Klikzink

Oplevering bij een gevelbekleding in klikfels

Bij een dak kijkt de opleveringsploeg vooral omhoog: naar de aansluiting op de nok, naar doorvoeren en naar de afvoer van regenwater. Bij een gevel met klikfels kijkt men naar voren en naar de zijkant, en dat verandert wat er wordt gecontroleerd en wie er komt kijken. Een gevel staat in het straatbeeld, raakt vaak de rooilijn, en grenst bijna altijd aan een openbare weg of aan het perceel van de buur. Dat maakt de oplevering van een gevelbekleding een ander verhaal dan die van een dak, ook al is het materiaal, de felsbaan van 35 mm met een werkende breedte van 475 mm, exact hetzelfde.

Waar bij een dak de voorlopige oplevering vooral een technische controle is, telt bij een gevel het zicht vanaf de straat evenzeer mee. De opdrachtgever, en soms ook de gemeente, kijkt of de felslijnen verticaal en gelijklopend zijn, of de aansluiting op de plint en op de raamdorpels netjes is afgewerkt, en of er geen bramen of krassen in de organische coating zichtbaar zijn op ooghoogte. Bij een dak valt zo'n schoonheidsfout zelden op; bij een gevel op straatniveau valt hij meteen op, en dat maakt de lat voor het uitzicht bij gevelwerk in de praktijk hoger dan bij een hellend dak.

De technische kant van de voorlopige oplevering verschilt minder van dakwerk dan u zou denken. Ook bij een gevel controleert men of de klemmen die de felsbanen blind bevestigen, correct en op de juiste afstand zijn geplaatst, of de plaatdikte van 0,55 mm overal gelijk is, en of de Sendzimir-verzinking niet beschadigd is bij het plooien of snijden. Bij sneden rond ramen en deuren, waar op maat gezaagde stukken tot 8000 mm worden ingepast, controleert men extra nauwkeurig of de coating aan de snijkant is bijgewerkt: een gevel staat bloot aan regen van alle kanten, en een onbehandelde snede is bij verticale plaatsing een zwakke plek die sneller roest dan bij een dak met een lagere hellingshoek.

De rooilijn en de stabiliteit van de bevestiging

Wat bij dakwerk zelden een rol speelt, komt bij een gevel bijna altijd terug: de afstand tot de rooilijn. Wanneer de gevelbekleding tegen of dicht bij de perceelsgrens wordt geplaatst, wil de architect of de aannemer bij de oplevering nagaan of de uitvoering overeenstemt met wat in de omgevingsvergunning is vastgelegd. Een gevel die enkele centimeters buiten de vergunde rooilijn komt, is bij de definitieve oplevering een probleem dat bij een dak zelden voorkomt, omdat een dakvlak zich nu eenmaal binnen de contouren van het gebouw bevindt.

Ook de bevestiging krijgt bij een gevel extra aandacht. Bij een dakhelling vanaf zes graden werkt de zwaartekracht mee om de felsbanen op hun plaats te houden; bij een verticale gevel moet de klemconstructie de volle belasting van windzuiging opvangen, zonder dat het gewicht van de plaat, ongeveer 5 kg per vierkante meter, daarbij helpt. Bij de voorlopige oplevering test de aannemer daarom vaak een aantal klemmen met de hand op speling, iets wat bij een hellend dak minder gebruikelijk is. Wie hierover meer wil weten over wie precies de eindverantwoordelijkheid draagt, vindt dat uitgewerkt bij [wie beslist over de oplevering en wat er wordt gecontroleerd](/belgie/oplevering/wie-gaat-erover).

Wat bij gevelwerk hetzelfde blijft

De tweedeling tussen voorlopige en definitieve oplevering geldt voor een gevel net zoals voor een dak, en dat verandert niet per gewest. Bij de voorlopige oplevering tekent de opdrachtgever, meestal bijgestaan door de architect, een proces-verbaal waarin eventuele opmerkingen worden opgenomen; vanaf dat moment loopt de wettelijke waarborgtermijn en begint ook de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer voor ernstige gebreken te tellen. Bij een gevelbekleding gaat het dan vooral om waterdichtheid achter de felsbanen en om de stevigheid van de bevestiging tegen windbelasting, twee zaken die pas na een winterseizoen goed te beoordelen zijn. De definitieve oplevering, doorgaans een jaar later, is het moment waarop wordt nagegaan of de opmerkingen uit de voorlopige oplevering zijn weggewerkt en of er geen nieuwe schade is opgetreden.

De verplichting om een postinterventiedossier op te stellen, geldt voor een gevel evengoed als voor een dak, en verandert niet naargelang het gewest. In dat dossier komt te staan hoe de gevelbekleding is opgebouwd, met welke klemmen ze is bevestigd en welke platen en coating er zijn gebruikt, zodat een volgende aannemer bij onderhoud of renovatie weet wat er achter de felsbanen zit zonder alles te moeten blootleggen. Bij gevelwerk is dat dossier des te belangrijker omdat een latere ingreep, bijvoorbeeld voor een raam dat wordt vergroot, zonder die informatie sneller tot beschadiging van de omliggende platen leidt. Meer over welke documenten u bij de oplevering behoort te ontvangen, leest u bij [de documenten die bij de oplevering horen](/belgie/oplevering/documenten).

Wie erover gaat, en waarom dat bij een gevel vaker de gemeente is

Of er bij de oplevering van een gevelbekleding een vertegenwoordiger van de overheid aanwezig is, hangt af van de vergunning die voor het werk nodig was. Bij een dakrenovatie op een bestaande woning is vaak geen vergunning vereist, zoals ook blijkt uit de andere pagina's op deze site; bij een gevel die het straatbeeld verandert, ligt dat anders. Een nieuwe gevelbekleding die de kleur, het materiaal of de textuur van de voorgevel wijzigt, valt in de meeste gemeenten onder de omgevingsvergunning, en dan toetst de gemeentelijke dienst stedenbouw, of in bepaalde gevallen de fonctionnaire délégué (de gewestelijke ambtenaar die in het Waalse Gewest toeziet op de naleving van de vergunning), mee of de uitvoering overeenstemt met wat is vergund.

Dat is een wezenlijk verschil met dakwerk. Een dakvlak is voor een voorbijganger doorgaans niet zichtbaar vanaf het maaiveld; een gevel wel, en daarom toetsen gemeenten bij een gevelrenovatie vaker aan het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), aan het Waalse Code du Développement Territorial (CoDT) of aan het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO), naargelang het gewest waarin het gebouw staat. De architect of aannemer weet vooraf, bij de vergunningsaanvraag, of dit voor uw gevel geldt, en dat bepaalt mee wie er bij de oplevering aanwezig moet zijn of geïnformeerd moet worden.

De rol van de veiligheidscoördinator verandert bij gevelwerk evenmin fundamenteel, maar krijgt wel een andere invulling. Werken op een steiger langs de openbare weg brengen extra aandacht voor de veiligheid van voorbijgangers met zich mee, en dat wordt bij de voorlopige oplevering mee nagelopen: is de steiger volledig verwijderd, zijn er geen loshangende onderdelen meer, en is het voetpad weer veilig berijdbaar. Bij een dak, waar de werken zich hoog boven straatniveau afspelen, speelt dat aspect van de oplevering veel minder.

Voor wie het werk aan een gevel laat uitvoeren, is het verstandig om vooraf met de aannemer af te spreken wie bij de voorlopige oplevering aanwezig zal zijn, en om te vragen naar het postinterventiedossier en het proces-verbaal zodra de werken zijn afgerond. Bij twijfel over de vergunningsplicht voor uw gevel kunt u dat het best navragen bij de dienst stedenbouw van uw gemeente, vóór de werken beginnen en niet pas bij de oplevering.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink