Klikzink

Rd-waarde dakisolatie bij een school of overheidsgebouw

Bij een school, een gemeentehuis of een sporthal wordt de isolatiewaarde van het dak niet ter plekke bepaald door de aannemer die de felsplaten legt. Ze staat al vast voordat de eerste offerte binnenkomt, want ze is opgeschreven in het bestek door een architect of studiebureau dat het dak zelf niet legt. Dat is het verschil met een particuliere renovatie: daar overlegt de dakwerker vaak rechtstreeks met de bouwheer over de opbouw. Bij een aanbesteding voor een openbaar gebouw ligt de eis vooraf vast als contractuele verplichting, en wordt ze na uitvoering ook zo gecontroleerd.

De Rd-waarde die in het lastenboek staat, is een minimumeis waaraan de volledige dakopbouw moet voldoen, niet aan één laag isolatie apart. Wie het bestek leest, ziet meestal een getal in vierkante meter kelvin per watt, gevolgd door een verwijzing naar de EPB-regelgeving die voor dat gewest geldt. De aannemer die intekent op de opdracht moet aantonen dat zijn voorgestelde opbouw dat cijfer haalt of overtreft, met een berekening die bij de offerte of bij de uitvoeringsdossiers wordt toegevoegd.

Waarom de opbouw telt en niet de dikte

Een veelgemaakte fout bij de beoordeling van offertes is dat men naar de dikte van de isolatieplaat kijkt in plaats van naar de warmteweerstand van het geheel. Twee daken met dezelfde isolatiedikte kunnen een andere Rd-waarde hebben, afhankelijk van het isolatiemateriaal, van de aanwezigheid van een luchtspouw, van de ondersteunende constructie en van hoe de felsplaten erop worden bevestigd. Bij een blind bevestigd felsdak, waarbij de platen met klemmen op de ondergrond worden vastgezet, ontstaat er geen doorboring van de isolatielaag zoals bij een systeem met zichtbare bevestiging. Dat heeft een gunstig effect op de warmteweerstand van de opbouw, omdat er geen koudebruggen ontstaan op elke bevestigingspunt.

De manier waarop dat samenspel van materialen tot een Rd-waarde leidt, hebben wij uitgebreider toegelicht bij [de Rd-waarde van de dakisolatie bij een felsdak in België](/belgie/rd-waarde), waar de opbouw zelf centraal staat. Op deze pagina gaat het vooral over wat er verandert wanneer die opbouw wordt voorgeschreven in een overheidsopdracht, en wie daar dan verantwoordelijk voor is.

In de praktijk betekent dit dat de studiebureau die het bestek opstelt, een opbouw voor ogen heeft met een bepaalde isolatiedikte en een bepaald materiaal, maar dat de intekenende aannemer daar in principe van kan afwijken zolang de eindwaarde wordt gehaald. Een gelijkwaardigheidsdossier is dan nodig: een berekening die aantoont dat het alternatieve isolatiemateriaal, in combinatie met de felsplaten en de rest van de opbouw, dezelfde of een betere Rd-waarde oplevert dan wat in het bestek stond. Bij een schooldak met een oppervlakte van enkele honderden vierkante meter loont het om die berekening grondig te laten uitvoeren, want een afwijking die achteraf wordt afgekeurd, kan leiden tot herwerking op kosten van de aannemer.

Waarom deze eis aan twee dingen hangt

De Rd-waarde die in het bestek staat, is meestal niet toevallig gekozen. Ze hangt samen met de EPB-aangifte die voor het gebouw moet worden ingediend, en vaak ook met een premie of subsidie waarmee het project gedeeltelijk wordt gefinancierd. Bij een schoolrenovatie gefinancierd via een gewestelijk investeringsprogramma, of bij een gemeentegebouw dat een beroep doet op een energiepremie voor openbare besturen, wordt de uitkering doorgaans gekoppeld aan een minimale isolatiewaarde. Als de uitgevoerde opbouw daar niet aan voldoet, loopt niet alleen de EPB-aangifte mis, maar valt ook de premie geheel of gedeeltelijk weg.

Dit maakt de Rd-waarde in een overheidsopdracht tot iets waar twee partijen naar kijken met een ander doel. De architect controleert of het bestek correct is uitgevoerd, als onderdeel van de opleveringsprocedure en met het oog op de tienjarige aansprakelijkheid die op het ontwerp en de uitvoering rust. De instantie die de premie toekent, controleert onafhankelijk daarvan of het uiteindelijke resultaat aan de energetische voorwaarden voldoet. Beide controles gebruiken vaak hetzelfde EPB-dossier als bewijsstuk, maar het zijn verschillende procedures met verschillende gevolgen bij een tekortkoming. Wie in Vlaanderen, Wallonië of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werkt aan een schoolgebouw, doet er daarom goed aan om vooraf te informeren bij de bevoegde gewestelijke instantie welke premies precies aan de Rd-waarde in het bestek gekoppeld zijn, en welk bedrag daar op dit moment aan vasthangt, want dat verandert jaarlijks en wordt telkens opnieuw gepubliceerd door het gewest zelf.

Het dossier dat na de werf overblijft

Bij een schoolgebouw of een ander openbaar gebouw hoort, net als bij elke werf met meerdere aannemers of een risico op blijvend werk op hoogte, een postinterventiedossier. Daarin wordt de uitgevoerde dakopbouw gedocumenteerd, inclusief het isolatiemateriaal, de dikte en de berekende Rd-waarde, zodat een volgende aannemer die aan het dak moet werken, weet wat erin zit zonder het open te moeten leggen. Bij felsplaten die blind bevestigd zijn, is dat des te belangrijker, omdat er van buitenaf weinig te zien is van de opbouw onder de platen.

De veiligheidscoördinator die bij dit soort werven verplicht is zodra er met meerdere partijen samen wordt gewerkt, speelt hierbij geen rol in de beoordeling van de Rd-waarde zelf, maar wel in hoe de werken worden uitgevoerd rond bijvoorbeeld dakranden, lichtkoepels of technische doorvoeren, waar de isolatie plaatselijk onderbroken wordt. Elke onderbreking van de doorlopende isolatielaag is een plek waar de gemiddelde Rd-waarde van het dak lager uitvalt dan de waarde die voor het vlakke deel is berekend, en bij een schooldak met veel doorvoeren voor ventilatie of technische installaties kan dat een reëel verschil maken tussen de berekende en de werkelijk gerealiseerde waarde.

Wie een intekenformulier voor een schoolrenovatie voorbereidt, doet er daarom goed aan om niet alleen de Rd-waarde van het vlakke dakvlak te berekenen, maar ook te documenteren hoe de aansluitingen en doorvoeren zijn opgelost, zodat het uiteindelijke EPB-dossier een realistisch beeld geeft van de volledige opbouw en niet enkel van het ideale, onderbroken vlak.

Wat u met deze eis in de praktijk doet

Als u een offerte voorbereidt voor een school of een ander openbaar gebouw waarin een Rd-waarde in het bestek staat, begin dan met het narekenen van de voorgestelde opbouw in plaats van te vertrouwen op de isolatiedikte die in het bestek genoemd wordt. Vraag bij twijfel een berekening op bij de leverancier van de isolatie, en leg die samen met het gelijkwaardigheidsdossier voor aan de architect voordat de werken starten. Informeer bij de gewestelijke instantie die de premie voor het project toekent naar de actuele eisen en het actuele steunbedrag, want dat staat niet in het bestek zelf maar wordt door het gewest apart gepubliceerd. Bewaar de berekening en de uitvoeringsgegevens voor het postinterventiedossier, zodat een volgende werf aan hetzelfde dak niet zonder informatie moet beginnen.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink