Klikzink

EPB-regelgeving voor de Nederlandse aannemer

Een Nederlandse aannemer die in België een dak aanpakt, komt in een systeem dat op het eerste gezicht lijkt op wat hij van thuis kent, maar op detailniveau anders is ingericht. Er is geen Energieprestatievergoeding of EPC zoals in Nederland, maar een EPB-regelgeving (energieprestatie van gebouwen) met een eigen verslaggever, eigen software en eigen momenten waarop gegevens vastgelegd moeten worden. Wie dat niet weet, loopt het risico dat isolatiewerk dat vakkundig is uitgevoerd, toch niet aantoonbaar aan de eisen voldoet omdat het bewijs ervan nooit is vastgelegd.

Het eerste verschil zit in wie verantwoordelijk is. In Nederland regelt de aannemer vaak zelf de opgave voor de EPC of laat hij die door de opdrachtgever regelen na afloop. In België werkt elk gewest met een erkende EPB-verslaggever die het hele traject volgt: van de start van de werken tot de definitieve indiening van het EPB-dossier. Die verslaggever is geen sluitpost. Hij moet vóór, tijdens en na de werken kunnen aantonen welke materialen zijn gebruikt, welke isolatiewaarden zijn gehaald en hoe de luchtdichtheid is uitgevoerd. Voor een aannemer betekent dit dat hij niet zomaar mag beginnen en pas achteraf documentatie aanleveren: de verslaggever wil vaak al bij de start van de werf weten wat er gepland is, en tijdens de uitvoering foto's en materiaalgegevens ontvangen op het moment dat de laag nog zichtbaar is.

Bij een dakrenovatie is dat laatste cruciaal. Zodra de nieuwe felsplaten liggen en de isolatie is afgewerkt met een dampscherm of onderdak, is de opbouw niet meer te zien. De EPB-verslaggever wil daarom, net als bij een dakrenovatie in de bredere zin die wij beschrijven bij [de EPB-regelgeving bij een dakrenovatie](/belgie/epb/dakrenovatie), documentatie op het moment dat de isolatie nog open ligt: foto's van de dikte, het type isolatiemateriaal, de plaatsing van de dampremmende laag en de aansluiting op de bestaande constructie. Een Nederlandse aannemer die gewend is om achteraf een verklaring op te stellen, moet hier zijn werkritme aanpassen: de bewijsvoering loopt gelijk met de werf, niet erna.

De isolatie-eisen zelf zijn per gewest vastgelegd en verschillen niet fundamenteel van wat in Nederland gangbaar is, maar de manier waarop ze worden getoetst wel. In het Vlaams Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelden telkens een maximale U-waarde voor het dak bij renovatie, met een eigen rekenmethode en eigen software waarin de verslaggever de gegevens invoert. Die software rekent met de opbouw zoals die daadwerkelijk is uitgevoerd, niet met een theoretisch pakket uit een systeemtekening. Wanneer bijvoorbeeld een felsdak wordt voorzien van een isolatiepakket onder de stalen felsplaten, moet de exacte samenstelling — het type isolatiemateriaal, de dikte, de eventuele luchtspouw — bekend zijn bij de verslaggever om de juiste U-waarde te kunnen berekenen. Een aannemer die zelf beslist om ter plekke een dikte aan te passen zonder dit door te geven, zet daarmee de EPB-conformiteit van het hele dak op losse schroeven.

Waar het voor een Nederlandse aannemer extra wennen is, is het moment waarop alles vastligt. In Nederland kan een aannemer vaak nog schuiven met details zolang het eindresultaat maar aan de norm voldoet. In België is het traject formeler: er is een startverklaring bij de aanvraag van de omgevingsvergunning, er zijn tussentijdse controlemomenten tijdens de werken, en er is een eindverslag dat de verslaggever indient bij de bevoegde gewestelijke instantie. Bij een dakrenovatie zonder bouwvergunning — wat vaak het geval is bij een eenvoudige herbedekking — vervalt de vergunningsplicht soms, maar de EPB-verplichting kan alsnog gelden zodra de isolatie wordt aangepakt. Dat onderscheid tussen vergunningsplicht en EPB-plicht is iets waar buitenlandse aannemers regelmatig over struikelen: geen vergunning nodig betekent niet automatisch geen EPB-dossier nodig.

De praktijk op de werf vraagt daarom om vooroverleg. Een Nederlandse aannemer die een felsdak plaatst op een Belgische werf, doet er goed aan om vóór de start contact te leggen met de EPB-verslaggever van de opdrachtgever of de architect. Die verslaggever geeft aan welke gegevens hij nodig heeft en op welk moment. Vaak is dat een technische fiche van de felsplaten en de gebruikte coating, een opgave van de isolatiedikte en het type isolatiemateriaal, en foto's van de aansluitingen bij nok, goot en dakranden voordat de afwerking wordt aangebracht. Voor een dak dat blind bevestigd wordt met klemmen, zoals bij stalen felsbanen gebruikelijk is, wil de verslaggever ook weten hoe de doorbrekingen voor die klemmen zijn uitgevoerd, omdat dit van invloed kan zijn op de luchtdichtheid van de opbouw.

Er is nog een praktisch punt dat vaak wordt onderschat: de taal en de software. De EPB-software werkt in het Nederlands, Frans of Duits, afhankelijk van het gewest, en de verslaggever voert de gegevens zelf in op basis van wat de aannemer aanlevert. Een Nederlandse aannemer die technische fiches in het Nederlands aanlevert, zit in Vlaanderen goed, maar wie in het Waalse Gewest of in bepaalde dossiers in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werkt, moet er rekening mee houden dat de verslaggever of de architect om een Franse vertaling kan vragen. Het is verstandig om dit vooraf te bespreken, zodat de documentatie niet achteraf nog vertraging oplevert.

Ook de timing binnen de bouwfases verdient aandacht. Bij nieuwbouw is het traject uitgebreider en ligt er meer vast bij de start, zoals wij toelichten bij de EPB-regelgeving bij een nieuwbouwwoning. Bij een renovatie van een bestaand dak is het traject compacter, maar de verslaggever moet nog steeds op het juiste moment langskomen of foto's ontvangen. Een aannemer die de dakopbouw in één werkdag dichtmaakt, doet er goed aan om zelf documentatie te verzamelen als de verslaggever niet fysiek aanwezig kan zijn: een reeks gedateerde foto's van de isolatie, het dampscherm en de aansluitingen is vaak voldoende, mits ze aansluiten bij wat de verslaggever nodig heeft voor zijn berekening.

Voor een Nederlandse aannemer die voor het eerst in België werkt, is de kern van dit alles simpel samen te vatten: de EPB-verslaggever is een vaste partner in het traject, niet een instantie die achteraf langskomt. Wie tijdig afstemt wat er nodig is, welke materialen worden gebruikt en op welk moment het werk gedocumenteerd moet worden, voorkomt dat een prima uitgevoerd dak alsnog niet aantoonbaar aan de EPB-eisen voldoet. Neem daarom bij de start van een Belgische werf contact op met de EPB-verslaggever van het project, vraag na welke documentatie hij precies wil zien en plan de foto- en materiaalregistratie in vóór de isolatie wordt afgedekt.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink