Klikzink

Garage of bergplaats felsdak: Nederlandse aannemer

Een garage of losstaande bergplaats lijkt op papier het eenvoudigste project dat er is. Klein volume, geen bewoning, vaak geen architect nodig, en dus – zo redeneert menig Nederlandse aannemer die voor het eerst over de grens werkt – ook weinig gedoe. Dat is precies waar het misgaat. Juist omdat er geen architect bij betrokken is die de vergunningsvraag automatisch meeneemt, valt die vraag bij een garage of bergplaats vaak stil. De opdrachtgever denkt dat het bijgebouwtje geen vergunning nodig heeft, de aannemer gaat daar in mee omdat hij het van thuis uit zo kent, en niemand controleert het bij de gemeente. Voor u als Nederlandse aannemer is dat een risico dat niet in uw eigen land bestaat op deze manier, en dat verdient een aparte blik.

In Nederland is een vergunningsvrij bijgebouw een vaste categorie met heldere maten: u kent de regel, u past ze toe, en in de meeste gevallen is de discussie daarmee gesloten. In België bestaat zo'n uniforme, landsbrede regel niet. Vlaanderen werkt met het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) en een lijst van vrijstellingen die per gemeente kan worden aangescherpt via een verordening. Het Waalse Gewest werkt met de Code du Développement Territorial (CoDT, wetboek voor ruimtelijke ontwikkeling) en eigen drempelwaarden voor oppervlakte en volume. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hanteert het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO), met weer andere grenzen. Een garage die in de ene gemeente zonder meer vrijgesteld is, kan net over de gemeentegrens, of in een ander gewest, een volwaardige omgevingsvergunning vereisen. Wij zetten de procedure zelf stap voor stap uiteen zoals wij die beschrijven bij [de procedure voor een garage of bergplaats](/belgie/garage/hoe-loopt-de-procedure), maar de kern voor u als Nederlandse aannemer is: neem niets over uit uw eigen ervaring, en vraag altijd zelf, of laat de opdrachtgever vragen, bij de gemeente of de omgevingsambtenaar wat voor dit specifieke perceel geldt.

Het verschil tussen vrijstelling en meldingsplicht

Een tweede punt waar Nederlandse ervaring u parten kan spelen, is het onderscheid tussen een vrijstelling, een melding en een volledige vergunning. In Nederland kent u het vergunningsvrije bouwwerk en de omgevingsvergunning, met weinig tussenvormen. In de Belgische gewesten bestaat vaak een derde weg: een eenvoudige melding bij de gemeente, zonder de volledige procedure van een omgevingsvergunning, maar wel met een verplichting om iets door te geven. Een garage die net buiten de vrijstellingsgrenzen valt, hoeft daardoor niet automatisch de zwaarste procedure te doorlopen — maar wie dat onderscheid niet kent, denkt al snel dat het één op één met een vergunningsplicht gelijk staat, en verliest daardoor tijd of geld aan een te zware aanpak, of neemt net een te licht traject en bouwt zonder de juiste toestemming. Wij raden Nederlandse aannemers aan om dit bij elk project opnieuw te laten uitzoeken door de opdrachtgever of een lokale architect, in plaats van te vertrouwen op ervaring uit een vorig project in een andere gemeente.

Een ander punt waar de garage zich onderscheidt van bijvoorbeeld een dakkapel of een uitbouw aan de woning zelf, is de status van het gebouw ten opzichte van de bestaande vergunning van de hoofdwoning. Een garage of bergplaats wordt in de praktijk vaak los van de woning gepland, soms jaren later, en dan telt niet alleen wat op zichzelf vergunningsvrij zou zijn, maar ook of het bijgebouw binnen de oorspronkelijk vergunde percelen en bestemmingen past. In een woonzone is dat meestal geen probleem, maar in een zone met agrarische of bijzondere bestemming, of op een perceel waar al een uitbreiding heeft plaatsgevonden, kan een bijkomende bergplaats de grens van wat is toegestaan overschrijden. Dat is een andere afweging dan bij een dakkapel, waar het gaat om de verhouding tot het bestaande dakvlak, zoals uitgelegd bij [de vergunning bij een dakkapel of uitbouw](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/dakkapel-of-uitbouw). Bij een garage telt de optelsom van alle bebouwing op het perceel, en die optelsom wordt door de gemeente bekeken, niet door de aannemer.

Btw, aansprakelijkheid en het postinterventiedossier

Ook buiten de vergunning zelf zijn er praktische verschillen die voor een Nederlandse aannemer nieuw zijn. Het verlaagde btw-tarief voor renovatiewerken aan een woning ouder dan een vastgestelde leeftijd geldt in België alleen voor de eigenlijke woning, en niet zomaar voor een losstaande garage of bergplaats: die telt doorgaans als nieuwbouw van een bijgebouw, ook als de hoofdwoning wel voor het verlaagde tarief in aanmerking komt. Wij gaan dieper op deze btw-logica in bij de pagina over de kosten van een garage of bergplaats met felsdak, maar voor de werf zelf betekent het dat u de factuur niet automatisch op dezelfde manier kunt opstellen als bij een dakrenovatie aan het hoofdgebouw.

Daarnaast geldt in België de tienjarige aansprakelijkheid voor ernstige gebreken die de stabiliteit van het bouwwerk in het gedrang brengen, ook bij een klein bijgebouw als een garage. Deze aansprakelijkheid rust op de aannemer, los van wat er in Nederland gangbaar is qua garantietermijnen, en is niet iets waarover onderling afspraken kunnen worden gemaakt die de wettelijke termijn verkorten. Bij een garage zonder architect is er dikwijls ook geen apart postinterventiedossier verplicht, omdat dat dossier is gekoppeld aan de tussenkomst van een architect en aan werken waarbij toekomstige onderhoudswerken een risico kunnen vormen. Maar zodra er een architect wél betrokken is, of zodra er tijdens de werf meerdere aannemers samen actief zijn, ontstaat de verplichting om zo'n dossier op te stellen en een veiligheidscoördinator aan te stellen als de wetgeving op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen van toepassing is. Voor een garage die door één aannemer in enkele dagen wordt gerealiseerd, is dat meestal niet aan de orde, maar bij een gecombineerd project – garage plus aanpassing van de woning zelf, met meerdere partijen op de werf – verandert die inschatting.

Voor de dakbedekking zelf, het felsdak met stalen felsbanen dat vanuit Ede wordt geleverd, verandert er niets aan het materiaal of de plaatsing wanneer het om een garage gaat in plaats van om een woning. De platen worden op dezelfde manier blind bevestigd met klemmen, en de minimale dakhelling van zes graden geldt onverkort. Wat wel verschilt, is de EPB-plicht: een garage of bergplaats die niet verwarmd wordt en geen deel uitmaakt van de bewoonbare oppervlakte, valt doorgaans buiten de energieprestatie-eisen die voor de woning zelf gelden. Dat is een andere situatie dan bij een landbouwloods, waar de EPB-vraag afhangt van de functie van het gebouw, zoals wij bespreken bij [EPB-regelgeving bij een landbouwloods](/belgie/epb/landbouwloods). Bij een garage is de vrijstelling van EPB-eisen meestal duidelijker, maar het is aan de opdrachtgever, niet aan u als aannemer, om dit bij de gemeente of de energie-adviseur te laten bevestigen voordat de werf start.

Wat u nu kunt doen

Als Nederlandse aannemer die een garage of bergplaats met felsdak in België gaat plaatsen, doet u er goed aan om vóór de start van de werf drie dingen te laten uitzoeken door de opdrachtgever: of er een vergunning, een melding, of een vrijstelling van toepassing is voor dit specifieke perceel in deze specifieke gemeente; of het verlaagde btw-tarief van toepassing is op dit deel van de werken; en of er, gezien de omvang en de eventuele samenloop met andere werken, een veiligheidscoördinator of postinterventiedossier verplicht is. Zodra die drie punten helder zijn, verloopt de plaatsing van het felsdak zelf net zoals u dat van huis uit kent.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink