsplicht voor dit specifieke volume en deze specifieke locatie geldt of onder de vrijstelling valt, of de aannemer verzekerd is voor de tienjarige aansprakelijkheid, en of hij ervaring heeft met de aansluiting van een nieuw dak op een bestaande gevel. Voor de premies die op deze aanbouw van toepassing kunnen zijn, en die per gewest verschillen in voorwaarden en aanvraagprocedure, raadpleegt u het gewestelijke energieloket op het moment dat het dossier concreet wordt, zodat u met de actuele voorwaarden werkt in plaats van met verouderde cijfers.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink