Klikzink

Premie voor felsdak op garage of bergplaats

Een garage of losstaande bergplaats is meestal het kleinste dak op het perceel, en juist daardoor het dak waarbij niemand nog aan een architect denkt. Wie zelf de balken zet en de aannemer alleen voor het dakwerk vraagt, zoekt zelden een dossier op. Toch gelden voor dat kleine dakvlak dezelfde principes als voor elk ander dak: er kan een tegemoetkoming bestaan voor het materiaal, en er kan een vergunningsplicht bestaan voor het volume. Beide staan los van elkaar, en beide worden op een andere plaats geregeld dan waar de meeste mensen zoeken.

Begin met het geld, want dat is waar de vraag meestal vandaan komt. Premies voor dakwerken, isolatie of energiezuinige materialen zijn in België een gewestelijke bevoegdheid, en de drie gewesten wijzigen hun regelingen bijna jaarlijks: wat vorig jaar gold voor een bijgebouw, kan dit jaar een andere voorwaarde hebben, of net vervallen zijn voor volumes die niet verwarmd worden. Een garage of bergplaats valt daarbij vaak in een andere categorie dan de woning zelf, omdat premies doorgaans gekoppeld zijn aan verwarmde, bewoonbare ruimte. Een niet-verwarmde garage komt dan niet in aanmerking, terwijl een bergplaats die wel verwarmd en bij de woning betrokken is, soms wel meetelt. Dat onderscheid verandert per jaar en per gewest, en daarom heeft het geen zin om hier een bedrag of een voorwaarde te noemen die morgen al achterhaald kan zijn.

Wat wel vaststaat, is waar u moet zoeken. In Vlaanderen is dat de Mijn VerbouwPremie-omgeving van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, waar u op basis van uw postcode en het type werk ziet welke tegemoetkoming van toepassing is en onder welke voorwaarden. In het Waalse Gewest loopt dat via de portaalsite van de Service Public de Wallonie, met een apart luik voor energiepremies waarin het type gebouw en het gebruik bepalen of een aanvraag mogelijk is. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het Leefmilieu Brussel dat de premies voor energie en gebouwen beheert, met een eigen simulator per jaar. Geen van de drie publiceert een bedrag dat blijvend geldig is; ze publiceren een actuele tabel, en die tabel is de enige bron die telt. Bewaar geen schermafdruk van vorig jaar en reken niet op wat een buur of een aannemer twee jaar geleden ontving.

Daarnaast is er de kwestie van de vergunning, en dat is bij een garage of bergplaats geen formaliteit die u zomaar kunt overslaan omdat het bouwwerk klein is. De drie gewesten kennen elk vrijstellingsregels voor bijgebouwen: een bepaald grondoppervlak, een bepaalde afstand tot de perceelsgrens, een maximale hoogte. Zolang het bijgebouw binnen die grenzen blijft, is vaak geen vergunning nodig, alleen soms een melding. Maar de grenzen verschillen per gewest, en ze verschillen ook naargelang het bijgebouw losstaat of tegen de bestaande woning wordt gebouwd. Een garage die tegen de zijgevel wordt aangebouwd, telt in sommige gemeenten mee als uitbreiding van de hoofdwoning, met een andere beoordeling dan een vrijstaande bergplaats achteraan de tuin. Wij lichten dat gewestelijke onderscheid uit bij [de omgevingsvergunning in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/brussel) en bij [de vergunningsprocedure in Wallonië](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/wallonie), waar de regels voor bijgebouwen elk net anders zijn opgebouwd.

De reden dat net dit soort klein werk de vergunningsvraag vergeet, is eenvoudig: er is vaak geen architect bij betrokken, en de particulier die de garage zelf laat optrekken, gaat er stilzwijgende van uit dat een gebouw zonder verwarming en zonder slaapkamer geen dossier vraagt. Dat klopt soms, maar niet altijd. Een garage die de rooilijn nadert, een bergplaats die het toegelaten grondoppervlak voor vrijstelling overschrijdt, of een dak dat door zijn hoogte de zichtbaarheid vanaf de straat verandert, kan wel vergunningsplichtig zijn, ook al is het gebouw zelf bescheiden. Wie enkel het dakwerk uitbesteedt en denkt dat de aannemer wel zal waarschuwen als er iets moet worden aangevraagd, neemt een risico: de aannemer voert het dak uit volgens de bestelling, maar de vergunningsplicht is en blijft de verantwoordelijkheid van de bouwheer.

Ook het toezicht op het bouwproces zelf krijgt bij een garage of bergplaats vaak minder aandacht dan het verdient, ondanks dat de wettelijke basis dezelfde is als bij een grotere werf. Zodra er meerdere aannemers na elkaar actief zijn, ook al is het maar de ruwbouwploeg en dan de dakwerker, kan een veiligheidscoördinator verplicht zijn, en blijft het opstellen van een postinterventiedossier aangewezen zodra er werk boven het maaiveld gebeurt. Bij een garage die in één beurt door één aannemer wordt gebouwd, valt dat vaak weg, maar wie de fundering, de opbouw en het dak apart laat uitvoeren, doet er goed aan dat na te vragen bij de aannemer of de architect voor die specifieke situatie geldt.

Een laatste punt waar een garage of bergplaats zich onderscheidt van een woonhuis, is het btw-tarief. Het verlaagde tarief voor renovatie van een woning die voldoende oud is, geldt voor werken aan de woning zelf; een vrijstaande garage of bergplaats die geen deel uitmaakt van de eigenlijke woning kan daarbuiten vallen, of net wel meetellen als ze functioneel verbonden is met de woning en op hetzelfde perceel staat. De aannemer beoordeelt dat aan de hand van de concrete situatie en de geldende voorwaarden, en past het tarief toe op de factuur; als bouwheer ondertekent u daarvoor een verklaring. Ook hier is de regel dezelfde als bij andere werken aan een gebouw, maar de toepassing bij een bijgebouw is minder vanzelfsprekend dan bij de woning zelf, en verdient dus een gerichte vraag bij de start van het werk in plaats van een aanname achteraf.

Wie een garage of bergplaats met een felsdak plant, doet er daarom goed aan drie dingen apart te regelen, en niet te veronderstellen dat het kleine formaat van het gebouw die stappen overbodig maakt. Zoek eerst bij de bevoegde gewestelijke dienst op of er voor dit type gebouw en dit type werk een premie geldt, en welk bedrag en welke voorwaarden dit jaar van toepassing zijn. Vraag daarna bij de gemeente of het bijgebouw binnen de vrijstellingsregels valt of dat er een melding of omgevingsvergunning nodig is, en leg dat vast voor de werken starten. En vraag ten slotte aan de aannemer welk btw-tarief op de factuur komt, en op welke verklaring dat gebaseerd is. Alleen zo weet u zeker dat het kleinste dak op het perceel later niet het grootste probleem oplevert.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink